Bijhouden voorraad

Module II - Voorraadbeheer
Week 6 - Bijhouden van de voorraad

Deel 1 van 2
1 / 45
volgende
Slide 1: Tekstslide

In deze les zitten 45 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Module II - Voorraadbeheer
Week 6 - Bijhouden van de voorraad

Deel 1 van 2

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Portfolio
Wat wordt er aan het eind van de module van je verwacht?

Zie week 10 - CGI & afronding module (bespreken)
  • Bewijsmaterialen
  • Vragen tijdens criterium gericht interview
  • Deelname praktijksituaties

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen
Aan het eind van deze week/module kun je antwoord geven op de volgende vragen:
1) Welke werkzaamheden zijn er bij voorraad inventariseren ?
2) Hoe registreer en inventariseer je de voorraad? 
3) Wat is het verschil tussen de werkelijke voorraad en de administratieve voorraad en waarom moet je deze met elkaar vergelijken ? 

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

voorraadbeheer

Slide 4 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

 voorraadbeheer
Beheren van de voorraad in een magazijn
  - aanwezige goederen
  - bestelde goederen

Werkelijke voorraad 
  Voorraad aan producten/grondstoffen die fysiek aanwezig is in het magazijn/opslag

administratieve voorraad
  Voorraad die geregistreerd staat, kan anders zijn dan werkelijke voorraad door: fouten levering,     verwerkt/weggegooid zonder te registreren.


Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe wordt een voorraad bijgehouden?

Via een computer systeem
Handmatig met een papierenlijst

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een WMS
WMS 
  • Warehouse Management System 
Wat is een WMS ?
  • Een hulpmiddel om  geautomatiseerd (papierloos) voorraad te beheren 

Slide 7 - Tekstslide

Vraag bij het plaatje van de scanner naar de ervaringen;

Wie heeft wel eens gewerkt met een professionele scanner in een magazijn?

Waar was dat?

Wat moest je doen – laat uitleggen welk proces er uitgevoerd wordt

Welke informatie denk je dat er met het scannen werd vastgelegd?

Artikel, aantal locatie?

Heeft iemand hier vragen over?

Wie heeft een dergelijke ervaring?

Wat is een WMS?
A
online voorraadsysteem
B
een warenhuisverkoper
C
de supermarkt voorraad
D
een magazijnmedewerker

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Voordelen van WMS
  • Altijd op tijd bestellen
  • nooit teveel voorraad
  • de computer houdt alles bij zoals waar ligt een artikel en wie    is er bezig met de voorraad

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 10 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Hoe heet een computersysteem dat helpt bij efficiënt werken en
voorraadbeheer?
A
WMM
B
RFID
C
WMS
D
Warehouse PC

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag
Opdracht 4 doen we samen
Opdracht 2  en 3 maak je voor jezelf
Daarna bespreken we de opdrachten


Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Nabespreking en vervolg
Wat heb je geleerd, wat weet je nog?
Volgende les gaat over het inventariseringsplan

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen
Aan het eind van deze week/module kun je antwoord geven op de volgende vragen:
1) Welke werkzaamheden zijn er bij voorraad inventariseren ?
2) Hoe registreer en inventariseer je de voorraad? 
3) Wat is het verschil tussen de werkelijke voorraad en de administratieve voorraad en waarom moet je deze met elkaar vergelijken ? 

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een WMS en waarom zou je gebruik maken van een WMS?

Slide 15 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Bijhouden van de voorraad
We bespreken er twee:
De werkelijke voorraad en de administratieve voorraad
Hoe weet je dat er een verschil is tussen de twee?

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Administratieve voorraad
De voorraad die in het computersysteem staat

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Werkelijke voorraad
De goederen die werkelijk/echt in het magazijn en de winkel aanwezig zijn, noem je de werkelijke voorraad
Als de goederen bezorgd worden dan gaat de werkelijke voorraad omhoog.

Stel dat er in het magazijn 7 fietszadels liggen. In de winkel liggen er 3. Dan is de werkelijke voorraad dus 10. 

De werkelijke voorraad is dus de voorraad die je kunt zien, die er werkelijk/echt is.

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Derving is het verschil tussen de werkelijke voorraad en de administratieve voorraad:

= werkelijke voorraad - administratieve voorraad

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat weet je van "inventariseren"? Type alle woorden die in je opkomen!
Inventariseren

Slide 20 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Voorraad inventariseren en registreren

Voorraad beheer is het bijhouden van de voorraad.
Je moet inventariseren en registreren om te weten wat je voorraad is.

Inventariseren is: de hele voorraad nakijken en tellen.
Registreren is: heel precies bijhouden en opschrijven
Controleren is: nog een keer nakijken of het klopt wat je gedan hebt.

