Leerjaar 1: Week 1 - Les 2



Sport Quiz


KOPPEL ALVAST JE TELEFOON (TWEEDE DEVICE) MET ONDERSTAANDE CODE 
VIA WWW.LESSONUP.APP OF VIA DE APP LESSONUP
1 / 39
volgende
Slide 1: Tekstslide
Lichamelijke opvoedingMiddelbare schoolvwoLeerjaar 1

In deze les zitten 39 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 7 videos.

Onderdelen in deze les



Sport Quiz


KOPPEL ALVAST JE TELEFOON (TWEEDE DEVICE) MET ONDERSTAANDE CODE 
VIA WWW.LESSONUP.APP OF VIA DE APP LESSONUP

Slide 1 - Tekstslide

Ben je er klaar voor?
A
Ja
B
JA
C
Ja!!!
D
Jaaaaaaaa

Slide 2 - Quizvraag

Slide 3 - Video

Slide 4 - Video

Wat is de volgorde van het startsignaal?
A
Klaar voor de start en….. AF
B
Gereed maken, op uw plaatsen, klaar, START
C
Gereed maken, op uw plaatsen, klaar, AF
D
Gereed maken, klaar voor de start en…………… START

Slide 5 - Quizvraag

Wat waren de vlag instructies voor het sprinten?
A
Hoog-midden-laag
B
Hoog-laag
C
Midden-laag
D
Niet boeiend

Slide 6 - Quizvraag

Op het startblok staat het achterste pedaal (achterste been) qua hoogte:
A
Zo laag mogelijk
B
Gelijk met het voorste pedaal
C
2 cm van de grond
D
Zo hoog mogelijk

Slide 7 - Quizvraag

Tijdens het sprinten gaan je billen omhoog als:
A
Op uw plaatsen
B
Gereedmaken
C
Klaar
D
Maakt niet uit

Slide 8 - Quizvraag

Op welke manier hou je een vortex vast?

A
Alsof je een tennisbal vast hebt
B
Duim en wijsvinger achter, de rest eromheen en pink voor
C
Met 3 vingers
D
Niet

Slide 9 - Quizvraag

Hoeveel stappen mocht je zetten tijdens het werpen?

A
Uit stand of drie-pas
B
Maakt niet uit
C
twee-pas
D
Sprintje

Slide 10 - Quizvraag

Welke 3 onderdelen hebben we in periode 1 behandeld?
A
Koprol, salto, duikelen
B
Koprol, handstand, handstand doorrol
C
Koprol, radslag, handstand doorrol
D
Koprol, handstand, radslag

Slide 11 - Quizvraag

Bij de koprol is het belangrijk om.....
A
Kin op de borst, groot maken, rotatie maken
B
Kin op de borst, groot maken, geen rotatie maken
C
Kin op de borst, klein maken, rotatie maken en op te staan
D
Kin op de borst, klein maken, geen rotataie maken

Slide 12 - Quizvraag

Hoe maak je bij een koprol rotatie?
A
Door goed af te zetten en je groot te maken
B
Door je klein te maken
C
Door eerst een handstand te doen en dan door te rollen
D
Door te roteren

Slide 13 - Quizvraag

Bij de handstand staan de handen...
A
Dicht bij elkaar
B
Op schouderbreedte
C
Net buiten schouderbreedte
D
Waar je het zelf prettig vindt

Slide 14 - Quizvraag

Wat is geen goede aanwijzing voor de handstand?
A
Ellebogen recht
B
Benen recht
C
Trek je navel naar binnen
D
Kin op je borst

Slide 15 - Quizvraag

Slide 16 - Video

Slide 17 - Video

Wat is het verschil tussen een radslag en een arabier?
A
Bij een arabier zet je met 1 voet af, bij een radslag met 2
B
Bij een radslag zet je met 1 voet af, bij een radslag met 2
C
Bij een arabier is de landing met 2 voeten tegelijk, bij de radslag voet voor voet
D
Bij een radslag is de landing met 2 voeten tegelijk, bij de arabier voet voor voet

