VORMING · GEZIN SINDS 1920
Gezin sinds 1920
Examenstof maatschappijwetenschappen havo
VORMING · GEZIN SINDS 1920
Gezin sinds 1920
Examenstof maatschappijwetenschappen havo
Les 1 van 3: uitleg. Les 2 is de examentraining, les 3 de terugblik met quiz. Syllabus: B3 (6.1), B4 (7.1-7.3). Image credit: Jac. de Nijs / Anefo, Nationaal Archief / Wikimedia Commons, CC0
VORMING · GEZIN SINDS 1920
Wat ga je kunnen?
Ik kan beschrijven hoe het gezin en andere samenlevingsvormen sinds de jaren twintig veranderden, en wat de overheid en politieke stromingen daarvan vonden.
Deze slide heeft geen instructies
Waar denk je aan bij het gezin van vroeger? En bij het gezin van nu?
Syllabus 6.1. Verwachte woorden: vader werkt, moeder thuis, veel kinderen, gehoorzamen, scheiden, samenwonen, stiefouders, single. Gebruik de woorden om vroeger en nu te sorteren: de les laat zien hoe en waarom het gezin veranderde.
Ouders en kinderen op een bankje met kinderwagens, 1950
VORMING · GEZIN SINDS 1920
Vier periodes sinds de jaren twintig
Jaren twintig tot zestig: het kostwinnersgezin is dominant.
Jaren zestig tot tachtig: het moderne gezin komt op.
Jaren tachtig en negentig: individualisering zet door.
21e eeuw: minder mensen leven in een gezin.
Syllabus 6.1: de geschiedenis van het gezin is in vier periodes te classificeren aan de hand van kenmerkende maatschappelijke ontwikkelingen. Tot de jaren zestig was de samenleving verzuild: verdeeld in groepen (zuilen) met eigen organisaties. Veelgemaakte fout: denken dat het ene gezinstype het andere in een keer verving. Het kostwinnersgezin bleef bestaan naast het moderne gezin. Image credit: Jac. de Nijs / Anefo, Nationaal Archief / Wikimedia Commons, CC0
Een huisvrouw met schoonmaakspullen, 1952
VORMING · GEZIN SINDS 1920
Het kostwinnersgezin
Veel mensen zagen het gezin als de hoeksteen van de samenleving.
Duidelijke taakverdeling: de man zorgde voor het inkomen, de vrouw voor huishouden en kinderen.
Tot in de jaren zestig moesten vrouwen stoppen met werken als ze trouwden.
Syllabus 6.1: periode jaren twintig tot zestig. Het ideaal om zelfstandig te wonen werd door onder andere de woningnood pas in de jaren zeventig bereikt. Na de Tweede Wereldoorlog was er een babyboom en economische groei. Vraag bij de foto: welk beeld van de rol van de vrouw hoort hierbij? Veelgemaakte fout: denken dat vrouwen toen nooit werkten. De syllabus zegt dat vrouwen moesten stoppen als ze trouwden. Image credit: J.D. Noske / Anefo, Nationaal Archief / Wikimedia Commons, CC0
Dolle Mina demonstreert voor crèches op het Binnenhof, Den Haag, 1970
VORMING · GEZIN SINDS 1920
Van bevelshuishouding naar onderhandeling
Kostwinnersgezin: bevelshuishouding. Gehoorzaamheid stond voorop, grote gezagsafstand.
Vanaf de jaren zestig: onderhandelingshuishouding. Taken en rollen worden overlegd.
Opvoedingsideaal: ontplooiing van het kind.
Oorzaken: rationalisering, democratisering, individualisering en ontzuiling.
