Een persoonlijke email schrijven B/K1

gebruik je/ jij
alleen als je iemand Persoonlijk kent
je schrijft alleen over persoonlijke dingen
Tekst
Tek                Een persoonlijke mail schrijven





1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 2

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

gebruik je/ jij
alleen als je iemand Persoonlijk kent
je schrijft alleen over persoonlijke dingen
Tekst
Tek                Een persoonlijke mail schrijven





Slide 1 - Tekstslide

Leespubliek:
Aan wie schrijf je een persoonlijke e-mail?

Je schrijft aan iemand die je persoonlijk kent.

Bijvoorbeeld:
vader, moeder, opa, oma, tante, oom, nicht, neef, vriend of vriendin.

Slide 2 - Tekstslide

Instructie
  • Een persoonlijke brief/e-mail schrijf je aan iemand die je goed kent.

 

  • Je schrijft over persoonlijke zaken die je hebt meegemaakt en over je gevoelens.


  • Je gebruikt informele taal.



Slide 3 - Tekstslide

Tekstdoel
Waarom schrijf je de persoonlijke e-mail?

Bijvoorbeeld:
  • omdat je wilt vertellen hoe het met je gaat.
  • omdat je iemand wilt uitnodigen.
  • omdat je iets leuks hebt meegemaakt.
enz. 

Slide 4 - Tekstslide

Taalgebruik

Een persoonlijke e-mail schrijf je dus aan iemand die je persoonlijk kent.
Die persoon spreek je daarom ook op een persoonlijk e manier aan. Met je en jij. En niet met u.  

Dit noem je informeel taalgebruik. Dus: je en jij!

Slide 5 - Tekstslide

Wat hoort bij een persoonlijke
brief / e-mail?
A
Geachte
B
Hoi
C
Met vriendelijke groet,
D
Hoogachtend,

Slide 6 - Quizvraag

Geachte heer/ mevrouw,
Past goed bij een......
A
Persoonlijke e-mail
B
Zakelijke e-mail

Slide 7 - Quizvraag

Ik heb een ontzettend leuk weekend gehad en daar wil ik mijn oma over vertellen.
Ik schrijf een ........
A
Persoonlijke e-mail
B
Zakelijke e-mail

Slide 8 - Quizvraag

Een persoonlijke e-mail of brief schrijf je aan iemand die je....
A
niet goed kent
B
goed kent

Slide 9 - Quizvraag

In een persoonlijke e-mail gebruik je formeel taalgebruik. Je gebruikt dus bijvoorbeeld u
A
waar
B
niet waar

Slide 10 - Quizvraag

Ik schrijf een persoonlijke e-mail naar de H&M als ik een klacht heb over een broek.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 11 - Quizvraag

Een passende slotformule voor mijn persoonlijke e-mail is.....?
Tip: Er zijn meerdere antwoorden goed!
A
Hoogachtend,
B
Groetjes,
C
Liefs,
D
Met vriendelijke groet,

Slide 12 - Quizvraag

Nu gaan we een persoonlijke mail schrijven.

Kijk goed naar het  voorbeeld op de slide hierna

Slide 13 - Tekstslide

Indeling 

Bekijk de e-mail van Jeroen. 


Aan:   e-mail adres van de geadresseerde ( degene die de e-                     mail moet ontvangen.)

Onderwerp: In ongeveer 2 tot 3 woorden  omschrijven waar de                            e-mail over gaat.

Aanhef:    Dag Jeroen,

Inleiding:  Je vraagt hoe het gaat en vertelt waarom je schrijft.                          ( Bijv: Ik heb een hele leuke vakantie gehad en daar                            wil ik je over vertellen)

Kern:   Je vertelt over je vakantie en wat je daar hebt                                      meegemaakt.

Slot:   Je vraagt of hij/ zij je een e-mail terug stuurt.

Slotformule:  Groetjes, Liefs,

Je naam: Sharina

Slide 14 - Tekstslide

OPBOUW
INLEIDING
  • Geef reden voorschrijven van e-mail/brief.
  • Begin met een hoofdletter.

MIDDENSTUK
  • Geef meer informatie over het onderwerp.
  • Bespreek één deelonderwerp per alinea.|

SLOT
  • Geef aan wat je van de lezer verwacht of vat de boodschap samen. 

Slide 15 - Tekstslide

Regels  voor de e-mail
  • Zet onderwerp in onderwerpregel van je e-mail
  • Begin met een aanhef (Beste, Geachte, Lieve, Hoi). Achter de aanhef zet je een komma en druk je op enter (plaats een witregel).
  • Schrijf in de eerste zinnen wat het onderwerp is en waarom je de e-mail schrijft
  • Verdeel de inhoud van je e-mail in alinea's en zorg voor een goede opbouw (inleiding, middenstuk (kern), slot).
  • Beëindig de e-mail met een nette slotzin. Daarna druk je op enter (plaats een witregel)
  • Onderaan schrijf je de slotgroet (Vriendelijke groet, Groetjes, Doei). Daarachter zet je een komma en druk je één keer op enter.
  • Zet je voor- en achternaam onder de e-mail

Slide 16 - Tekstslide

Oefenopdracht
Je stuurt een mail naar je oma. Daarin vertel je dat je het afgelopen weekend naar de Efteling bent gegaan. Je bent in de Baron geweest en in de Fata Morgana. Bedenk er zelf nog een attractie bij. Leg dan uit welke je het leukste vond en waarom.Ook vertel je dat je beste vriend/vriendin mee mocht. Vergeet niet te vragen of je oma in de kerstvakantie komt logeren.

Slide 17 - Tekstslide

Opdracht
Je wil weten of je vriendin Caylee een leuke vakantie heeft gehad. Verder ben je afgelopen herfstvakantie met je familie naar een huisje in Limburg geweest. Je mailt je beste vriendin over wat je daar allemaal gedaan hebt. Je bent naar een feestje geweest, naar de dierentuin en je bent uit eten gegaan. Bedenk er zelf nog een activiteit bij. Je vertelt in je mail welke activiteit je het leukste vond, en welke juist niet. Ook vertel je dat je nog een keertje terug wil naar Limburg. Bovendien wil je vragen of zij volgend weekend bij je komt logeren.

Slide 18 - Tekstslide

feedback door leerling
*Het e-mailadres klopt 
*Het onderwerp is kort en duidelijk
*De aanhef is passend en eindigt met een komma
*In de inleiding staat waarom je de mail schrijft
*In de kern staat je vakantie beschreven
* In de volgende alinea gaat het over het logeren
*In het slot staat wat je van de ander verwacht


Slide 19 - Tekstslide

* Je alinea's zijn gescheiden door witregels
* Je hebt een correcte afsluiting
* Je naam staat helemaal onderaan
* Je gebruikt niet teveel spreektaal
* Er zijn geen spelfouten
* Hoofdletters, punten en komma's zijn in orde
* DE LEZER BEGRIJPT JE EMAIL! Dus je zinnen lopen goed en de informatie staat in de juiste alinea's.

Slide 20 - Tekstslide

Herschrijven
Je hebt feedback gehad van een klasgenoot. Zelf heb je ook kritisch gekeken welke gedeeltes er duidelijker moeten, zodat de lezer je boodschap goed begrijpt. 
Nu ga je herschrijven.

Slide 21 - Tekstslide

Slide 22 - Tekstslide