Gezin sinds 1920 (Maatschappijwetenschappen havo), les 2: Examentraining

VORMING · GEZIN SINDS 1920

Examentraining

Gezin sinds 1920: zo pak je examenvragen aan

1 / 17
volgende
Slide 1: Slide
newEditorMaatschappijwetenschappenMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Introductie

Examentraining met vier vraagtypen: een begrip toepassen, een ontwikkeling koppelen aan het gezin, een tabel over huishoudens lezen en standpunten afleiden uit een bron. Elk type heeft uitleg en twee examenvragen.

Onderdelen in deze les

VORMING · GEZIN SINDS 1920

Examentraining

Gezin sinds 1920: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Jac. de Nijs / Anefo, Nationaal Archief / Wikimedia Commons, CC0

VORMING · GEZIN SINDS 1920

Wat ga je kunnen?

Ik kan in een casus gezinsconcepten herkennen, ontwikkelingen koppelen aan veranderingen in het gezin, een tabel lezen en standpunten afleiden uit een bron.

Deze slide heeft geen instructies

VORMING · GEZIN SINDS 1920

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees: wat is de casus, de tabel of de bron, en uit welke periode komt die?

  • 2. Zoek: welk begrip hoort erbij? Let op woorden als gehoorzamen, overleggen, kiezen en overheid.

  • 3. Schrijf: het begrip, het bewijs uit de bron en de koppeling naar de ontwikkeling.

Deze slide heeft geen instructies

VORMING · GEZIN SINDS 1920

Vraagtype 1: een begrip toepassen

  • Je leest een korte casus en bepaalt welk begrip past.

  • Zoek de aanwijzing: wie beslist, hoe wordt er gepraat, wie werkt?

  • Noem het begrip en het bewijs uit de casus.

Deze slide heeft geen instructies

Bij Lars thuis beslist vader alles en kinderen spreken niet tegen. Welk begrip past?

A

Onderhandelingshuishouding

B

Patchworkgezin

C

Bevelshuishouding

D

Participatiesamenleving

Syllabus 6.1. Aanwijzing: beslist alles, niet tegenspreken.

Noor overlegt thuis over taken. Welk begrip?

Onderhandelingshuishouding, want taken en rollen worden overlegd. Verwachte fout: bevelshuishouding noemen, of het begrip zonder bewijs uit de casus geven.

VORMING · GEZIN SINDS 1920

Vraagtype 2: een ontwikkeling koppelen aan het gezin

  • Je verklaart een verandering in het gezin door een maatschappelijke ontwikkeling.

  • Gebruik: vrouwenemancipatie, individualisering, ontzuiling, welvaart.

  • Schrijf: ontwikkeling, gevolg voor het gezin.

Deze slide heeft geen instructies

Meer vrouwen werken buitenshuis. Wat is een gevolg voor het gezin?

A

Vaders en moeders delen meer het inkomen en de zorgtaken

B

De bevelshuishouding wordt sterker

C

Het kostwinnersgezin is het enige gezinstype

D

Er is minder behoefte aan onderhandelen

Syllabus 6.1. Let op: vrouwen werkten nog veel vaker parttime dan mannen.

Individualisering en patchworkgezin: verband?

Keuzes zijn minder bindend: mensen wisselen van partner, daardoor ontstaan gezinnen met kinderen uit eerdere relaties. Verwachte fout: alleen zeggen dat er meer scheidingen zijn, zonder individualisering.

VORMING · GEZIN SINDS 1920

Vraagtype 3: een tabel over huishoudens lezen

  • Je haalt informatie uit getallen en trekt een conclusie.

  • Let op: absolute getallen of percentages? Het verschil tussen twee percentages heet een verschil in procentpunten.

  • Conclusie: noem het getal, de richting en een mogelijke oorzaak.

Deze slide heeft geen instructies

Eenpersoonshuishoudens: 22% (1981), 36% (2010). Welke conclusie klopt?

A

Het aantal eenpersoonshuishoudens is verdubbeld

B

Het aandeel eenpersoonshuishoudens nam toe

C

Steeds meer mensen leven in een gezin

D

Het aantal gezinnen nam met 14% af

Syllabus 6.1 (SCP 2011). Het zijn percentages van alle huishoudens: je kunt alleen over het aandeel concluderen, niet over absolute aantallen of verdubbeling.

Van 22% naar 36%: hoeveel procentpunt erbij?

14 procentpunt (36 min 22). Cijfers uit de syllabus 6.1 (SCP 2011). Verwachte fout: 14 procent zeggen. Het verschil tussen twee percentages is een verschil in procentpunten; in procenten is de groei ruim 60%.

VORMING · GEZIN SINDS 1920

Vraagtype 4: standpunten afleiden uit een bron

  • Je leest een uitspraak en bepaalt bij welke stroming die past.

  • Let op wat de overheid moet doen: beschermen, neutraal blijven of ingrijpen.

  • Onderbouw met een woord uit de bron.

Deze slide heeft geen instructies

Partij X: de overheid beschermt vrijheid en blijft neutraal. Welke stroming?

A

Confessioneel

B

Sociaaldemocratisch

C

Totalitair

D

Liberaal

Syllabus 7.2.

Overheid grijpt in voor gelijkheid. Stroming?

Socialistisch/sociaaldemocratisch, want de overheid mag actief ingrijpen om gelijkheid te bevorderen. Verwachte fout: liberaal, omdat het over vrijheid gaat.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Een begrip toepassen

2

Een ontwikkeling koppelen

3

Een tabel lezen

4

Standpunten afleiden

Bespreek het lastigste type klassikaal.

VORMING · GEZIN SINDS 1920

Tips voor op het examen

  • Gebruik het begrip uit de les en leg het uit met een woord uit de casus.

  • Bij een tabel: let op of het om percentages of aantallen gaat.

  • Bij ideologieën: let op wat de overheid volgens de bron moet doen.

Deze slide heeft geen instructies