Les 4: Leefstijlprogramma (262A en 262B)

Les 4: 
Deel 1
45 minuten
1 / 47
volgende
Slide 1: Tekstslide
Pedagogisch werkMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 47 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 90 min

Onderdelen in deze les

Les 4: 
Deel 1
45 minuten

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aanwezigheidsregistratie
Aanwezigheid zal door de docent geregistreerd worden. Aanwezigheid kan meerdere malen tijdens de les worden gedaan. Bij vroegtijdig verlaten van de les, zonder geldige reden, zal je op 'ongeoorloofd afwezig' staan.



Ben je te laat? Geef dit dan door aan het einde van de les aan de docent. Dit is jouw verantwoordelijkheid.

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Programma deel 1 en deel 2
  1. AWR
  2. Verwachtingen
  3. Lesdoelen
  4. Terugblik
  5. Voedingsstoornissen
  6. Theorie: Slaap en waakstoornissen
  7. Lesdoelen check

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lesdoelen
Aan het einde van de les:

- Weet je wat een voedingsstoornis inhoud
- Weet je wat de gevolgen kunnen zijn van een voedingsstoornis
- Weet je de betekenis van een biologische klok
- Weet je wat slaap- en waakstoornissen zijn






Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Inhoud en eindopdracht
Voor de eindopdracht ontwikkel je, in samenwerking met medestudenten (duo of eventueel drietal), een leefstijlprogramma voor een zelfgekozen doelgroep. 

De eindopdracht bestaat uit 4 onderdelen:
Deel 1 Het verantwoordingsverslag over de gekozen doelgroep
Deel 2 Leefstijlprogramma voor de gekozen doelgroep
Deel 3 Praktijklessen: Vaardigheden oefenen op het gebied van wonen en huishouden
Deel 4 Een persoonlijk reflectieverslag

GO voor het examen
Door  module Gezondheid & voeding en de module Zelfzorg voldoende af te sluiten, krijg je een GO voor het examen:    B1-K1-W2: Ondersteunt de cliënt bij de zelfzorg.

Inleveren eindopdracht: vrijdag 26 juni 2026



Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Deel 2: Leefstijlprogramma (duo/ drietal)
Het leefstijl programma bestaat uit 4 producten: 
  • een bewegingsactiviteit,
  • een eetschema, 
  • een poster en 
  • een voorlichting- en adviesfilmpje.

Voor het bewegings- en eetschema zijn formats beschikbaar.

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Terugblikken om vooruit te kunnen kijken ;) 
  • Wat is je bijgebleven van de vorige les? 
  • Heb je nog vragen? 

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voedingsstoornis
Onder voedingsstoornissen verstaan we zowel een teveel als een tekort aan één of meerdere voedingsstoffen.


Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

timer
1:00
welke voedingsstoornis ken je?

Slide 10 - Woordweb

natriumarm, natrium beperkt.
dieet met minder cholesterol.
Energierijk en energiearm dieet. Diabetes dieet. Eiwitrijk en eiwitarm dieet, glutenvrij dieet, 
Pica 

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vrij zeldzaam
Omschrijving 
Eten van niet-eetbare zaken
Observatiepunten
Cliënt eet niet-eetbare objecten, spullen
Behandeling 
Aanleren ander eetgedrag, veilige omgeving creëren
Verloop 
Vaak chronisch bij ernstig verstandelijke beperking
Gevolgen 
verstikking, vergiftiging, maag-darmproblemen, infecties

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ruminatiestoornis

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vrij zeldzaam
Omschrijving 
Voedsel vanuit de maag weer naar de mond terug laten stromen
Observatiepunten
Uitdrogingsverschijnselen, vermijden gezamenlijk eten, mond afdekken tijdens eten, groeiachterstanden
Behandeling 
Alternatieven zoeken, stimulerende omgeving aanbieden, aanpakken onderliggende problemen
Verloop 
Chronisch, of bij gedragsverandering oplosbaar
Gevolgen 
Belemmering fysieke en cognitieve groei (baby), aantasting gebit vanwege maagzuur

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

ARFID:
Vermijdende of restrictieve voedselinnamestoornis

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Omschrijving 
Vermijden van of niet geïnteresseerd zijn in, voedingsmiddelen
Observatiepunten
De cliënt weigert (veel) specifieke voedingsmiddelen te eten
Behandeling 
Sondevoeding, voedingssupplementen, uitbreiden voedingspatroon
Verloop 
Sommige cliënten houden eetproblemen
Gevolgen 
Ondervoeding, gewichtsverlies, uitdroging, achterblijvende groei

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 17 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Gevolgen
  • Ontwikkeling stagneert (bij kinderen),
  • ondergewicht,
  • botontkalking, 
  • maag- en darmproblemen,
  • gewichtsproblemen,
  • beschadigde organen, 
  • een hoge bloeddruk,
  • hartritmestoornissen.
  •  sociale problematiek.

