Procenten

procenten en

vermenigvuldigingsfactor

1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
WiskundeMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 1

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

procenten en

vermenigvuldigingsfactor

Slide 1 - Tekstslide

in deze les ga je...
...breuken naar procenten omrekenen 
...rekenen met procenten
...rekenen met de vermenigvuldigingsfactor

Slide 2 - Tekstslide

is hetzelfde als
21
A
2%
B
5%
C
20%
D
50%

Slide 3 - Quizvraag

is hetzelfde als
41
A
4%
B
40%
C
25%
D
20%

Slide 4 - Quizvraag

is hetzelfde als
81
A
8%
B
12,5%
C
80%
D
25%

Slide 5 - Quizvraag

is hetzelfde als
108
A
12,5%
B
80%
C
40%
D
8%

Slide 6 - Quizvraag

is hetzelfde als
75
A
0,714%
B
1,4%
C
71,4%
D
140%

Slide 7 - Quizvraag

wat is meer
A
40%
B
1/2

Slide 8 - Quizvraag

wat is meer
A
3/4
B
80%

Slide 9 - Quizvraag

wat is meer
A
1/4
B
4%

Slide 10 - Quizvraag

vermenigvuldigingsfactor
van procenten naar decimaal getal (kommagetal)
bijvoorbeeld -> 10% = 10  :100  = 0,1
                                20% = 20  :100  = 0,2
                            55,6% = 55,6 :100 = 0,556



Slide 11 - Tekstslide

Voorbeeld
350 stoelen, hiervan zijn er 68% bezet, hoeveel stoelen zijn dit?
stap 1 -> 68% = 68 :100 = 0,68
stap 2 -> 350 x 0.68 = 238

238 stoelen zijn bezet

Slide 12 - Tekstslide

Nu met korting rekenen

Manier 1; Een broek kost €80, er zit 40% korting op, hoeveel moet ik betalen?

  • bij 40% is de vermenigvuldigingsfactor 40 :100 = 0,40
  • 0,40 x 80 = 32 <- dit is de korting, dit gaat dus van de €80 af
  • 80 - 32 = 48
  • Ik betaal €48 voor de broek

Slide 13 - Tekstslide

of manier 2:

Een broek kost €80, er zit 40% korting op, hoeveel moet ik betalen? -> ik betaal dus nog maar 60%

  • bij 60% is de vermenigvuldigingsfactor  60 :100 = 0,60
  • 0,60 x 80 = 48 <- je hebt direct de prijs van de broek 
  • Ik betaal € 48 voor de broek

Slide 14 - Tekstslide

Nu met een stijging
Er zijn 150 leerlingen, deze groep gaat toenemen met 29%
Hoeveel leerlingen zijn er na de toename?
manier 1; 
  • bij 29% is de vermenigvuldigingsfactor 29 :100 = 0,29
  • 0,29 x 150 = 43,5 <- deze leerlingen komen erbij
  • 150 + 43,5 = 193,5 leerlingen

Slide 15 - Tekstslide

Nu met een stijging
manier 2; totaal zullen er 100% + 29% = 129% leerlingen zijn
  • bij 129% is de vermenigvuldigingsfactor 129:100=1,29
  • 1,29 x 150 = 193,5 <- dit is het totale aantal leerlinge
  • 193,5 leerlingen

Slide 16 - Tekstslide

Een armband kost €15,00, je krijgt 40% korting, hoeveel moet je betalen?

Slide 17 - Open vraag

als ik 20% korting krijg dan is de vermenigvuldigingsfactor
A
0,3
B
0,2
C
0,7
D
0,1

Slide 18 - Quizvraag

als ik 20% korting krijg dan is de vermenigvuldigingsfactor
A
0,6
B
0,7
C
0,8
D
0,9

Slide 19 - Quizvraag

we nemen met 40% toe wat is mijn vermenigvuldigingsfactor?
A
1,6
B
1,9
C
1,4
D
1,2

Slide 20 - Quizvraag

we hebben 800 leerlingen en we nemen met 8% af hoeveel leerling zijn er na de afname
A
10
B
864
C
982
D
736

Slide 21 - Quizvraag

we hebben 460 leerlingen en we nemen met 17% toe hoeveel leerling zijn er na de toename
A
500,3
B
538,2
C
600,9
D
78,2

Slide 22 - Quizvraag