VZ VM2A M4 Les 3 Voeding en vertering 2.2 Voedingsstoffen

VZ VM2A M4 Mens en Voeding

Les 3 Voeding en vertering
2.2 Voedingsstoffen
1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
Biologie / VerzorgingMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 2

In deze les zitten 19 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 90 min

Onderdelen in deze les

VZ VM2A M4 Mens en Voeding

Les 3 Voeding en vertering
2.2 Voedingsstoffen

Slide 1 - Tekstslide

2.2 Voedingsstoffen
Leerdoel 2. 2 Je kunt zes groepen voedingsstoffen noemen met hun functies.

Slide 2 - Tekstslide

Voedingsstoffen
In voedingsmiddelen zitten voedingsstoffen. Je lichaam gebruikt deze als brandstof, bouwstof, reservestof of beschermende stof.

Slide 3 - Tekstslide

Zes groepen
Er zijn zes groepen voedingsstoffen:
• eiwitten
• koolhydraten
• vetten
• water
• mineralen
• vitaminen

Slide 4 - Tekstslide

Eiwitten

Slide 5 - Tekstslide

Koolhydraten

Slide 6 - Tekstslide

Vetten

Slide 7 - Tekstslide

Water

Slide 8 - Tekstslide

Mineralen

Slide 9 - Tekstslide

Vitaminen

Slide 10 - Tekstslide

Behoefte aan voedingsstof
Je lichaam heeft alle voedingsstoffen nodig:
• Eiwitten zijn een bouwstof. Je lichaam kan eiwitten ook verbranden, dan is het een brandstof.
• Koolhydraten zijn een brandstof. Je lichaam gebruikt koolhydraten ook als bouwstof. Voorbeelden van koolhydraten zijn suiker en zetmeel.
• Vetten zijn vooral brandstof, maar ook bouwstof en reservestof.
• Water is een belangrijke bouwstof voor je lichaam. Je lichaam bestaat voor ongeveer 60% uit water.

Slide 11 - Tekstslide

Behoefte aan voedingsstof
• Mineralen zijn een bouwstof en een beschermende stof. Voorbeelden van mineralen zijn kalk, ijzer en keukenzout. Mineralen worden ook wel zouten genoemd.
• Vitaminen zijn een bouwstof en een beschermende stof. Als je te weinig vitaminen eet, word je ziek.

Er zijn veel vitaminen. Ze worden aangegeven met een letter. Bijvoorbeeld: vitamine C, vitamine A en vitamine B.

Slide 12 - Tekstslide

"Bouwstof dat ook als brandstof kan worden gebruikt"
over welke voedingsstof gaat dit?
A
eiwitten
B
mineralen
C
koolhydraten
D
vetten

Slide 13 - Quizvraag

"Brandstof dat ook als bouwstof wordt gebruikt"
over welke voedingsstof gaat dit?
A
eiwitten
B
mineralen
C
koolhydraten
D
vetten

Slide 14 - Quizvraag

"Vooral brandstof, maar ook bouwstof en reservestof"
over welke voedingsstof gaat dit?
A
eiwitten
B
mineralen
C
koolhydraten
D
vetten

Slide 15 - Quizvraag

"Belangrijke bouwstof voor je lichaam"
over welke voedingsstof gaat dit?
A
water
B
mineralen
C
vitaminen
D
vetten

Slide 16 - Quizvraag

"Bouwstof en beschermende stof"
over welke voedingsstof gaat dit?
A
water
B
mineralen
C
vitaminen
D
vetten

Slide 17 - Quizvraag

Leerdoel: Je kunt zes groepen voedingsstoffen noemen met hun functies.


Voedingsmiddelen bevatten voedingsstoffen.
– We spreken van zes groepen voedingsstoffen: eiwitten, koolhydraten, vetten, water, mineralen en vitaminen.

– Zetmeel en suiker zijn voorbeelden van koolhydraten.
– IJzer, keukenzout en kalk zijn voorbeelden van mineralen.

Slide 18 - Tekstslide


Voedingsstoffen hebben vier functies:
brandstof: koolhydraten, vetten en eiwitten
bouwstof: alle voedingsstoffen
reservestof: vetten
beschermende stof: mineralen en vitaminen


Vitaminen worden aangegeven met een letter 
(bijvoorbeeld A, B, C en D).

Slide 19 - Tekstslide