RLO Boek A

RLV hoofdstuk 1 t/m 4
1 / 46
volgende
Slide 1: Tekstslide
RetailMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 46 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

RLV hoofdstuk 1 t/m 4

Slide 1 - Tekstslide

Programma van de les
  • Datum toets
  • Lesdoel
  • Oefenvragen + uitleg
  • Hoe leer je voor RLO
  • Zelfstandig aan de slag
  • Afsluiting  

Slide 2 - Tekstslide

Woensdag 4 febuari
Tijdens het lesuur RLV

Slide 3 - Tekstslide

Lesdoel
Aan het einde van deze les heb je weet je wat er in de toets kan komen.

Slide 4 - Tekstslide

Retaillogistiek

Slide 5 - Woordweb

Waarom is de achterdeurprocedure belangrijk?
A
Voor de snelheid van de levering
B
Voor de veiligheid en controle van goederenontvangst
C
Om de klant sneller te helpen
D
Om ruimte in het magazijn te besparen

Slide 6 - Quizvraag

Wat is de achterdeurprocedure
De achterdeurprocedure is er om de veiligheid van medewerkers bij het lossen van de goederen te waarborgen.  Het omvat protocollen zoals het bewaken van de omgeving met camera's, het beperken van de tijd dat de deur openstaat, en het zorgen voor voldoende personeel tijdens het laden en lossen. 

Slide 7 - Tekstslide

Wat is het doel van een pakbon?
A
Het toont welke goederen zijn geleverd
B
Het is een retourformulier
C
Het is het betalingsbewijs
D
Het is een inkoopfactuur

Slide 8 - Quizvraag

Pakbon
Het doel van een pakbon is om te dienen als een document dat de inhoud van een zending beschrijft, zodat de leverancier weet wat er verzonden moet worden en de ontvanger kan controleren of de levering compleet is.

Slide 9 - Tekstslide

Wat is een manco?
A
Een retour gestuurd product
B
Een ontbrekend product
C
Een beschadigd product
D
Een teveel geleverd product

Slide 10 - Quizvraag

manco, breuk en teveel
Manco= te weinig producten geleverd
Breuk= kapotte goederen geleverd
Teveel= teveel goederen geleverd

Slide 11 - Tekstslide

Wat is een rembourszending?

A
De klant betaalt vooraf
B
De klant betaalt bij aflevering
C
De klant betaalt met pin
D
De leverancier krijgt later betaald

Slide 12 - Quizvraag

Franco en rembours levering
Franco levering= verzender betaald de verzendkosten
Rembours levering= klant betaald bij aflevering

Slide 13 - Tekstslide

Wat controleer je bij een kwalitatieve controle?

A
De verpakking
B
Het aantal producten
C
De houdbaarheidsdatum
D
De kwaliteit van producten

Slide 14 - Quizvraag

Kwalitatieve en kwantitatieve controle


Kwalitatief = Kwaliteit en staat van producten
Kwantitatief = aantal producten

Slide 15 - Tekstslide

Wat is een steekproef controle?
A
Je controleert alleen de dure producten
B
Je controleert alles
C
Je controleert een deel van de levering
D
Je controleert alleen de vrachtbrief

Slide 16 - Quizvraag

Integrale en steekproef controle

Integrale controle = alles nauwkeurig controleren
Steekproef controle = een deel controleren

Slide 17 - Tekstslide

Wat is emballage?

A
Een verpakking
B
Een retourbon
C
Herbruikbare verpakkingen
D
Een breuklijst

Slide 18 - Quizvraag

Vepakkingen en emballage
Eenmalige verpakkingen (zoals kartonnen dozen)
 Meermalige verpakking (emballage)(zoals pallets en kratten) 
De functie is het beschermen van producten tegen schade en vervuiling tijdens transport. 

Slide 19 - Tekstslide

Wat hoort altijd bij een retourzending?
A
De inkoopfactuur
B
De retourbon
C
De vrachtbrief
D
De pakbon

Slide 20 - Quizvraag

Retourbon

Slide 21 - Tekstslide

Welke opslagmethode gebruik je bij goederen met een korte THT-datum?
A
FIFO
B
Random
C
LIFO
D
Slow

Slide 22 - Quizvraag

LIFO en FIFO
LIFO= Last In First Out
FIFO= First In First Out

Slide 23 - Tekstslide

Wat zijn fast movers?


