Les 2 Ontwikkelingspsychologie

Ontwikkelingspsychologie- Les 2
Noy Singer
1 / 29
volgende
Slide 1: Tekstslide
WelzijnMBOStudiejaar 1,2

In deze les zitten 29 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

Onderdelen in deze les

Ontwikkelingspsychologie- Les 2
Noy Singer

Slide 1 - Tekstslide

Deze les
Reminder vorige week
Hoofdstuk babies en peuters
Ontwikkelingsfactoren
Video's 
Reflexen
Spel soorten
Babies, peuters

Slide 2 - Tekstslide

Lesdoelen

Je weet aan het einde van deze les wat ontwikkelingspsychologie betekent.
Je weet aan het eind van deze les wat over grenzen en veiligheid bij kinderen
Je weet aan het eind van deze les iets meer over baby's en peuters

Slide 3 - Tekstslide

Theorie
Welke theorie hoort bij deze lesperiode? 
THEMA 2 Oriëntatie op de mens en zijn ontwikkeling
In Traject Welzijn account 
ThiemeMeulenhoff KD 2016 
theorie: Methodiek MZ 
niveau 3/4

Slide 4 - Tekstslide

Theorie
Wat hoort bij deze 1e lesperiode en je toets? 
THEMA 2 Oriëntatie op de mens en haar ontwikkeling
In ThiemeMeulenhoff licentie traject Welzijn
Theorie uit Methodiek MZ niveau. 3/4
Zelf inloggen bij online boek versie 
E-Dition bij KD 2016. 
Zelfstudietijd: 30 min. per week

Slide 5 - Tekstslide

Toetsing
kennistoets (MC én open vragen)
online 1 uur beschikbaar
Er is 1 kans. Mis het niet.
 Toets 1G en 1H maandag 13 april 2026
Schrijf dit op in je agenda!

Herkansing mogelijk in lesweek 4, nieuwe periode

Slide 6 - Tekstslide

Wat weet je nog van vorige week?
1. Wat zijn ontwikkelingsfasen?
2. Ontwikkelingsaspecten?

Slide 7 - Tekstslide

3 Factoren die de ontwikkeling bepalen
 
1. Interne factoren= aangeboren, erfelijk

2. Externe factoren= milieu. micro meso, macro

3. Zelfbepaling= eigen keuzes maken, vrije wil


Persoon
Zelfbepaling 
vrije wil
Nature (aanleg, erfelijkheid)
Nurture (omgeving, milieu)

Slide 8 - Tekstslide

Micro Meso, exo, macro

Slide 9 - Tekstslide

micro, meso macro systeem

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Video

Oriënterende vraag 
Heeft jouw kindertijd invloed gehad op wie je nu bent? Hoe? 

Slide 12 - Tekstslide

Wat kan je vertellen over de veiligheid, bewegingsvrijheid en grenzen voor kinderen? Waarom zijn die nodig?

Slide 13 - Open vraag

+ elke dag beweging en gezond eten

Slide 14 - Tekstslide

Japan

'Jouw reden van bestaan'
=
Ikigai, je levensdoel

Slide 15 - Tekstslide

Hoe heet de ontwikkeling
vóór de geboorte?
A
Post-nataal
B
Pre-nataal
C
pares-nataal
D
birth-natal

Slide 16 - Quizvraag

Slide 17 - Video

Slide 18 - Tekstslide

Zintuigelijk georiënteerd
Zuigreflex en grijpreflex
Ontwikkeling grove motoriek. +- 15 maanden lopen
Hand/oog coördinatie
Brabbelen, eerste woordjes +- 10 maanden
Emotioneel contact maken, huilen en lachen
Vertrouwd voelen, veiligheid ervaren, hechting
Eenkennigheid 

Wat weet je van Baby's?  
0-18 maanden

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Video

  • Sterke spieren, motorisch meer mogelijk (springen, klimmen), maar ook de fijne motoriek wordt steeds belangrijker, denk aan pengreep.
  • 2- en 3 woord zinnen en bij 3 jaar goed praten
  • Exploratiedrang vanuit een basis veiligheid.
  • Spel is parallel en concreet (wat ik zie is wat er bestaat)
  • Naarmate een peuter ouder wordt, meer fantasiespel, (magisch en animistisch denken)
  • Egocentrisme (ik gevoel- sta los van anderen)
  • Koppigheid (zelf doen en ontdekken) 
  • Structuur en veiligheid nodig
 

Wat weet je van peuters?
18 maanden- 4 jaar

Slide 21 - Tekstslide

Slide 22 - Tekstslide

Peuters

Slide 23 - Tekstslide

Google opdracht
1. Wat kan je vertellen over de eenkennigheidsfase?
2 Wat kan je vertellen over de koppigheidsfase?
3. Wat kan je vertellen over hechting?
4. Wat wordt er bedoeld met temperament?

  Vertel over 5 minuten wat je erover hebt gevonden aan de rest van de studenten. 
Hoor je nieuwe info? Maak dan aantekeningen

Slide 24 - Tekstslide

Soorten spel
Welke verschillende soorten spel-fasen doorloopt een kind? 


Slide 25 - Tekstslide

Spel fasen
1. Parallel spel is een manier van spelen bij een peuter waarbij hij niet met, maar naast de ander speelt.
2. Bewegingsspel is een spelsoort waarbij de motorische activiteit op de voorgrond staat.
3. Imitatiespel is de spelvorm waarin het nabootsen van gedrag centraal staat.
4. Constructiespel is een spelsoort waarbij het bouwen of maken van iets centraal staat.

Slide 26 - Tekstslide

Toetsing
kennistoets (MC én open vragen)
online 1 uur beschikbaar
Er is 1 kans. Mis het niet.
 Toets 1G en 1H maandag 13 april 2026
Schrijf dit op in je agenda!

Herkansing mogelijk in lesweek 4, nieuwe periode

Slide 27 - Tekstslide

 volgende week:

Kleuter en schoolkind


Slide 28 - Tekstslide

Vragen? Feedback

Goed gewerkt!
Tot volgende week! 
Wat heb je onthouden van deze les? 

Slide 29 - Tekstslide