Syllabus 6.1: in het moderne gezin veranderde de bevelshuishouding in de onderhandelingshuishouding, de gezagsafstand werd kleiner. Ontzuiling: door welvaart en mobiliteit ontmoette men vaker mensen van andere zuilen, de scheidingen werden minder strikt. Individualisering: individuele ontplooiing werd belangrijker. Foto uit 1970: vrouwen eisen crèches. Veelgemaakte fout: onderhandelingshuishouding zien als geen regels meer. Er wordt overlegd, ouders blijven ouders. Image credit: Rob Mieremet / Anefo, Nationaal Archief / Wikimedia Commons, CC0
Wat kenmerkt een bevelshuishouding?
Kinderen en ouders overleggen over taken en rollen
Gehoorzaamheid staat voorop en de gezagsafstand is groot
Beide ouders delen het gezinsinkomen en de zorgtaken
Er zijn geen vaste regels in huis
Syllabus 6.1. Fout 1 is de onderhandelingshuishouding.
Zet op volgorde, van oud naar nieuw
Syllabus 6.1: jaren twintig-zestig, zestig-tachtig, tachtig-negentig, 21e eeuw.
VORMING · GEZIN SINDS 1920
Welvaart en emancipatie
Hoogconjunctuur tot de oliecrisis van 1973: veel vraag naar arbeidskrachten.
Meer vrouwen werken buitenshuis en volgen vaker een opleiding.
Vrouwenemancipatie wordt een belangrijke sociale beweging.
Mensen gaan eerst samenwonen, gezinnen worden kleiner (de pil).
Syllabus 6.1: periode zestig-tachtig. Emancipatie: het streven naar gelijke positie en kansen, hier van vrouwen. De sociale ongelijkheid tussen mannen en vrouwen op sociaaleconomisch gebied nam af. Moederschap werd een bewuste keuze, mede door de anticonceptiepil; in de jaren tachtig werd abortus wettelijk toegestaan. Veelgemaakte fout: denken dat daarmee gelijkheid bereikt was. Vrouwen werkten nog veel vaker parttime dan mannen.
Vrouwelijke bouwvakkers verbouwen een pand voor een woongroep, 1987
VORMING · GEZIN SINDS 1920
De meerkeuzemaatschappij
Jaren tachtig en negentig: het individu staat centraal.
Meerkeuzemaatschappij: steeds meer aanbod aan opleidingen en vrijetijdsbesteding.
Keuzes zijn minder bindend: je wisselt van opleiding, partner en woonruimte.
Co-ouderschap en patchworkgezinnen ontstaan.
Syllabus 6.1: jaren tachtig en negentig. Patchworkgezin: gezin met kinderen uit eerdere relaties; het ontstaat doordat keuzes minder bindend zijn en men van partner kan wisselen. Zelfontplooiing, ook van ouders, staat centraal. Naast het moderne gezin ontstonden woongroepen en ongehuwd samenwonen. Vraag bij de foto: welke andere samenlevingsvorm dan het gezin zie je hier? Veelgemaakte fout: meerkeuzemaatschappij verwarren met een keuze voor een politieke partij. Image credit: Rob Croes / Anefo, Nationaal Archief / Wikimedia Commons, CC0
VORMING · GEZIN SINDS 1920
Toebedeelde en verworven relaties
Toebedeelde relaties krijg je mee, zoals familie en verwanten. Het onderhouden is minder vanzelfsprekend geworden.
Verworven relaties kies je zelf, zoals vriendschappen en netwerken.
Verworven relaties worden steeds belangrijker, ook in de 21e eeuw.
Syllabus 6.1: toebedeelde relaties zoals familie en verwantschapsrelaties werden anders vormgegeven, het onderhouden was minder vanzelfsprekend; de nadruk kwam op verworven relaties, zelfgekozen relaties en netwerken zoals vriendschappen. Veelgemaakte fout: denken dat je toebedeelde relaties niet meer hebt. Ze zijn er nog, maar het onderhouden is minder vanzelfsprekend.
Standbeeld Mantelzorg van Johan van Hoof
VORMING · GEZIN SINDS 1920
Het gezin in de 21e eeuw
In 2016 was bijna 40% van de huishoudens een eenpersoonshuishouden.