A
Producten met lange houdbaarheid
B
Producten die langzaam verlopen
C
Producten die snel verkopen
D
Producten die weinig verkocht worden

Slide 24 - Quizvraag

Fast en Slow Movers
Fast Movers= Producten die snel verkopen
Slow Movers= Producten die langzaam verkopen

Slide 25 - Tekstslide

Wat betekent
dit symbool?
A
Gevaarlijke stof
B
Niet stapelen
C
Droog bewaren
D
Breekbaar

Slide 26 - Quizvraag

Wat betekent
dit symbool?
A
Niet stapelen
B
Grote doos onder
C
Droog bewaren
D
Deze zijde boven

Slide 27 - Quizvraag

Ken de symbolen en handelingen

Slide 28 - Tekstslide

Wat is een distributiecentrum?


A
Een extern transportbedrijf
B
Een verkoopwinkel
C
Een centrale opslagplaats van waaruit producten verdeeld worden
D
Een kantoorruimte

Slide 29 - Quizvraag

Distributiecentrum
Een DC is een centrale plek waar vanuit goederen naar verschillende filialen worden getransporteerd 

Slide 30 - Tekstslide

Welk transportmiddel
wordt hier afgebeeld?
A
Dolly
B
Steekwagen
C
plateauwagen
D
Rolcontainer

Slide 31 - Quizvraag

Welk transportmiddel
wordt hier afgebeeld?
A
Pompwagen
B
Stapelaar
C
Heftruck
D
Handpallettruck

Slide 32 - Quizvraag

Zorg dat je de transportmiddelen kent en ook de kenmerken en toepassing ervan

Slide 33 - Tekstslide

Wat is een vast locatiesysteem?

A
Artikelen worden op de vloer opgeslagen
B
Artikelen liggen bij elkaar per leverancier
C
Artikelen worden willekeurig geplaatst
D
Elk artikel heeft een vaste plaats

Slide 34 - Quizvraag

Vrij-, vast-, gemengd locatie systeem


Vrij locatie systeem= alle artikelen liggen op een random plek
Vast locatie systeem= alle artikelen liggen op een vaste plek 
Gemengd locatie systeem= mix van vast en vrij

Slide 35 - Tekstslide

Wat is een nadeel van een heftruck?


A
Is handmatig te bedienen
B
Vereist een certificaat om te besturen
C
Duur vergeleken met andere opties
D
Te goedkoop

Slide 36 - Quizvraag

Ken de hulpmiddelen (voor- en nadelen)

Slide 37 - Tekstslide

Wat kan een gevolg zijn van inventarisatie?

A
Minder vrachtwagens
B
Minder klanten
C
Meer retours
D
Aanpassing van de voorraadadministratie

Slide 38 - Quizvraag

Inventariseren
Balans
Ken je fysieke voorraad
Verschilt die administratieve voorraad?
derving

Slide 39 - Tekstslide

Wat is veiligheidsvoorraad?

A
De maximale voorraad
B
De voorraad onderweg
C
De voorraad in de winkel
D
Extra voorraad om leveringsproblemen op te vangen

Slide 40 - Quizvraag

Soorten voorraad

economische voorraad, technische voorraad, administratieve voorraad, pijplijnvoorraad,actievoorraad, veiligheidsvoorraad, minimumvoor raad,maximumvoorraad

Slide 41 - Tekstslide

Welke kosten horen bij voorraadkosten?
A
Personeelskosten, ruimtekosten en risicokosten
B
Rentekosten, ruimtekosten en personeelskosten
C
Veiligheidskosten, risicokosten en ruimtekosten
D
rentekosten, ruimtekosten en risicokosten

Slide 42 - Quizvraag

3 R'S
Rente kosten
Ruimte kosten
Risico kosten

Slide 43 - Tekstslide

Hoe leer je voor RLO
  • Samenvattingen maken in eigen woorden
  • Theorie uitleggen aan een medestudent 
  • Mindmaps maken
  • Flashcards gebruiken
  • Opdrachten maken

  • Leer niet alleen de begrippen

Slide 44 - Tekstslide

Zelfstandig aan de slag
Ga aan de slag met de oefenopdrachten 

Slide 45 - Tekstslide

Afsluiting
Exitticket

Slide 46 - Tekstslide