Interactieve les over de sporten van de Olympische Winterspelen



1 / 44
volgende
Slide 1: Tekstslide
Nieuwe lesbewerkerLichamelijke opvoedingMiddelbare schoolvmboLeerjaar 1-4

In deze les zitten 44 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Dit is niet oké

Onderdelen in deze les



Deze slide heeft geen instructies

Deze slide heeft geen instructies

Wat weet je al over de Olympische Winterspelen?

Deze slide heeft geen instructies

Lesdoelen

1. Ik weet welke sporten er meedoen aan de Olympische winterspelen.

2. Ik kan wat vertellen over de sporten die meedoen met de Olympische Winterspelen.

3. Ik kan vertellen welke sport mij het leukst lijkt en waarom. 

Deze slide heeft geen instructies

Waarom kwamen er Winterspelen?

  • De eerste moderne Olympische Spelen waren alleen zomersporten.

  • Sporten zoals: schaatsen, skiën, ijshockey konden daar niet goed in mee.

       Deze sporten hebben ijs en sneeuw nodig, daarom ontstond het idee om  

       aparte Olympische spelen voor wintersport te houden. 


Deze slide heeft geen instructies

De eerste Olympische Winterspelen

Jaar: 1924

Plaats: Chamonix, Frankrijk

Dit heette eerst een internationale wintersportweek

Later werd dit officieel de eerste Olympische Winterspelen


 Belangrijk: 16 landen deden mee met ongeveer 250 sporters.

 Het begon met bijna alleen mannen (vrouwen mochten later meedoen).

Deze slide heeft geen instructies

Deze slide heeft geen instructies

Waar worden de Olympische winterspelen in 2026 gehouden?

A

Milaan

B

Tokio

C

Londen

D

Berlijn

Deze slide heeft geen instructies

Welke sporten doen er mee?

Er doen 7 verschillende sporten mee: 

  1. biatlon

  2. curling

  3. ijshockey

  4. rodelen

  5. schaatsen 

  6. skiën (waar ook snowboarden onder valt), 

  7. ski-alpinisme en sleesporten

Deze slide heeft geen instructies

Biatlon


Deze slide heeft geen instructies

Deze slide heeft geen instructies

Biatlon is een gecombineerde sport, de combinatie bestaat uit ... en ...

A

Langlaufen en geweerschieten

B

Langlaufen en bowlen

C

Skiën en geweerschieten

D

Skiën, hardlopen en curling

Deze slide heeft geen instructies

Wat moet je doen als je schoten mist?

A

Niets, je moet 5 doelen raken om door te mogen.

B

Een strafronde langlaufen of een tijdsstraf

C

10 pushups

D

Een liedje zingen

Deze slide heeft geen instructies

Curling


Deze slide heeft geen instructies

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het doel van het vegen?

Deze slide heeft geen instructies

Waarom hebben curlingspelers speciale schoenen aan?

A

Omdat ze warmer zijn

B

Omdat één schoen kan glijden en de andere niet

C

Hun eigen schoenen met aangepaste gladde zolen

D

Omdat ze er mooi uitzien

Deze slide heeft geen instructies

Ijshockey


Deze slide heeft geen instructies

Deze slide heeft geen instructies

Hoeveel spelers spelen er tegelijk bij een ijshockeywedstrijd? (inclusief keeper)

A

6 spelers

B

12 spelers

C

11 spelers

D

7 spelers

Deze slide heeft geen instructies

Slee sporten 


Deze slide heeft geen instructies

Deze slide heeft geen instructies

De sleesporten op de Olympische spelen bestaan uit:

A

Langlaufen en geweerschieten

B

Rodelen en bobslee

C

Rodelen, bobslee en skeleton

D

Skeleton, bobslee

Deze slide heeft geen instructies

Wat voor snelheden kunnen bij het bobsleeën bereikt worden?