Jongeren trouwen of wonen later samen, ouderen blijven langer zelfstandig wonen.
Participatiesamenleving: de overheid trekt zich terug, burgers dragen meer zorg, zoals mantelzorg.
Vergrijzing, deeltijdwerk en flexwerk nemen toe.
Syllabus 6.1 (CBS 2017: bijna 40% in 2016). Iemand in een eenpersoonshuishouden is niet per se single: de LAT-relatie was populair, vooral onder jongeren. Het moderne gezin was het meest voorkomend, ook het kostwinnersgezin kwam voor. Veelgemaakte fout: eenpersoonshuishouden gelijkstellen aan alleen en eenzaam. Image credit: WillemBod / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0
Welk voorbeeld is een verworven relatie?
Je oom en tante van moederskant
De ouders bij wie je bent opgegroeid
Een vriendengroep die je zelf hebt uitgekozen
Je broer en je zus
Syllabus 6.1. Alle foute opties zijn familie en dus toebedeeld.
Vul in
In de meerkeuzemaatschappij is veel aanbod en zijn keuzes minder bindend. In de participatiesamenleving legt de overheid meer verantwoordelijkheid bij de burger.
Syllabus 6.1.
Waarom groeide het eenpersoonshuishouden?
Syllabus 6.1: jongeren trouwen of wonen later samen, of ouderen blijven langer zelfstandig wonen. Verwachte fout: omdat mensen geen relatie willen. Niet iedereen is single, zie de LAT-relatie.
VORMING · GEZIN SINDS 1920
Gezinsbeleid: terughoudend, maar niet afwezig
De overheid was van oudsher terughoudend bij de opvoeding, een gevolg van de verzuiling.
Haar rol: een wettelijk kader, zoals ouderlijk gezag, en financiële en praktische voorwaarden.
In totalitaire staten bemoeit de staat zich veel intensiever met de opvoeding.
Syllabus 7.1. Terughoudendheid is geen vanzelfsprekendheid: in totalitaire staten is de staat veel actiever. In de jaren zestig kwamen er afdelingen maatschappelijk werk in gemeenten om problemen binnen en tussen gezinnen op te lossen. Veelgemaakte fout: denken dat de overheid zich nooit met gezinnen bemoeide. Zij schiep voorwaarden en een wettelijk kader.
VORMING · GEZIN SINDS 1920
Verzorgingsstaat en emancipatie
De overheid bouwde de verzorgingsstaat op: AOW (jaren vijftig), Algemene Bijstandswet (jaren zestig).
Afhankelijkheid tussen mensen, ook binnen gezinnen, werd kleiner.
Vanaf 1957 konden gehuwde vrouwen zelfstandig optreden in juridische en financiële zaken.
Basisbeurs (jaren tachtig), geboorteverlof voor vaders verruimd (2019, 2020).
Syllabus 7.1. Ambtenaressen werden in de jaren vijftig niet meer vanzelfsprekend ontslagen bij trouwen. De basisbeurs verving de kinderbijslag voor studerende jongeren en maakte hen onafhankelijker van hun ouders. Geboorteverlof: verruimd in 2019, aanvullend verlof in 2020, om werk en moederschap makkelijker te combineren en vaders tot evenredig gedeeld ouderschap aan te sporen. De jure gelijk, de facto nog ongelijkheid (topposities, verzorgende beroepen). Veelgemaakte fout: de jure en de facto verwisselen.
VORMING · GEZIN SINDS 1920
Drie ideologieën over samenlevingsvormen
Confessioneel: het gezin behouden als hoeksteen, met ruimte voor traditionele rollen.
Liberaal: vrijheid van het individu; de overheid beschermt die vrijheid en blijft neutraal in ethische kwesties.
Socialistisch/sociaaldemocratisch: vrijheid van het individu, de overheid mag actief ingrijpen voor gelijkheid.
