3.1 Soorten mengsels

3.1 Soorten mengsels
1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide
ScheikundeMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 3

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 15 min

Onderdelen in deze les

3.1 Soorten mengsels

Slide 1 - Tekstslide

Doel van de les
Je kunt homogene en heterogene mengsels herkennen.
Je kunt voorbeelden noemen bij de verschillende groepen mengsels.
Je kunt het scheiden van mengsels beschrijven met behulp van het deeltjesmodel.
Je kunt uitleggen dat je gebruik maakt van verschillen in stofeigenschappen bij het scheiden van mengsels.

Slide 2 - Tekstslide

Zuivere stof          Mengsel
Een zuivere stof bestaat uit 1 soort deeltjes.
(moleculen)

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Heterogeen
Dit is een mengsel van meerdere stoffen die niet volledig zijn gemengd. Je kunt de bestanddelen van elkaar onderscheiden. 

Deze mengsels zijn troebel.

Slide 5 - Tekstslide

Heterogeen
Voorbeelden:
- Suspensie
- Emulsie
- Rook
- Nevel 
- Schuim
Een suspensie is een mengsel van een vloeistof en een vaste stof. Bijvoorbeeld melk en cacao. 
Een emulsie is een mengsel van twee vloeistoffen, bijvoorbeeld water en olie.
Rook is een mengsel van een gas met een vaste stof.
Nevel is een mengsel van een gas waar fijne vloeistofdeeltjes in zweven.
 Schuim is een mengsel van gasbellen die zijn omgeven door een vaste stof of vloeistof

Slide 6 - Tekstslide

Homogeen
Dit is een mengsel van meerdere stoffen die volledig zijn gemengd. Je kunt de bestanddelen niet meer van elkaar onderscheiden. Deze mengsels ontmengen nooit vanzelf.

Slide 7 - Tekstslide

Homogeen
Voorbeelden van homogene mengsels: 
- Oplossing
- Legering
- Gasmengsel 
Een oplossing is een heldere, soms gekleurde vloeistof, waarin een of meer stoffen zijn opgelost. Bijvoorbeeld thee met suiker. 
 Een legering is een mengsel dat je maakt door meerdere metalen samen te smelten. Bijvoorbeeld messing, dit is een mengsel van koper en zink.
Een gasmengsel is een mengsel van meerdere gassen. Bij duiken gebruik je tot 40 meter een mengsel van 21% zuurstof en 79% stikstof.

Slide 8 - Tekstslide

De stoffen in een homogeen mengsel zijn volledig met elkaar vermengd. Ze zijn hierdoor lastig van elkaar te scheiden.

Slide 9 - Tekstslide

Scheiden van mengsels 

Slide 10 - Tekstslide

mengsel scheiden

Slide 11 - Tekstslide

Welk mengsel?
A
oplossing
B
suspensie
C
emulsie

Slide 12 - Quizvraag

Welk mengsel?
A
oplossing
B
suspensie
C
emulsie

Slide 13 - Quizvraag

Een suspensie is .....
A
Helder
B
Troebel

Slide 14 - Quizvraag

Een oplossing is ....
A
Helder
B
Troebel

Slide 15 - Quizvraag

spa rood is een .....
A
suspensie
B
emulsie
C
oplossing
D
nevel

Slide 16 - Quizvraag

Een blijvende emulsie is een mengsel van..
A
Water en zout
B
water, olie en emulgator
C
Olie en bezine
D
water en olie

Slide 17 - Quizvraag

Wat voor soort mengsel is dit?
A
Oplossing
B
Zuivere stof
C
Suspensie
D
Emulsie

Slide 18 - Quizvraag

De benzine en het water zijn slecht te mengen, ze gaan steeds weer uit elkaar. Dit noem je een tweelagensysteem. Waardoor Ontstaat een tweelagensysteem?
A
Door een verschil in deeltjesgrootte
B
Doordat de vaste deeltjes zinken
C
Door een verschil in dichtheid
D
Geen idee

Slide 19 - Quizvraag

Benzine en water zijn dus slecht te mengen, ze gaan steeds weer uit elkaar. Je moet een stof toevoegen om dit mengsel egaal te houden, hoe heet zo'n stof?
A
Katalysator
B
Emulgator
C
Centrifigator
D
Extractie middel

Slide 20 - Quizvraag

Noem een voorbeeld van een mengsel van een gas in een vloeistof.
A
Nevel
B
Rook
C
Schuim
D
Schuimrubber

Slide 21 - Quizvraag

Even in het kort
Ziet er uit als
Bestaat uit
Soort mengsel
Oplossing
Helder
Vaste stof met vloeistof
Homogeen
Suspensie
Troebel
Vaste stof met vloeistof
Heterogeen
Emulsie
Troebel
Vloeistof met vloeistof
Heterogeen

Slide 22 - Tekstslide

Aan de slag
Maak een poster (tweetal en een drietal) en verdeel de volgende onderwerpen:
Heterogeen mengsel, homogeen mengsel en mengsels scheiden.

Slide 23 - Tekstslide

Aan de slag
LEES de tekst van 3.1 en MAAK de opdrachten

Weektaak: 3.1 opdrachten

Slide 24 - Tekstslide