Thema D1. Het slavernijverleden

Thema D1. Het slavernijverleden
1 / 35
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 35 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Thema D1. Het slavernijverleden

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Video

Inhoud van het hoofdstuk


  1. Een wereld vol slaven; het is van alle tijden
  2. Slavernij in Afrika
  3. Slavenhandel in Afrika
  4. Trans-Atlantische Slavenhandel
  5. Nederlandse Slavenhandel 
  6. Omvang van de Trans-Atlantische slavenhandel
  7. Vroegmoderne opvattingen
  8. Behandeling van slaven
  9. Economische impact
  10. Discussies

Slide 3 - Tekstslide

1. Een wereld vol slaven

Slide 4 - Tekstslide

Wat is een slaaf?

Slide 5 - Open vraag

Volgens de Van Dale:
slaaf (de; m; meervoud: slaven)
1
mens die eigendom is van iemand anders en niet over zijn eigen leven mag beslissen: iemand tot slaaf maken
2
iem. die zich van bepaalde gewoonten of verplichtingen niet kan losmaken

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Wat is moderne slavernij?

Slide 13 - Open vraag

Hoe word je slaaf?

Slide 14 - Open vraag

Manieren om slaaf te worden
- Krijgsgevangene
- Armoede
- Geboren in slavernij
- Straf voor ernstige misdaden

Slide 15 - Tekstslide

Slavernij in Afrika

Slide 16 - Tekstslide

Koninkrijk Benin (Nigeria)

Slide 17 - Tekstslide

Slavernij in Benin
Relatief veel vrijheid voor de slaven:
  • vrije tijd om eigen land te bewerken
  • konden zichzelf vrijkopen

Werkkampen/werkdorpen voor slaven; konden soms uitgroeien tot zelfstandige gebieden

Slide 18 - Tekstslide

Slavernij in Benin
  • Veelal krijgsgevangenen
  • Bescherming bij krijgsheren; werden tot slaaf gemaakt
  • Misdadigers

Veel slaven: meer aanzien

Slide 19 - Tekstslide

Trans-Atlantische slavenhandel

Slide 20 - Tekstslide


De las Casas

  • Missionarissen naar Amerika
  • Bekeerde indianen mochten geen dwangarbeid verrichten
  • Ontstaan trans-atlantische slavenhandel --> slaven uit Afrika

Slide 21 - Tekstslide

KA
Uitbouw van de Europese overheersing, met name in de vorm van plantagekoloniën en de daarmee verbonden trans-Atlantische slavenhandel en de opkomst van het abolitionisme 

Verkort:  uitbreiding Europese overheersing d.m.v. plantagekoloniën, trans-Atlantische slavenhandel en ontstaan abolitionisme 

Slide 22 - Tekstslide

       (driehoekshandel)
WIC heeft rol gespeeld in de trans-Atlantische slavenhandel
1621


Slide 23 - Tekstslide

Noord-Amerika
Reden voor verschil in type kolonie:
Klimaat in het Zuiden is gunstig voor groei tabak en arbeidsintensieve plantageproducten.
(tabak heeft droge periodes nodig) 



Slide 24 - Tekstslide

Slavernij in de Nederlandse koloniën
In alle Nederlandse koloniën bestond vanaf 1600 slavenhandel en slavernij.
19e eeuw:
  • Nederlands-Indië: mijnen, havens en in de landbouw
  • Suriname en op de Antillen: katoen-, suiker- of tabaksplantages


In Nederland zelf waren slavenhandel en slavernij verboden. Toch hadden Nederlanders weinig moeite met slavenhandel en slavernij. Slavernij werd met drie argumenten verdedigd.

Slide 25 - Tekstslide

Slavernij in de Nederlandse koloniën 

Drie verantwoordingen:
1. Bijbel
2. nationalisme
3. Economie 

Slide 26 - Tekstslide

VOC
  • Maakten gebruik van veel slaven; slavernij geen slavenhandel
  • Was niet hun verdienmodel: specerijen brachten meer winst op
WIC
  • Slavenhandel was het verdienmodel
  • Na de verovering van Spaanse Zilvervloot genoeg geld om plantagekolonies te veroveren in Zuid-Amerika; indirecte oorzaak

Slide 27 - Tekstslide

Fort Elmina
Slavernij in Afrika:
- Jaarlijks 2000 slaven
- 12 miljoen slaven in totaal
- 1637 door WIC veroverd

Slide 28 - Tekstslide

Slavernij in Afrika
  • Suriname en Antillen
  • 1806: 70% Surinaamse bevolking tot slaaf gemaakten
  • werken op plantages: koffie-, hout-, katoenplantages

Slide 29 - Tekstslide

Nederland schafte 1 juli 1863 slavernij af in Suriname
  • De slavenhouders kregen voor iedere vormalig slaafgemaakte een schadevergoeding van 300 gulden (€3500)
  • De vrijgemaakte mensen moesten verplicht 10 jaar doorwerken op de plantage, vaak in nog slechtere omstandigheden
Keti Koti
Keti Koti - gebroken ketenen
jaarlijks gevierd op 1 juli

Slide 30 - Tekstslide

Vroegmoderne opvattingen slavenhandel
Houding van Nederlands: van afkeurend (tegen vooral Spanje) naar geaccepteerd met het oprichten WIC.

Bekeerde christenen moesten ook slaaf blijven; geestelijke vrijheid was genoeg.

Slide 31 - Tekstslide

Behandeling slaven
  • Mishandeling en wreedheden waren niet het doel van slavenhandel/slavernij, maar gevolg van hoe men de slaven zag; niet als mensen maar als goederen.
  • Doel; slaven de boottocht laten overleven --> zoveel mogelijk, meer winst
  • Gevolg; veel overleefden de reis niet, weinig plek, slechte omstandigheden en dus veel doden 

Slide 32 - Tekstslide

Behandeling slaven
Op de plantagekoloniën:
  • mishandelingen waren ook geen doel; je hebt niets aan "kapotte" goederen
  • Waarom kwam het dan toch vaak voor?
Conclusie: Slavernij is een wreed systeem; het werkt mishandeling in de hand, maar was niet het doel van het systeem --> slavernij is het probleem; moet dus worden afgeschaft

Slide 33 - Tekstslide

To abolish
=
Afschaffen
Abolitionisme

Slide 34 - Tekstslide

Economische impact van slavenhandel en slavernij

Slide 35 - Tekstslide