Herhaling schrijven + nieuws

Herhaling toetsstof
Schrijven + nieuws
Brugklas HV/V
1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Herhaling toetsstof
Schrijven + nieuws
Brugklas HV/V

Slide 1 - Tekstslide

Welke vijf soorten nieuws kennen we?

Slide 2 - Open vraag

'Amerikaanse president treedt af'
A
Internationaal nieuws
B
Nationaal nieuws
C
Regionaal nieuws
D
Lokaal nieuws

Slide 3 - Quizvraag

'Nieuwe docent Nederlands op het Rodenborch College'
A
Nationaal nieuws
B
Regionaal nieuws
C
Lokaal nieuws
D
Hyperlokaal nieuws

Slide 4 - Quizvraag

'Jumbo in Rosmalen gaat voorgoed dicht'
A
Nationaal nieuws
B
Regionaal nieuws
C
Lokaal nieuws
D
Hyperlokaal nieuws

Slide 5 - Quizvraag

'Koningsdag wordt voortaan op een andere datum gevierd'
A
Internationaal nieuws
B
Nationaal nieuws
C
Regionaal nieuws
D
Lokaal nieuws

Slide 6 - Quizvraag

'Meer toezicht van agenten in Eindhoven en omgeving'
A
Nationaal nieuws
B
Regionaal nieuws
C
Lokaal nieuws
D
Hyperlokaal nieuws

Slide 7 - Quizvraag

'156 mensen in Seoul omgekomen tijdens Halloweenfeest'
A
Internationaal nieuws
B
Nationaal nieuws
C
Regionaal nieuws
D
Lokaal nieuws

Slide 8 - Quizvraag

'Het straatfeest van de Waalseweg was een groot succes'
A
Nationaal nieuws
B
Regionaal nieuws
C
Lokaal nieuws
D
Hyperlokaal nieuws

Slide 9 - Quizvraag

Wat zijn de criteria van nieuws? (het zijn er 5)

Slide 10 - Open vraag

Een titel van een nieuwsbericht heeft altijd één van de twee doelen. Wat zijn de twee doelen?

Slide 11 - Open vraag

Hoofdletter of geen hoofdletter?
A
Kerstcadeau
B
kerstcadeau

Slide 12 - Quizvraag

Waar staan de hoofdletters goed?
A
mevrouw Van De Voort
B
mevrouw van de Voort
C
mevrouw Van de Voort
D
Mevrouw van de Voort

Slide 13 - Quizvraag

Hoofdletter of geen hoofdletter?
A
lente
B
Lente

Slide 14 - Quizvraag

Bij welk woord is de hoofdletter fout?
A
Engels
B
Amsterdamse
C
Noorden
D
Peugeot

Slide 15 - Quizvraag

Hoofdletter of geen hoofdletter?
A
intertoys
B
Intertoys

Slide 16 - Quizvraag

Hoofdletter of geen hoofdletter?
A
Pasen
B
pasen

Slide 17 - Quizvraag

Hoofdletter of geen hoofdletter?
A
Ameland
B
ameland

Slide 18 - Quizvraag

Hoofdletter of geen hoofdletter?
A
december
B
December

Slide 19 - Quizvraag

Waar staat de komma goed?
A
Ik ga naar huis want, ik ben klaar.
B
Ik ga naar huis, want ik ben klaar.

Slide 20 - Quizvraag

Wel of geen komma?
A
Als ik mijn kamer opruim, mag ik naar de kermis.
B
Als ik mijn kamer opruim mag ik naar de kermis.

Slide 21 - Quizvraag

Oefenen/leren
1. Leer de theorie uit de reader (tip: maak flashcards)
2. Oefen met hoofdletters en leestekens (digitaal > cursus 7 par. 1)
3. Oefen met stukjes (lead/kern/titel/tussenkopjes) schrijven

Slide 22 - Tekstslide