Verbes faire, aller

  • Voca
1 / 31
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1,2

In deze les zitten 31 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

  • Voca

Slide 1 - Tekstslide

Dans ce cours...
  • Verbe faire
  • Verbe aller
  • Vocabulaire

Slide 2 - Tekstslide

La roue
Vervoeg het werkwoord faire of aller.

Slide 3 - Tekstslide

Faire = maken/doen
je fais = ik maak/doe
tu fais = jij maakt/doet
il fait = hij maakt/doet
elle fait = zij maakt/doet
nous faisons = wij maken/doen
vous faites = jullie maken/doen, u maakt/doet
ils/elles font = zij maken/doen

Slide 4 - Tekstslide

Nous ... du sport.
A
faites
B
faisons
C
font
D
fait

Slide 5 - Quizvraag

L'élève ... ses devoirs.
A
font
B
faisons
C
fais
D
fait

Slide 6 - Quizvraag

Tu ... du tennis?
A
fais
B
fait
C
faisons
D
faites

Slide 7 - Quizvraag

Ils ... la cuisine.
A
fais
B
faisons
C
faites
D
font

Slide 8 - Quizvraag

Vous ... du hockey?

Slide 9 - Open vraag

Je ... l'exercice.

Slide 10 - Open vraag

Mes amis ... du foot.

Slide 11 - Open vraag

Elle ... de la danse.

Slide 12 - Open vraag

Vertaal: Je fais mes devoirs.

Slide 13 - Open vraag

Vertaal: Nous faisons les courses.

Slide 14 - Open vraag

Vertaal: Jullie doen boodschappen.

Slide 15 - Open vraag

Vertaal: Zij maken het hoofdgerecht.

Slide 16 - Open vraag

Schrijf nu zelf een Franse zin met het werkwoord faire.

Slide 17 - Open vraag

Aller = gaan
je vais = ik ga
tu vas = jij gaat
il va = hij gaat
elle va = zij gaat
nous allons = wij gaan
vous allez = jullie gaan, u gaat
ils/elles vont = zij gaan

Slide 18 - Tekstslide

Il ... au supermarché.
A
vais
B
vas
C
va
D
vont

Slide 19 - Quizvraag

Vous ... au cinéma.
A
va
B
vont
C
allons
D
allez

Slide 20 - Quizvraag

Mes frères ... faire du foot.
A
vont
B
vais
C
va
D
allons

Slide 21 - Quizvraag

Je ... chez mes grands-parents.
A
va
B
vas
C
vont
D
vais

Slide 22 - Quizvraag

Nous ... en vacances.

Slide 23 - Open vraag

Camille ... manger au restaurant.

Slide 24 - Open vraag

Tu ... à quelle heure?

Slide 25 - Open vraag

Elles ... faire du shopping.

Slide 26 - Open vraag

Vertaal: Tu vas à la plage.

Slide 27 - Open vraag

Vertaal: Vous allez commander.

Slide 28 - Open vraag

Vertaal: Wij gaan naar de kantine.

Slide 29 - Open vraag

Vertaal: De vrienden gaan koken.

Slide 30 - Open vraag

Schrijf nu zelf een Franse zin met het werkwoord aller.

Slide 31 - Open vraag