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Groepsgesprek
Denk eerst individueel na over deze stelling:
'Als een cliënt een paar maanden slecht eet, heeft hij of zij een eetstoornis'.
Formuleer 1 argument voor en 1 argument tegen deze stelling.
Bespreek in tweetallen deze stelling en wissel argumenten uit. 
timer
7:00

Slide 19 - Tekstslide

Een paar maanden slecht eten is op zichzelf onvoldoende om direct de diagnose 'eetstoornis' te stellen. Of er sprake is van een eetstoornis hangt af van de onderliggende psychologische factoren, de intentie achter het gedrag en de impact op het dagelijks functioneren. Hier is één argument vóór en één argument tegen de stelling: Argument vóór: Verstoord eetgedrag kan een uiting zijn van een onderliggend psychologisch probleem. Wanneer iemand gedurende een langere periode (bijvoorbeeld enkele maanden) bewust de inname van voedsel beperkt, obsessief bezig is met calorieën, of eetbuien compenseert, wijst dit vaak op een dieperliggende psychologische worsteling. Zelfs als de diagnose nog niet formeel is gesteld, is het patroon van slecht eten in zo'n geval vaak een symptoom van een beginnende of sluimerende eetstoornis. Argument tegen: Slecht eten kan een tijdelijke reactie zijn op externe factoren. Mensen kunnen maandenlang slecht eten door andere oorzaken dan een eetstoornis. Denk aan extreme stress, rouw, relatieproblemen, financiële zorgen of lichamelijke aandoeningen. In deze situaties is het slechte eetpatroon een neveneffect van een andere gebeurtenis en ontbreekt de specifieke angst voor gewichtstoename of een verstoord lichaamsbeeld die kenmerkend is voor een klinische eetstoornis.
Herken je de volgende 
Herken je de volgende eet- en voedingsstoornissen?

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Boulimia nervosa
Pica
Anorexia nervosa
Eetbuistoornis
Ruminatiestoornis
Vermijdende / restrictieve voedselinnamestoornis
Bang om aan te komen, maar wel een oncontroleerbare drang tot eten
Voedsel vanuit de maag naar de mond terug laten stromen
Regelmatig terugkerende eetbuien
Vermijden van, of niet geïnteresseerd zijn in, voedingsmiddelen
Eten van niet-eetbare zaken
Voor langere tijd te weinig eten uit angst om aan te komen

Slide 21 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Les 4: 
Deel 2

45 minuten

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slaap- en waakstoornissen

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waar of niet waar?
  1. Slaap haal je in om nadien langer te slapen. 
  2. Iedereen heeft 8 uur slaap nodig.
  3. Slapen is slapen. Of je nu 9 bent of 99 jaar.
  4. Schaapjes tellen werkt. 
  5. Wat je overdag doet, staat los van wat je 's nachts doet.



Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ben jij een ochtendmens of een avondmens?
Ik ben een ochtendmens.
Ik ben een avondmens.

Slide 27 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Hoeveel uur slaap jij 's nachts?
Minder dan 6 uur.
6-7 uur.
7-8 uur.
Meer dan 8 uur.

Slide 28 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Welke factoren helpen jou om een goede nachtrust te hebben en welke factoren belemmeren jou?

Slide 29 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 30 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Biologische klok
Is een soort interne timer in je lichaam en zorgt ervoor dat je lichaam weet:
wanneer je slaperig wordt, wanneer je wakker en alert bent, wanneer je honger krijgt.
Hij loopt ongeveer gelijk met dag en nacht. Als het donker wordt, maakt je lichaam het stofje melatonine aan → daar word je slaperig van. Als het weer licht wordt, stopt dat en word je wakkerder.

Wanneer je biologische klok verstoord raakt, heeft dit invloed op je slaapkwaliteit, op je gemoedstoestand, op je energie op een dag.

Wat hebben avondmensen nodig? Veel daglicht! 





Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 32 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Je droomt alleen tijdens je REM-slaap.
A
Ja, alleen als je niet diep slaapt droom je.
B
Nee, je droomt ook als je diep slaapt.

Slide 33 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is waar over de REM-slaap?
A
Hartritme en ademhaling zijn regelmatig.
B
Spieren zijn gespannen.
C
Verwerking van informatie vindt plaats.
D
Emotioneel herstel vindt plaats.

Slide 34 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat zijn slaap-waak stoornissen?
Een mens heeft een slaap-waakritme dat ongeveer gelijk loopt met het 24-uursritme van dag en nacht. Dit slaap-waakritme wordt aangestuurd door onze interne biologische klok. Hierdoor weet het lichaam wanneer het tijd is om te gaan slapen en wanneer het tijd is om wakker te worden. 

De stof melatonine speelt hierbij een belangrijke rol. Door de aanmaak van melatonine als het donker wordt, worden we slaperig en vallen we in slaap.

Verstoring van de biologische klok leidt tot een verstoord slaap-waakritme en dus een verstoorde slaap.

