cross

Adverbs of frequency

Lesdoel 
Lesson aims:
* at the end of this lesson you will know what adverbs of frequency are.
* at the end of this lesson you will know the basic rules on adverbs of frequency.
1 / 14
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 2

In deze les zitten 14 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Lesdoel 
Lesson aims:
* at the end of this lesson you will know what adverbs of frequency are.
* at the end of this lesson you will know the basic rules on adverbs of frequency.

Slide 1 - Tekstslide

Word order and adverbs(bijwoorden)
Word order:
Who - does What - Where - When
       
Woorden zoals 'altijd', 'nooit' en 'vaak'. Dit zijn bijwoorden van frequentie. 
Zij zeggen iets over hoe vaak iets gebeurt.



Slide 2 - Tekstslide

Adverbs of frequency are:
Always
Daily
Weekly
Monthly                                                                       Do you know them?
Yearly                                                                            Make exercise: page 15
Hourly                                                                           BK: 13
Never                                                                             KGT: 14 ( page 16)
Sometimes                                                                 
Often

Slide 3 - Tekstslide

Wat zijn bijwoorden van frequentie?
Het bijwoord van frequentie zegt iets over hoe vaak iets gebeurd.

Bijvoorbeeld: Ik heb gewoonlijk op vrijdag tennisles.
Example: I usually have tennis lessons on fridays.

Bijvoorbeeld: Ga je vaak uit?
Example: Do you often go out?


Slide 4 - Tekstslide

Hoe werkt het? - How does it work?
Adverbs of frequency - Bijwoorden van frequentie
1. Komt direct voor het werkwoord, als er één werkwoord is.
Example: We always go to the city. - We gaan altijd naar de stad.

2. Komt direct na het eerste werkwoord als er meer dan één werkwoord is.
Example: I would never have done this. - Ik zou dit nooit gedaan hebben.

3. Komt voor het zelfstandig naamwoord als het iets zegt over dat zelf nw.
Example: I went on my weekly shopping spree yesterday.

Slide 5 - Tekstslide

We (a ) go (b) to meetings (c).

Never
A
A
B
B
C
C

Slide 6 - Quizvraag

You (a) are (b) walking (c) so fast!

Always
A
A
B
B
C
C

Slide 7 - Quizvraag

It's almost (a) time (b) for the (c) sale to start (d)!

Yearly
A
A
B
B
C
C
D
D

Slide 8 - Quizvraag

Zet in de juiste volgorde - Put in the correct order.

school - do - homework - always - my - I - after

Slide 9 - Open vraag

Zet in de juiste volgorde - Put in the correct order.

have - dinner - sometimes - pizza - for - we

Slide 10 - Open vraag

It's your turn.
Make exercises:
BK: 14, 16 on page 15 and 16
When you are finished: make exercises 11a,b,c and 12 on pages 14 and 15. 
KGT: 15a,b on page 16
When you are finished: make exercises 11a,b, 12, 13 on pages 14 and 15.

Slide 11 - Tekstslide

Did we achieve our aim?

At the end of this lesson you will know what adverbs of frequency are.
A
yes
B
no

Slide 12 - Quizvraag

Did we achieve our aim?

At the end of this lesson you will know the basic rules on adverbs of frequency.
A
yes
B
no

Slide 13 - Quizvraag

Slide 14 - Tekstslide