A

+/- 80 KMPH

B

+/- 150 KMPH

C

+/- 100 KMPH

D

+/- 125 KMPH

Deze slide heeft geen instructies

De snelheid van een bobslee is afhankelijk van?

A

De glijders van de bobslee

B

De aerodynamica van de bobslee

C

Totale gewicht van de deelnemers en de bobslee

D

Al het bovenstaande is juist

Naast het aanduwen bij de start is er tijdens een bobsleewedstrijd één kracht die er voor zorgt dat de bobslee snelheid maakt, de zwaartekracht (FZ) (zie figuur 1). Deze zwaartekracht heeft een component die loodrecht op de helling staat (FZ * cos α) en een component die parallel loopt aan de helling (FZ * sin α). De normaalkracht (FN) is de kracht di loodrecht op het raakvlak met het voorwerp (in dit geval de helling) werkt. Aan de zwaartekracht zit een maximum aangezien er regels zijn verbonden aan het gewicht van de bobslee. Het maximum gewicht van de bobslee, inclusief atleten en uitrustingen, is voor de twee- en viermansbob respectievelijk 390 en 630 kg.


Om de luchtweerstand zo laag mogelijk te houden wordt er door alle bobsleeteams hard gewerkt aan de aerodynamica van de bobslee. Door de vorm van de bobslee aan te passen kan de luchtweerstand worden verminderd (net zoals bij een vliegtuig). Aan de TU Delft werd onderzoek gedaan naar de meest aerodynamische bobsleeconfiguratie [1]. Hier kwam uit dat de helm van de piloot, de spleet aan de zijkant van de bobslee en de houding van de bemanning wezenlijke invloed hadden op de aerodynamische weerstand van de bobslee (Nando Timmer, 2006). Tijdens de Olympische Spelen van Vancouver werd de Nederlandse bobslee zelfs ingesmeerd met een gladde weerstandverminderende coating.

Schaatsen


Deze slide heeft geen instructies

Het onderdeel schaatsen gaat altijd om 'zo snel mogelijk'

A

Waar

B

Niet waar

C


D


Deze slide heeft geen instructies

Deze slide heeft geen instructies

Noem zoveel mogelijk bekende Nederlandse schaatsers

Deze slide heeft geen instructies

Patrick Roest en Sven Kramer


Shorttrack

Bij het shorttrack is de tijd van een schaatser niet  belangrijk. Vier tot zes schaatsers starten tegelijk en de schaatser die als eerste finisht wordt als winnaar aangewezen. 


Naast techniek en conditie hebben shorttrackers ook behendigheid, tactiek en acceleratievermogen (sneller kunnen gaan) nodig. 

Shorttrack staat bekend om spectaculaire inhaalacties, waarbij onder meer binnendoor en buitenom ingehaald wordt, vaak met de hand aan het ijs in de bochten.

Deze slide heeft geen instructies

Skiën en snowboarden


Deze slide heeft geen instructies

Deze slide heeft geen instructies

Als je valt dan kunnen je skies vanzelf uitgaan.

A

Waar

B

Niet waar

C


D


Deze slide heeft geen instructies

Welke kleur heeft meestal de makkelijkste piste?

A

groen of blauw

B

rood

C

wit

D

zwart

Deze slide heeft geen instructies

Deze slide heeft geen instructies

Waarom staan snowboarders met beide voeten vast op één board?

A

Om beter balans te houden tijdens het glijden

B

Om sneller te gaan

C

Omdat het stoerder is

D

Geen idee

Deze slide heeft geen instructies



Deze slide heeft geen instructies

Wat denk je dat de hoogst behaalde snelheid is die tijdens het snowboarden is gemeten?

Deze slide heeft geen instructies

Welke sport zou jij het liefst doen op Olympische winterspelen?

Deze slide heeft geen instructies

Deze slide heeft geen instructies

Wat heb je geleerd van deze les?

Deze slide heeft geen instructies

Poll

Deze slide heeft geen instructies