Syllabus 7.2. Neutraal houden: dit zijn denkbeelden van stromingen, geen oordeel. Veelgemaakte fout: denken dat sociaaldemocraten en liberalen over vrijheid verschillen. Het verschil zit in de rol van de overheid: neutraal (liberaal) of actief ingrijpen voor gelijkheid (sociaaldemocratisch).
Roze Zaterdag, een demonstratie van homo's en lesbische vrouwen, Haarlem, 1989
VORMING · GEZIN SINDS 1920
Andere samenlevingsvormen worden geaccepteerd
Ongehuwd samenwonen werd eerst afgekeurd, later geaccepteerd en in de jaren zeventig geïnstitutionaliseerd, onder meer in de scheidingswet van 1971.
Sinds 1971 is discriminatie van homoseksuelen verboden.
In 2001 werd het burgerlijk huwelijk opengesteld voor twee personen van hetzelfde geslacht.
Syllabus 7.3. Geïnstitutionaliseerd: vastgelegd in wetten en regels, dus officieel erkend. Onder invloed van subculturen en protestbewegingen in de jaren zestig werd samenwonen steeds meer geaccepteerd; ook een samenlevingscontract regelt het formeel. Sinds 2014 kan de meemoeder het kind erkennen. Veelgemaakte fout: denken dat wetgeving de acceptatie voorafging. Eerst veranderden normen, daarna werden ze vastgelegd. Foto: Roze Zaterdag, Haarlem 1989. Image credit: Poppe de Boer / Noord-Hollands Archief / Wikimedia Commons, CC0
Welke ideologie wil het gezin behouden als hoeksteen van de samenleving?
De confessionele ideologie
De liberale ideologie
De sociaaldemocratische ideologie
Geen van de drie ideologieën
Syllabus 7.2.
Wat betekent het dat ongehuwd samenwonen is geïnstitutionaliseerd?
Het wordt alleen binnen de eigen familie geaccepteerd
Het is in wetgeving en regels vastgelegd en erkend
Het is een tijdelijke trend die weer verdwijnt
Het wordt door de overheid actief afgeraden
Syllabus 7.3.
Wat vond je het lastigst in deze les?
Bevels- en onderhandelingshuishouding
Toebedeelde en verworven relaties
De drie ideologieën
Overheidsbeleid en wetgeving
Gebruik de uitkomst om te kiezen waar je in de training mee begint.
Welke verandering in het gezin vind jij het grootst?
Geen goed of fout. Let op dat leerlingen een begrip uit de les gebruiken, bijvoorbeeld individualisering of onderhandelingshuishouding, en een reden geven.
VORMING · GEZIN SINDS 1920
Begrippen (1/2)
kostwinnersgezin: gezin met duidelijke taakverdeling: de man zorgt voor het inkomen, de vrouw voor huishouden en kinderen
bevelshuishouding: verhouding waarin gehoorzaamheid voorop staat, met een grote gezagsafstand
onderhandelingshuishouding: verhouding waarin taken en rollen worden overlegd en de gezagsafstand kleiner is
ontzuiling: afnemen van de scheidingen tussen de zuilen
meerkeuzemaatschappij: samenleving met steeds meer aanbod aan opleidingen en vrijetijdsbesteding
Deze slide heeft geen instructies
VORMING · GEZIN SINDS 1920
Begrippen (2/2)
toebedeelde relaties: relaties die je meekrijgt, zoals familie en verwanten
verworven relaties: zelfgekozen relaties en netwerken, zoals vriendschappen
patchworkgezin: gezin met kinderen uit eerdere relaties, ontstaan na een echtscheiding en nieuwe relatie
participatiesamenleving: samenleving waarin de overheid zich terugtrekt en burgers meer verantwoordelijkheid dragen
geïnstitutionaliseerd: vastgelegd in wetten en regels en daardoor officieel erkend
Deze slide heeft geen instructies