les articles

Vendredi 2 decembre
Objectif d'apprentissage: apprendre les articles
1 / 17
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolvwoLeerjaar 5

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quiz en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Vendredi 2 decembre
Objectif d'apprentissage: apprendre les articles

Slide 1 - Tekstslide

Les articles ( de lidwoorden)
Welke lidwoorden ken je allemaal in het Frans?

Slide 2 - Tekstslide

Welke lidwoorden ken je allemaal in het Frans?

Slide 3 - Woordweb

Bepaalde lidwoorden
Le ( man enk ) --> le chien --> de hond
la ( vr enk)--> la classe --> de klas
l'(  m/v enk begint met klinker of stomme h) --> l'école --> de school
les ( mv) --> les chiens --> de honden

Slide 4 - Tekstslide

Onbepaald lidwoord 
un ( man enk) --> un chien --> een hond
une ( vr enk) --> une classe --> een klas

des ( mv) --> des chiens --> honden

Slide 5 - Tekstslide

Delend lidwoord 
du/ de la / de l'/ des

Je gebruikt het delend lidwoord als er GEEN lidwoord of getal voor het znw staat in het Nederlands staat en als je de hoeveelheid niet weet.

Slide 6 - Tekstslide

Du 
Mannelijk enkelvoud
Il mange du pain avec du fromage.
Hij eet brood met kaas.

Slide 7 - Tekstslide

De la
vrouwelijk enkelvoud

Elle a acheté de la glace avec de la chantilly.
Zij heeft ijs met slagroom gekocht.

Slide 8 - Tekstslide

De l'
woorden in het enkelvoud die met een klinker beginnen.

Il boit de l'eau.
Hij drinkt water.

Slide 9 - Tekstslide

Des
Meervoud m/v

Il achète des bonbons au suermarché.

Hij koopt snoepjes in de supermarkt.

Slide 10 - Tekstslide

Attention!
Als je praat over dingen in het algemeen dan gebruik je in het Frans het bepaald lidwoord i.p.v. het delend lidwoord.

Mensen gaan graag uit eten.
Les gens aiment aller au restaurant.
Sport is goed voor je gezondheid.
Le sport est bon pour la santé.

Slide 11 - Tekstslide

Na een woord van hoeveelheid of ontkenning.

De delende lidwoorden du/ de la/ de l'/ des veranderen in de/ d'

Il boit un verre d'eau.
Il mange beaucoup de bonbons.
Elle ne mange pas de pain.

Slide 12 - Tekstslide

Attention!
Na een ontkenning veranderen onbepaalde ( un, une,des) en delende lidwoorden ( du/ de la/ de l'/ des ) in de / d' behalve bij être.

C'est une pomme. Ce n'est pas une pomme. 

Slide 13 - Tekstslide

Aimer/ détester/ préférer/ adorer/ hair/ supporter

Na deze werkwoorden gebruik je altijd een bepaald lidwoord, ook na de ontkenning

Slide 14 - Tekstslide

Exemple
Tu aimes les bonbons au chocolat.
Tu n'aimes pas les bonbons au chocolat.
Il déteste la glace à la vanille.
Il ne déteste pas la glace à la vanille. 

Slide 15 - Tekstslide

l’ article
1. Elle boit une tasse ... thé.
2. Tu veux ... coca? Non, je n’aime pas ... coca , je préfère ... eau.
3. Il n’achète jamais ... produits de luxe.
4. ... vieilles voitures contribuent à la pollution de l’air.
5. Je n’ai pas ... devoirs pour demain, heureusement.
6. Ce ne sont pas ... animaux dangereux.

Slide 16 - Tekstslide

Au travail 
Faire ex. 37 c et 38 b    p. 77

Slide 17 - Tekstslide