2.2 Schoonmaken met water en zeep

H2.2 Schoonmaken met water en zeep
1 / 43
volgende
Slide 1: Tekstslide
ScheikundeMiddelbare schoolvmbo t, mavoLeerjaar 3

In deze les zitten 43 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

H2.2 Schoonmaken met water en zeep

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen 2.2 
  • Je kunt uitleggen hoe schoonmaken met water werkt.
  • Je kunt de werking van zeep beschrijven.
  • Je kunt uitleggen wat ontsmetten is.
  • Je kunt aangeven wat het verschil is tussen hard en zacht water.
  • Je kunt uitleggen wanneer kalkzeep ontstaat en wat de nadelen van kalkzeep zijn.

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Functies van water
  • Water is een goed oplosmiddel voor veel soorten vuil.
  • Vuil lost beter op in warm water dan in koud water.
  • Water is ook een goed spoelmiddel



Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Zeep
  • Belangrijkste schoonmaakmiddel bij het wassen of reinigen is altijd water geweest
  • Maar alles wordt veel schoner als je ook zeep gebruikt (bv. voor het verwijderen van vetvlekken)

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

natuurlijke zepen

  • Gemaakt van plantaardig of dierlijke oliën en vetten.
  • Groene zeep


synthetische zepen

  • Gemaakt van aardolie.

  • Detergent

Slide 5 - Tekstslide

Groene zeep, hoeft niet groen te zijn.
Werking van zeep
  • Zeep zorgt ervoor dat het water en de vetten mengen.

  • Hoe noemen we het soort mengsel waarbij water en vetten niet mengen?
  • Emulsie


Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Werking van zeep
  • Emulgator: een hulpstof die er voor zorgt dat je emulsie mengt. (vb: zeep)
  • Hydrofiel: de kop is hydrofiel, deze is goed oplosbaar in water. ‘’waterlievend’’
  • Hydrofoob: de staart is hydrofoob, deze lost niet op in water, maar wel in stoffen als olie en vet. ‘’watervrezend’’


Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

4

Slide 9 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Werking van zeep

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

01:26
Welke stoffen lossen niet op in water?
A
azijn
B
suiker
C
siroop
D
oliën en vetten

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

01:33
Hoe heet dit mengsel?
(olie/ vet met water)
A
suspensie
B
emulsie
C
oplossing

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

01:46
Wat betekent hydrofoob?

Slide 13 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

03:03
zeep en eigeel zijn voorbeelden van een: ...
A
suspensie
B
emulgator
C
kooktraject
D
oplosmiddel

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 15 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Leidingwater
  • Hard water: water met veel opgeloste kalk
  • Zacht water: water met weinig opgeloste kalk
  • Opgeloste kalk wordt onoplosbaar als het water wordt verhit: er ontstaat kalkaanslag die ketelsteen wordt genoemd.
  • Vb. kalkaanslag in koffiezetapparaten en wasautomaten, met name op het verwarmingselement.


Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Zeep en leidingwater
  • Zeepmoleculen in natuurlijk zeep reageren met kalk die in leidingwater zit opgelost. De witte stof die hierbij ontstaat wordt kalkzeep genoemd.
  • Vorming van kalkzeep heeft twee nadelen:

  1. Tijdens wassen kan kalkzeep in de kleding terechtkomen, waardoor deze grauw wordt.
  2. Je hebt meer zeep nodig omdat een deel van je zeepmoleculen met het opgeloste kalk reageert.


Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ontsmetten
  • Bij ontsmetten maak je ziekteverwekkers zoals virussen en bacteriën onschadelijk. 
  • Handen wassen met zeep is de meest effectieve maatregel om ziektes te voorkomen. 

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

2.2 Schoonmaken met water en zeep
Lees de paragraaf goed door!

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

2.2 Schoonmaken met water en zeep
Maak de opdrachten (1 t/m 13)

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

2
  • a) plantaardige en/of dierlijke oliën en vetten
  • b) aardolieproducten

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

3

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

3

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

4
  • a) Emulsie
  • b) Emulgator

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

6
  • a) Kalk
  • b) Kalkzeep

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

7
  • A

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

9
  • a) Mayonaise is vet en lost dus niet op in water. Suiker lost wel op in water. 
  • b) Eva kan haar handen wassen met water en zeep. 

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

10
  • E

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

11
  • A - 3
  • B - 2
  • C - 1
  • D - 4

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Planning
  • Nakijken: 2, 4, 6 t/m 10 (vanaf blz 81 boek A)
  • 2.2 Schoonmaken met water en zeep
  • Opdrachten maken

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Nakijken: 2, 4, 6 t/m 10 
(vanaf blz 81 boek A)

Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

2
  • a) gedestilleerd water heeft een andere samenstelling. Gedestilleerd water is een zuivere stof, drinkwater niet. In drinkwater zitten nog opgeloste stoffen, zoals kalk, zout, mineralen en zuurstof.
  • b) Zoet water bevat veel minder zout dan zout water.
  • c) juiste voorbeelden: rivierwater, zeewater, slootwater, water uit kanalen, meren en plassen
  • onjuiste voorbeelden: grondwater, regenwater

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

4
  • a) 2,6: 0,20 = 13 g/L
  • b) 0,30: 0,20 = 1,5 g/L
  • c) 0,60: 0,20 = 3,0 g/L

Slide 38 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

6
  •  9,0 × 5000 = 45 000 mg = 45 g
  • Er is 45 000 mg zuurstof aanwezig in het vijverwater. Dit is 45 g zuurstof.

Slide 39 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

7
  •  a) Door klimaatverandering komt er minder smeltwater vanuit de bergen in de Rijn
  • b) De hoeveelheid verontreiniging blijft (ongeveer) gelijk, maar zit in een kleiner volume. De concentratie verontreiniging is daarom hoger geworden

Slide 40 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

8
  •  A

Slide 41 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

9
  •  C

Slide 42 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

10
  •  B

Slide 43 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies