Wordorder

3.2: Wordorder ( woord volgorde in een Engelse zin)
Goal: 

At the end of this lesson I know the wordorder of a sentence in English.
1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolvmbo, mavo, havo, vwoLeerjaar 1,2

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

3.2: Wordorder ( woord volgorde in een Engelse zin)
Goal: 

At the end of this lesson I know the wordorder of a sentence in English.

Slide 1 - Tekstslide

Zinsvolgorde: Wie Wat Waar Wanneer

Slide 2 - Tekstslide

Wie (doet) wat waar wanneer?
onderwerp    werkwoorden+info    plaats                    tijd

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Stappenplan:
1. onderwerp                         WIE     
3. werkwoorden +info       (doet)WAT
4. plaats                                  WAAR
5. tijd                                        WANNEER

De tijd kan ook aan het begin van de zin worden gezet!

Slide 5 - Tekstslide

EXAMPLE:
Peter liep vanmiddag samen met Patrick naar zijn huis.

Peter walked together with Patrick to his house this afternoon.
This afternoon Peter walked together with Patrick to his house.

Slide 6 - Tekstslide

TIP!
Zet de werkwoorden van de zin bij elkaar!

Ik heb tot nu toe heel veel friet gegeten.
I have eaten a lot of fries up to now.

Slide 7 - Tekstslide

Put in the correct order:
shopping / went / the girls / this morning / at the mall

Slide 8 - Open vraag

Put in the correct order:
at the zoo / saw / a week ago /
an elephant / my family and I

Slide 9 - Open vraag

WIE
WAT
WAAR
WANNEER

in school

My teacher

makes stupid jokes

every day

Slide 10 - Sleepvraag

Wie
doet
wat
waar
waar
Jacky and Pete
aren't going
to the cinema
tonight

Slide 11 - Sleepvraag

Slide 12 - Tekstslide

wie
doet
wat
waar
wanneer
The parents
bring
to football training

every Sunday

their son

Slide 13 - Sleepvraag

Choose the sentence with the correct word order.
A
Doesn't she go in the weekends out?
B
Doesn't she go out in the weekends?

Slide 14 - Quizvraag

Correct word order:
Billy / to his friend /
five minutes ago / went
A
Billy went to his friend five minutes ago
B
Billy went five minutes ago to his friend
C
Billy five minutes ago went to his friend.
D
Five minutes ago Billy went to his friend

Slide 15 - Quizvraag

had / a cup of tea / they / at the hotel / in the afternoon

Slide 16 - Open vraag

Put in the correct order:
shopping / went / the girls / this morning / at the mall

Slide 17 - Open vraag

Wie
doet
wat
waar
waar
Jacky and Pete
aren't going
to the cinema
tonight

Slide 18 - Sleepvraag

in Switzerland / last year / skied / he

Slide 19 - Open vraag

Kun je nu Engelse zinnen maken in de juiste volgorde?
😒🙁😐🙂😃

Slide 20 - Poll

Study time
Go to oefenprogrammaengels.nl
Practice reading/listening
Slimstampen Hoofdstuk 2

Slide 21 - Tekstslide


                              Well done!

Slide 22 - Tekstslide