Formele brieven - tips na oefenopdracht

Formele brieven 
tips na oefenopdracht
1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsSecondary Education

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Formele brieven 
tips na oefenopdracht

Slide 1 - Tekstslide

z/n in de adresgegevens betekent
A
niets (kun je gewoon weglaten)
B
zonder nummer (moet je vermelden)
C
zonder naam (kun je gewoon weglaten)
D
zonder naam (moet je vermelden)

Slide 2 - Quizvraag

Wat is juist?
A
nog steeds
B
nogsteeds

Slide 3 - Quizvraag

Ik heb ... boekensets besteld.
A
5
B
vijf

Slide 4 - Quizvraag

Getallen
getallen tot en met twintig + tientallen tot en met honderd schrijven we voluit. 
Let op: bij exacte waarden en een nummering doen we dat anders: 5 maart, 30 graden, hoofdstuk 5

Slide 5 - Tekstslide

Ik vind het vervelend dat de bestelde boekenset niet ... is.
A
ingeleverd
B
geleverd

Slide 6 - Quizvraag

Er zijn nog meer dingen die ik graag met u zou willen bespreken.
Het gebruik van het woord dingen is ...
A
handig in een formele brief.
B
onhandig in een formele brief.

Slide 7 - Quizvraag

Ding/dingen
Het woord ding/dingen is erg vaag. Probeer in een formele brief concreet te formuleren en gebruik een ander woord.
Er zijn nog meer sponsoracties die ik met u zou willen bespreken.

Slide 8 - Tekstslide

... boek ...
A
het boek dat
B
de boek dat
C
het boek die
D
de boek die

Slide 9 - Quizvraag

Tussen twee persoonsvormen hoort een komma.
A
juist
B
onjuist

Slide 10 - Quizvraag

Ik heb ... over de bestelling.
A
klagen
B
klachten

Slide 11 - Quizvraag

Toen wij de boeken gingen bestellen(X) zeiden jullie dat ...
Op de plek van de X moet ... staan.
A
een komma
B
een puntkomma
C
een punt
D
niets

Slide 12 - Quizvraag

Ik heb de boeken ... besteld.
A
optijd
B
op tijd
C
tijdig

Slide 13 - Quizvraag

Als je begint met Geachte heer Van Dijk of Geachte mevrouw Comencencia, gebruik je in de tekst:
A
je
B
jullie
C
u

Slide 14 - Quizvraag

... probleem ...
A
het probleem die
B
de probleem die
C
het probleem dat
D
de probleem dat

Slide 15 - Quizvraag

Ik verwacht een ... reactie van u.
A
spoed
B
spoedige

Slide 16 - Quizvraag

Ik verwacht ... vijf werkdagen een reactie van u.
A
binnen
B
in

Slide 17 - Quizvraag

In de betreftregel van een klachtenbrief komt het woord klacht te staan.
A
juist
B
onjuist

Slide 18 - Quizvraag

Na Betreft: komt een kleine letter
A
ja
B
nee

Slide 19 - Quizvraag

Let op!
Als het woord na Betreft: met een hoofdletter begint (bijvoorbeeld Radulphus College), dan behoudt dat woord de hoofdletter.

Slide 20 - Tekstslide

Tips
- Zorg ervoor dat je weet wat er in de inleiding, het middenstuk en het slot moet komen te staan. (zie powerpoint, oefenbrieven en beoordelingsformulieren)
- Verdeel het middenstuk in alinea's.
- Gebruik signaalwoorden aan het begin van de alinea's in het middenstuk.

Slide 21 - Tekstslide

Tips - vervolg
- Vergeet niet te verwijzen naar de bijlage.
- Wees zorgvuldig!

Lees de opdracht goed.

Slide 22 - Tekstslide