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Soorten slaap-waak stoornissen
- Insomnia (problemen met in slaap vallen, doorslapen of goede slaap)
- Narcolepsie (plotseling slaapaanvallen, zonder waarschuwing, gaat samen met kataplexie, verlies van spierspanning)
- Slaapgebonden ademhalingsstoornis (apneu)
- Pavor nocturnus (nachtelijke paniekaanvallen die leiden tot abrupt ontwaken, komt vooral bij kinderen voor)
- Somnambulisme (slaapwandelen)
- Nachtmerriestoornis

Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat kunnen oorzaken zijn van een slaap-waak stoornis
A
Overmatig suikerinname, sporten, telefoongebruik, onvoldoende warmte in slaapkamer en bed bekleding
B
Trauma, telefoongebruik, sporten, operatie, overmatig suikerinname, medicatie en ventilatie
C
Zwangerschap, leeftijd, neurologische aandoeningen en onvoldoende warmte in slaapkamer en bed bekleding
D
Stress, leefgewoonten, trauma, leeftijd ,alcohol, neurologische aandoeningen en hart en vaatziekten

Slide 37 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Gevolgen van een slaap-waak stoornis
Zowel korte- als lange termijnproblemen, variërend van overdag vermoeidheid, prikkelbaarheid en concentratieproblemen tot ernstigere zaken als een verhoogd risico op depressie, angststoornissen, hartziekten, diabetes type 2, overgewicht en geheugenproblemen.

Het lichaam en de hersenen herstellen onvoldoende. 
Dit beïnvloedt de alertheid, het immuunsysteem en het algehele functioneren en kan gevaarlijk zijn in het verkeer. 

Slide 38 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Paar feiten
  1. Er is sprake van een stoornis wanneer het zich minimaal 3 keer per week, gedurende tenminste 3 maanden voordoet. 
  2. Hardnekkige of herhaaldelijke slaapgerelateerde problemen die lijden veroorzaken of het functioneren belemmeren.
  3. 15% bij mannen en 32% bij vrouwen geven aan slaapproblemen te hebben.
  4. Diagnose wordt gesteld door onderzoek in slaapklinieken en psychologische beoordeling en slaapdagboeken.
  5. Bij mensen met een verstandelijke beperking komen slaapproblemen drie tot vijf maal vaker voor dan bij mensen zonder die beperking. De oorzaak is een stoornis in de melatoninehuishouding. 

Slide 39 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verband tussen slaap en Alzheimer
Diepe slaap is nodig om het schadelijke Alzheimereiwit amyloid af te breken. 
Uit onderzoek blijkt dat in de diepe slaap het schadelijke eiwit daalt en in de lichte slaap dit eiwit toeneemt. 
Langdurig slecht slapen verhoogt het risico op Alzheimer, stelt dr. Claassen van Radboud. 

Slide 40 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Behandeling
  • Angstremmers 
  • Medicatie en stimulantia bij narcolepsie of hypersomnia
  • Chirurgisch verwijden bovenste luchtwegen bij slaapapneu
  • Cognitieve GedragsTherapie met stimuluscontrole bijvoorbeeld bed alleen leren associëren met slapen, ontspanningsoefeningen en rationele herstructurering (‘als ik niet goed slaap, functioneer ik de volgende dag niet’)

Slide 41 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Tips voor een goede slaapritme
  • Regelmatige slaap-waakcyclus
  • Bed alleen om te slapen
  • Vermijd ‘schermen’ 2 uur voor slapen
  • Als je na 20 minuten niet in slaap valt, ga dan naar een andere kamer om te ontspannen
  • Vermijd dutjes overdag
  • Vermijd piekeren, schrijf een belangrijk idee op
  • Doe ontspannende dingen voor slapen
  • Regelmatige lichaamsbeweging (niet direct voor slapen) kan slapen bevorderen
  • Vermijd cafeïne en alcohol.
  • Vervang zelfondermijdende gedachten door rationele gedachten

Slide 42 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lesdoelen check
- Welke voedingsstoornissen ken je?
- Welke gevolgen van een voedingsstoornis kun je benoemen?
- Wat is de betekenis van een biologische klok?
- Welke gevolgen van een slaap- waakstoornis kun je benoemen?
- Welke oorzaken van een slaap- waakstoornis kun je benoemen?

Slide 43 - Tekstslide

Je kunt de studenten laten dobbelen met een dobbelsteen of de studenten een nummer laten trekken.

Slide 44 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 45 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 46 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Les 3: voedingsallergie/intolerantie en Eetstoornissen, blz 397 uit Mensen
Les 4: voedingsstoornissen en Slaap en waakstoornissen, thema 17 uit Mensen
Les 5: Thema 6, Mensen; Aandoeningen diagnosticeren en classificeren?
Les 6: Randvoorwaarden bij begeleidingsactiviteiten? thema 13 Methodisch begeleiden?
Les 7: Medicatie, thema 11, 12 en 20 uit Mensen
Les 8: Psycho-educatie/voorlichting en advies geven, thema 8 uit communicatie en gedrag
Les 9: Afronding en eventueel toets

Slide 47 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies