2 vmbo-bk Thema 1.1 Verbranding en ademhaling: Verbranding

1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
Biologie / VerzorgingMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 2

In deze les zitten 26 slides, met tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

thema 1 Verbranding en ademhaling
1.1 Verbranding

Slide 2 - Tekstslide

Benodigdheden:
  • boeken/laptop op tafel
  • pen
  • schrift 

Slide 3 - Tekstslide

wat gaan we vandaag doen?
inleiding thema 1 Verbranding en ademhaling
leerdoelen vandaag
nieuwe theorie: 1.1 Verbranding
zelf aan de slag
herhalen leerdoelen

Slide 4 - Tekstslide

Doel van de les:




Je weet wat je nodig hebt voor verbranding 

welke stoffen en welke energie er vrij komen bij verbranding

Slide 5 - Tekstslide

Wat heb je nodig voor verbranding?

Slide 6 - Tekstslide

Een stof die kan verbranden = een brandstof
Kun je voorbeelden noemen?

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide




 








  • Is dit het enige wat we nodig hebben voor verbranding?

Slide 9 - Tekstslide




 








  • Is dit het enige wat we nodig hebben voor verbranding?
  • Nee, we hebben ook zuurstof nodig!!!

Slide 10 - Tekstslide

1.1 Verbranding
Ik ga een kaars aansteken.
Daarna zet ik een glas over de kaars heen.

Wat zal er gebeuren? Waarom gebeurt dat?

We gaan samen opdracht 1 invullen (blz. 8/9) - Practicum - verbranding van een kaars

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

1.1 Verbranding
Als je een kaars brandt, verbrandt er kaarsvet.
Kaarsvet is een brandstof.

Als je een glas over de kaars zet, gaat de kaars uit.
Dit komt doordat de zuurstof opraakt.

Voor verbranding is zuurstof nodig.

Slide 14 - Tekstslide

1.1 Verbranding
Bij een brandende kaars ontstaat licht en warmte.
Dat zijn vormen van energie.

Bij verbranding komt altijd energie vrij.


Slide 15 - Tekstslide

1.1 Verbranding
Bij verbranding ontstaan ook nieuwe stoffen.
Als je een glas over een kaars zet, dan zie je water aan de binnenkant van het glas. Dat water ontstaat bij de verbranding.

Bij de verbranding ontstaat ook koolstofdioxide.
Dit is een gas in de lucht.
Je kan koolstofdioxide niet zien of ruiken.

Slide 16 - Tekstslide

1.1 Verbranding?
Koolstofdioxide kan je dus niet zien en ruiken, maar je kan het wel aantonen. Een stof waarmee je een andere stof kan aantonen, noem je een indicator.

Helder kalkwater is een indicator voor koolstofdioxide. Helder kalkwater wordt troebel als je er koolstofdioxide bij doet.

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Video

1.1 Verbranding
Voor verbranding zijn een brandstof en zuurstof nodig.
Na verbranding heb je water, koolstofdioxide en energie.

Verbranding kun je opschrijven in een vergelijking.
Deze staat op de volgende bladzijde (en moet je kennen!!!!)

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Tekstslide

Welke energie komt hier vrij?

Slide 21 - Tekstslide

Slide 22 - Video

VRAGEN??

Slide 23 - Tekstslide

zelf aan de slag
1.1 Lees de tekst en maak de opdrachten:

Huiswerk Opdracht 2, 3, 6, 7, 8 (vanaf blz. 9)


klaar? maak opdracht 9 en 10

Slide 24 - Tekstslide

herhalen leerdoelen
Aan het einde van de les:
- weet je dat voor verbranding zuurstof nodig is en dat koolstofdioxide ontstaat
- weet je dat je koolstofdioxide kan aantonen met een indicator

Slide 25 - Tekstslide

herhalen leerdoelen
Aan het einde van de les:
- weet je dat voor verbranding zuurstof nodig is en dat koolstofdioxide ontstaat
- weet je dat je koolstofdioxide kan aantonen met een indicator

Slide 26 - Tekstslide