Dinsdag 13 januari

Dinsdag 13 januari
1e uur wiskunde
2e uur NASK
3e uur economie
pauze
4e uur Duits
5e uur Nederlands
pauze
6e uur biologie
7e uur Engels
1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieSpeciaal OnderwijsLeerroute 2

In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Dinsdag 13 januari
1e uur wiskunde
2e uur NASK
3e uur economie
pauze
4e uur Duits
5e uur Nederlands
pauze
6e uur biologie
7e uur Engels

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Wat gaan we doen?
  • korte herhaling vorige les
  • lesdoel
  • uitleg verwijswoorden
  • samen opdracht 1
  • zelfstandig aan het werk
  • herhaling lesdoel
  • afsluiting

Slide 3 - Tekstslide

Nederlands
Wat hebben we de vorige keer gedaan?

Slide 4 - Tekstslide

Onbekende woorden
Zoek een woorddeel in een ...
  • samenstelling: kooplust, leefstijl, omslagpunt
  • afleidingen: onthaasten, misleiden, doelloos 
  • woord uit een andere taal: detecteren, reflecteren, collectie

Slide 5 - Tekstslide


HERBRUIKBAAR
A
samenstelling
B
afleiding
C
woord uit een andere taal

Slide 6 - Quizvraag


DROPKICK
A
samenstelling
B
afleiding
C
woord uit een andere taal

Slide 7 - Quizvraag


VOEDZAAM
A
samenstelling
B
afleiding
C
woord uit een andere taal

Slide 8 - Quizvraag


INTENTIES
A
samenstelling
B
afleiding
C
woord uit een andere taal

Slide 9 - Quizvraag


LANGETERMIJNPLANNING
A
samenstelling
B
afleiding
C
woord uit een andere taal

Slide 10 - Quizvraag

Is het gelukt om thuis met de opgaven aan de slag te gaan?

Slide 11 - Tekstslide

Lesdoel:
  • Ik kan op de juiste manier verwijzen naar personen en naar bezit.

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Link

Hoe kies je nou het juiste verwijswoord?
  • Welk verwijswoord je gebruikt, hangt af van het
  •  zelfstandig naamwoord waar je naar verwijst.

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Samen opgave 1
Bladzijde 218

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide

Aan het werk:
Wat?                                   Aan het werk met opgave 2 en 3                      

Hoe?                                   Alleen of samen (zachtjes overleggen)                                                       
Waar staat het?             Bladzijde 219

Wat ga je doen              Pak je leesboek en ga lezen tot de tijd voorbij is.
als je klaar bent?
timer
1:00

Slide 18 - Tekstslide

Lesdoel:
  • Ik kan op de juiste manier verwijzen naar personen en naar bezit.

Slide 19 - Tekstslide

Welke verwijswoorden gebruik je wanneer het zelfstandig naamwoord enkelvoud en mannelijk (m) is?

  • hij, hem, zijn

Slide 20 - Tekstslide

Welke verwijswoorden gebruik je wanneer het zelfstandig naamwoord enkelvoud en vrouwelijk (v) is?

  • zij, ze, haar

Slide 21 - Tekstslide

Welke verwijswoorden gebruik je wanneer het zelfstandig naamwoord enkelvoud en onzijdig (o) is?

  • het, zijn

Slide 22 - Tekstslide

Welke verwijswoorden gebruik je wanneer het zelfstandig naamwoord meervoud bij personen is?

  • zij, ze, hen, hun

Slide 23 - Tekstslide

Welke verwijswoorden gebruik je wanneer het zelfstandig naamwoord meervoud bij dieren/ dingen is?

  • ze, hun

Slide 24 - Tekstslide

Wat kun je doen als je niet weet of en woord mannelijk, vrouwelijk of onzijdig is?
NEE!

Geen ChatGPT

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Tekstslide