LOWAN thema 1, voorzetsels

Fijn dat je er bent!
1 / 30
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2Middelbare schoolvmbo, mavo, havo, vwoLeerjaar 1

In deze les zitten 30 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 40 min

Onderdelen in deze les

Fijn dat je er bent!

Slide 1 - Tekstslide

Voorzetsels
?

Slide 2 - Tekstslide

Doel van deze les.

- Aan het eind van de les weet je de betekenis 
van de voorzetsels.
- Je kan de voorzetsels in een zin gebruiken.

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Video

De juf zit op de stoel.

Slide 5 - Tekstslide

Ik schrijf met de pen.

Slide 6 - Tekstslide

Hij schrijft op het bord.

Slide 7 - Tekstslide

Zij is verliefd op hem.

Slide 8 - Tekstslide

De juf staat voor het bord.

Slide 9 - Tekstslide

Ik ben Fatma
Zijn

Ik ben
jij bent
hij is
zij is
wij zijn 
jullie zijn
zij zijn

Slide 10 - Tekstslide

De schaar ligt op het boek

Slide 11 - Tekstslide

Jij bent op het schoolplein
Zijn

Ik ben
jij bent
hij is
zij is
wij zijn 
jullie zijn
zij zijn

Slide 12 - Tekstslide

Hij leest een boek
Lezen

Ik lees
jij leest
hij leest
zij leest
wij lezen
jullie lezen
zij lezen

Slide 13 - Tekstslide

Zij zit op de stoel
zitten

Ik zit
jij zit
hij zit
zij zit
wij zitten
jullie zitten
zij zitten


Slide 14 - Tekstslide

De meester tekent met het potlood
tekenen

Ik teken
jij tekent
hij tekent
zij tekent
wij tekenen
jullie tekenen
zij tekenen

Slide 15 - Tekstslide

Ik pak de map uit de kast
pakken

Ik pak
jij pakt
hij pakt
zij pakt
wij pakken
jullie pakken
zij pakken

Slide 16 - Tekstslide

De hond loopt voor de man.

Slide 17 - Tekstslide

Het kind loopt naast de oma.

Slide 18 - Tekstslide

Jan zit naast Jos.

Slide 19 - Tekstslide

Wat zie je?

Slide 20 - Woordweb

Slide 21 - Link

Jan zit . . . . . Jos.
A
tussen
B
in
C
naast

Slide 22 - Quizvraag

De stoelen staan
. . . . . de tafel.
A
naast
B
voor
C
op

Slide 23 - Quizvraag

De hond loopt
. . . . de man.
A
naast
B
op
C
voor

Slide 24 - Quizvraag

De meester staat . . . . . het bord.
A
tussen
B
voor
C
op

Slide 25 - Quizvraag

De juf zit . . . . de stoel.
A
naast
B
op
C
voor

Slide 26 - Quizvraag

Hij schrijft . . . . . het bord.
A
achter
B
onder
C
op
D
met

Slide 27 - Quizvraag

De meester staat ......... de deur.
A
naar
B
onder
C
voor

Slide 28 - Quizvraag

Ahmad is verliefd ......... Aïsha.
A
in
B
met
C
op

Slide 29 - Quizvraag

Slide 30 - Tekstslide