mavo 3 - chapitre 3 grammaire H poser des questions

Bienvenue Mavo 3!
1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolmavoLeerjaar 3

In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Bienvenue Mavo 3!

Slide 1 - Tekstslide

PROGRAMME
Grammaire H: poser des questions
Aan het eind van de les:
- kan ik een zin op drie manieren vragend maken;
- ken ik de Franse vraagwoorden;

Slide 2 - Tekstslide


Tu sais poser une question?

Slide 3 - Tekstslide

Tu vas à l'école.
Maak de zin vragend.

Slide 4 - Woordweb

Comment poser une question?

Slide 5 - Tekstslide

Poser une question
Il y a trois manières - Er zijn drie manieren!

  1. Gewone zin:                        Elle est malade?

  2. Inversie:                                Est-elle malade?

  3. Est-ce que toevoegen:  Est-ce qu'elle est malade?

Slide 6 - Tekstslide

Tu parles français.
  1. De zin blijft hetzelfde, je zet er alleen een vraagteken achter en je verandert je toon: tu parles français?

  2. Inversie: je draait de persoonsvorm en het onderwerp om en je zet er een streepje tussen: parles-tu français?

  3. Je zet 'est-ce que' voor de zin: est-ce que tu parles français?

Slide 7 - Tekstslide

Maak de zin vragend op drie manieren.

Tu veux devenir policier.

Slide 8 - Open vraag

Welke vraag is een inversie/omkering?
A
Vous parlez francais?
B
Parlez-vous francais?
C
Parlez vous francais?
D
Est-ce que vous parlez francais?

Slide 9 - Quizvraag

Welke zin is GEEN correcte vraagzin?
A
Fais-tu du foot?
B
Tu est-ce que fais du foot?
C
Tu fais du foot?
D
Est-ce que tu fais du foot?

Slide 10 - Quizvraag

Maak de zin vragend op drie manieren.

Elle choisit l'espagnol.

Slide 11 - Open vraag

Maak de zin vragend op drie manieren.

Ils aiment le sport.

Slide 12 - Open vraag

Vraagwoorden

Slide 13 - Tekstslide

Welke vraagwoorden ken je nog in het Frans? Het zijn er 8.

Slide 14 - Woordweb

Vraagwoorden
Zinsvolgorde vraagzinnen mét vraagwoord:

  1. vraagwoord + est-ce que + gewone zin
    Quand est-ce que tu vas au médécin?
  2. gewone zin + vraagwoord
    Tu vas au médécin quand?
  3. vraagwoord + gewone zin
    Quand tu vas au médécin?
  4. vraagwoord + inversie
    Quand vas-tu au médécin?

Slide 15 - Tekstslide

Maak de zin vragend met: « waarom »

Tu veux devenir policier.

Slide 16 - Open vraag

Maak de zin vragend met: « wanneer »

Vous allez en France.

Slide 17 - Open vraag

Welk vraagwoord past het beste op de puntjes?
Tu vas en vacances ... ?
- Je vais en Italie!

Slide 18 - Open vraag

Welk vraagwoord past het beste op de puntjes?
Ton anniversaire, c'est .... ?
- C'est le 26 janvier.

Slide 19 - Open vraag

Welk vraagwoord past het beste op de puntjes?
.... tu viens à l'école?
- Je viens à l'école en bus.

Slide 20 - Open vraag

Welk vraagwoord past het beste op de puntjes?

.... est-ce que tu as choisi le français?
- Parce que je trouve que c'est une belle langue.

Slide 21 - Open vraag

Welk vraagwoord past het beste op de puntjes?
Tu as .... de frères?
- J'ai 3 frères.

Slide 22 - Open vraag

Welk vraagwoord past het beste op de puntjes?
.... est ton meilleur ami?
- C'est tout à fait Mohamed!

Slide 23 - Open vraag

Welk vraagwoord past het beste op de puntjes?

.... tu vas faire ce week-end?
- Je vais visiter ma famille à Lille ce week-end.

Slide 24 - Open vraag

Au travail
Faire:
Exercice 30, 31 page 109-110 (30a niet)

Slide 25 - Tekstslide

Quizlet

Chapitre 1: cliquez-ici
Chapitre 2: cliquez-ici
Chapitre 3: cliquez-ici
Examenidioom FA-NL: cliquez-ici
Examenidioom NL-FA: cliquez-ici

Slide 26 - Tekstslide