Slide 18 - Quizvraag

Als je bij de radslag met je linkerbeen afzet dan komt je
A
rechterhand als eerst op de grond
B
linkerhand als eerst op de grond
C
Allebei je handen komen tegelijk op de grond
D
Maakt niet uit

Slide 19 - Quizvraag

Slide 20 - Video

Wat is second dribbel?
A
Dribbelen met 2 handen
B
Dribbelen met je "verkeerde" hand
C
Dribbelen, stoppen en bal vasthouden, weer starten met dribbelen
D
Dribbelen

Slide 21 - Quizvraag

Hoeveel stappen zet je bij de lay-up? (getal)

Slide 22 - Open vraag

Je maakt snelheid tijdens het dribbelen als je
A
Laag dribbelt met de bal
B
Hoog dribbelt met de bal
C
Grotere passen zet
D
Al het bovenstaande is juist

Slide 23 - Quizvraag

Als je de bal wil schieten op de basket, springt om de bal te gooien maar niet loslaat, dan noemen we dit.......
A
Niet geschoten, altijd mis
B
Persoonlijke fout
C
Lopen
D
Second dribbel

Slide 24 - Quizvraag

Mag je de bal uit iemands handen slaan?

Slide 25 - Open vraag

Wanneer zet je een lay-up in?
A
Op het moment dat je ruimte hebt
B
Als de verdediger voor je staat
C
Op het moment dat je medespeler vrij staat
D
Na het geven van een bouncepass

Slide 26 - Quizvraag

Slide 27 - Video

Wat is het verschil tussen de ShuttleRunTest en de coopertest?
A
De SRT is binnen, cooper buiten
B
De SRT heeft muziek, cooper niet
C
Bij de SRT word je gestuurd door piepjes, coopertest moet je zelf inschatten
D
De coopertest is langer dan de SRT

Slide 28 - Quizvraag

Hoeveel gymdocenten zijn er op het Erasmiaans
A
5
B
6
C
3
D
4

Slide 29 - Quizvraag

Uit wie bestaat de sectie LO?
A
Santema, Ernst, Witte, Briegoos
B
Santema, Van Helden, Witte, Briegoos
C
Santema, Witte, Briegoos, De Jager
D
Santema, Witte, Ernst, De Jager

Slide 30 - Quizvraag

Tijd om te bewegen...

Slide 31 - Tekstslide

Slide 32 - Video

Waarop is het participatiecijfer gebaseerd?

Slide 33 - Open vraag

Wat is het verschil tussen hockey en ijshockey
A
Hockey is op ijs en ijshockey op het veld
B
Een hockeystick heeft een bolle en platte kant, ijshockey 2 platte kanten
C
Bij ijshockey heb je mannen en vrouwen teams gemixt, bij hockey niet
D
Bij hockey heb je een derde helft. Bij ijshockey heb je een 5e en 6e helft

Slide 34 - Quizvraag

Met hockey
A
Maakt het niet uit welke hand ik boven aan de stick heb
B
Mag je op de stick slaan van de tegenstander
C
Mag de bal tegen je voeten aankomen
D
Al het bovenstaande is niet waar

Slide 35 - Quizvraag

In welke sport gebruik je de termen: Set-up en smash?
A
Hockey
B
Zwemmen
C
Lacrosse
D
Volleybal

Slide 36 - Quizvraag

Waar staat B.O.M. voor?
A
Bewegen op maat
B
Bewegen over mieren
C
Bewegen op muziek
D
Bewegen op de maan

Slide 37 - Quizvraag

Ik mag gebruik maken van de fitness boven als
A
ik lief ben
B
ik spieren wil opbouwen
C
ik in de bovenbouw zit
D
als ik het vraag

Slide 38 - Quizvraag

Wat vond je vandaag van de les?
Heb je nog tips?

Slide 39 - Open vraag