TC A2 Thema 4.2

TaalCompleet les 4.2
Morgen moet ik werken - Daarom moet ik vroeg opstaan.
1 / 32
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2ISK

In deze les zitten 32 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

TaalCompleet les 4.2
Morgen moet ik werken - Daarom moet ik vroeg opstaan.

Slide 1 - Tekstslide

Programma 18 maart
Herhaling zinnen met inversie.
Schrijfoefening: Wat ga je thuis doen?
Thema 4.2
Herhaling reden/gevolg en daarom/daardoor
A tot Zin pagina 184+185 + werkblad + spreekoefeningen
Oefenopdrachten schrijfexamen

Slide 2 - Tekstslide

Korte herhaling

Slide 3 - Tekstslide

Hoofdzin met inversie

Slide 4 - Tekstslide

Wat ga je thuis doen?
Schrijf vijf zinnen.

Gebruik: eerst, dan, daarna, vervolgens, ten slotte

Slide 5 - Tekstslide

Wat ga je thuis doen?
(gebruik: EERST)

Slide 6 - Open vraag

Wat ga je thuis doen?
(gebruik: DAN)

Slide 7 - Open vraag

Wat ga je thuis doen??
(gebruik: DAARNA)

Slide 8 - Open vraag

Wat ga je thuis doen?
(gebruik: VERVOLGENS)

Slide 9 - Open vraag

Wat ga je thuis doen?
(gebruik: TEN SLOTTE)

Slide 10 - Open vraag

Video 4.2
Morgen moet ik werken.- Daarom moet ik vroeg opstaan.

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Link

Vergelijk
Ik ga niet naar school, omdat ik ziek ben.

Ik ben ziek.    Daarom ga ik niet naar school.

Ik ben dik, omdat ik veel eet.
Ik eet veel.     Daarom ben ik dik.


Slide 13 - Tekstslide

  • De volgende signaalwoorden geven een reden aan.
  • omdat 
  • want

Ik blijf thuis, omdat het regent.                              
Ik blijf thuis, want het regent.
                           reden 

          Het regent: de reden


Ik blijf thuis, omdat het regent.
                       

       
gevolg
reden

Slide 14 - Tekstslide

  • De volgende signaalwoorden geven een gevolg aan.
    Een gevolg is wat er gebeurt door een reden. (de regen) 
  • daarom 
  • daardoor

Het regent, daarom blijf ik thuis.                           
Het regent, daardoor staat de straat 
                         onder water.
            GEVOLG
                 Vergelijk:
Ik blijf thuis, omdat het regent.
Ik blijf thuis, want het regent.

Het regent, daarom blijf ik thuis.
  reden
 gevolg

Slide 15 - Tekstslide

Daarom / daardoor
  • daarom 
  • daardoor

Het regent, daarom blijf ik thuis.                           
Het regent, daardoor staat de straat 
                         onder water.
                      Vergelijk:
Het regent, daarom blijf ik thuis.


Het regent, daardoor staat de straat onder water.
 Gevolg van een besluit van een   persoon.
 Gevolg van een situatie. Geen   beslissing!

Slide 16 - Tekstslide

Vul in:

De deur stond open. ......... kwam er kou binnen.
A
daarom
B
daardoor

Slide 17 - Quizvraag

Vul in:

De computer deed het niet.
......... kon ik niet werken.
A
daarom
B
daardoor

Slide 18 - Quizvraag

Vul in:

Hij had geen tijd. ......... ging hij snel weg.
A
daarom
B
daardoor

Slide 19 - Quizvraag

Opdracht 20: maak de zinnen af

Slide 20 - Tekstslide

1. Ik heb nieuwe kleren nodig.
Daarom..

Slide 21 - Woordweb

2. Ik ga eerst nieuwe schoenen kopen.
Daarna..

Slide 22 - Woordweb

3. Ik heb ook een warme jas nodig,
want..

Slide 23 - Woordweb

4. Ik ga ook nog even naar de markt.
Misschien..

Slide 24 - Woordweb

5. Mijn vriend woont in de stad.
Soms..

Slide 25 - Woordweb

6. Sander is ziek. Daarom..

Slide 26 - Woordweb

7. Hij is erg moe, dus..

Slide 27 - Woordweb

8. Hij heeft een belangrijke afspraak.
Helaas...

Slide 28 - Woordweb

Werkblad 5.17 A tot Zin
Pagina 184-185

Slide 29 - Tekstslide

Vrije dag aanvragen
U wilt volgende week een dag vrij vragen. 
U schrijft een e-mail aan uw chef, meneer Jansen.

• U schrijft wanneer u vrij wilt hebben. Bedenk zelf een dag en datum.
• U schrijft waarom u vrij wilt hebben. Bedenk zelf waarom.

Schrijf de e-mail.
Schrijf in hele zinnen.

Slide 30 - Tekstslide

Formulier invullen
U doet altijd boodschappen bij supermarkt Het hoekje. 
De eigenaar van de supermarkt heeft u gevraagd een vragenlijst in te vullen over zijn supermarkt.

                                                            
                                                        Opdracht
Vul het formulier volledig in. U mag de informatie zelf verzinnen.


Slide 31 - Tekstslide

Begrijp je de les?
😒🙁😐🙂😃

Slide 32 - Poll