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe kan er een ontstaat verschil ontstaan tussen de werkelijke voorraad en de administratieve voorraad

Slide 22 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Waarom moeten we de voorraad eigenlijk inventariseren? 
Wettelijke verplichting om jaarlijkse balans op te maken
Weten dat de administratieve voorraad klopt met de werkelijke voorraad. 
Een bedrijf wil weten of de voorraad kleiner is geworden door problemen. Dit kan zijn door breuk, derving, de houdbaarheidsdatum (T.H.T. ) is verstreken.

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Inventariseren is....
A
het tellen van de voorraad
B
het tellen en registreren van de voorraad
C
kijken in het magazijn hoeveel er ligt
D
Voorraad bestellen

Slide 24 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag
Opdracht 10, 12 maken we samen
Opdracht 8, 11 maak je voor jezelf
Daarna bespreken we de opdrachten


Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Nabespreking en vervolg
Wat heb je geleerd, wat weet je nog?
Vervolg les begrippen van verschillende soorten voorraad
Voorraad inventariseren en registreren

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Inventariseren gebeurd dit in ieder bedrijf?

Slide 27 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Inventariseringsplan

Slide 28 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Inventarisatieplan
Dit is een plan waarin stappen staan voor het tellen van de voorraad.
  • opruimen van het magazijn
  • Wat moet je tellen
  • Met hoeveel collega's ga je inventariseren
  • Hoeveel tijd kost het inventariseren
  • Hoe moet je registreren, lijst of scanner
  • Afwijkingen registreren
  • Afwijkingen en tellingen bespreken

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke van de volgende beweringen over inventarisatieplannen zijn juist? Meerdere antwoorden mogelijk.
A
In een inventarisatieplan staat welke voorraad je inventariseert.
B
In een inventarisatieplan staat met welke collega je de voorraad inventariseert.
C
in een inventarisatieplan staat met welke hulpmiddelen je de voorraad inventariseert.
D
In een inventarisatieplan dat je afwijkingen en tellingen bespreekt.

Slide 30 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Afwijkingen signaleren
Een afwijking is als er in de computer andere getallen staan over de voorraad dan je werkelijk in het magazijn hebt liggen.

  • Artikelen die beschadigd zijn
  • Artikelen die er moeten zijn en er minder zijn dan de computer aangeeft
  • Artikelen zijn over datum THT = ten minste houdbaar tot of TGT = te gebruiken tot

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Registreren van afwijkingen
Via een lijst die noem je manco-breuk-teveellijst:
manco = er ontbreekt iets
breuk = het is stuk of over datum
teveellijst= er zijn meer artikelen dan zou moeten

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De voorraad is geteld en dan opruimen van artikelen
Bespreek dit met je leidinggevende.
Etenswaren die over datum zijn moeten zorgvuldig worden opgeruimd
Andere in een uitverkoop bak 

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag
Opdracht 15 ? maken we samen
Opdracht 16 ? en 17 stage opdracht 18, 19, 22 maak je voor jezelf
Daarna bespreken we de opdrachten


Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Nabespreking en vervolg
Wat heb je geleerd, wat weet je nog?
Vervolg les begrippen van verschillende soorten voorraad
Voorraad inventariseren en registreren

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

wat is derving?

Slide 36 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Bekende derving
Onbekende derving 

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Derving
"Waardevermindering van de voorraad".
Twee soorten derving:
Criminele derving = door diefstal, opzettelijk kapotmaken
Niet-criminele derving:
Bekende en 
onbekende derving

Slide 38 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is derving?
A
Het kapot gaan van producten
B
Het mislopen van omzet door verschillende redenen

Slide 39 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe voorkom je derving?
- Geef producten een vaste plaats
- Zorg voor een nette opslagruimte
- FIFO: first in first out
- Administratie: neem de voorraad regelmatig op
- Let op wat er uit de vriezer komt
- Wees alert op verdachte situaties en meld ze
- voor waardevolle producten: beveiligde opslagruimte
- controleer altijd de vrachtbrief en pakbon

Slide 40 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat doe je altijd bij derving?
Je geeft dit altijd door aan je leidinggevende.


Slide 41 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Derving
Administratieve voorraad
Werkelijk beschikbare voorraad
Het verlies van voorraad/
Het verschil in voorraad
Voorraad op papier of in het systeem
Voorraad die je telt

Slide 42 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies


              Een product is beschadigd.

              Een product is onveilig.

              Er is teveel van het product                        geleverd.
              
       


              Een product is gestolen.

              Een product is kapot gevallen.

              Een product verkoopt niet goed.

              Een product is zoekgeraakt.

Sleepvraag:
Wat valt onder derving?
Geef de 4 juiste antwoorden.

Slide 43 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag
Opdracht 26 en 27 maken we samen
Opdracht 28 maak je voor jezelf
leren de begrippen 
Daarna bespreken we de opdrachten


Slide 44 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Nabespreking en vervolg
Wat heb je geleerd, wat weet je nog?
wat doe je in je portfolio
Vervolg les begrippen.

Slide 45 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies