Thema 6 bs 5 Sociaal gedrag

1 / 40
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 40 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 11 videos.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

BS 6 Sociaal gedrag

Slide 2 - Tekstslide

Vandaag 
  • Leerdoelen
  • Uitleg bs 6 
  • Maken Bs 6 
  • Voorbereiden diergedrag PO 

Slide 3 - Tekstslide

Wat is adequaat gedrag?

Slide 4 - Open vraag

Slide 5 - Video

Welke manier van leren zag je net?

Slide 6 - Open vraag

Leerdoelen
  • Je kunt uitleggen wat sociaal gedrag is en hoe dit gedrag de overlevingskansen van individuen beïnvloedt 
  • Je kunt uitleggen hoe sociaal gedrag evolueert 

Slide 7 - Tekstslide

Lezen 
blz 122 t/m 126
Klaar? -> start met maken opdrachten 57 t/m 59
timer
10:00

Slide 8 - Tekstslide

Sociaal gedrag
Sociaal gedrag is gedrag dat plaatsvindt bij onderlinge interactie tussen dieren.

Sociaal gedrag kan erg verschillen tussen diersoorten. Dit heeft te maken met de levenswijze van de dieren.
Sommige dieren leven solitair en hebben alleen contact met soortgenoten om te paren. Andere dieren vormen koppels (paren). Weer andere diersoorten leven in grote groepen. 

Slide 9 - Tekstslide

Noem een voorbeeld van een diersoort dat een solitair leven leidt

Slide 10 - Open vraag

Noem een voorbeeld van een diersoort dat paren vormt

Slide 11 - Open vraag

Noem een voorbeeld van een dier dat in groepen leeft

Slide 12 - Open vraag

Signalen
Bij sociaal gedrag zijn signalen die individuen afgeven aan elkaar heel belangrijk

Signalen dienen als prikkels in sociaal gedrag en maken informatieoverdracht (communicatie) mogelijk

Slide 13 - Tekstslide

Signalen
Signalen kunnen worden afgegeven via:
  1. Geuren
  2. Kleuren
  3. Geluiden
  4. Houdingen
  5. Gebaren

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Video

Welke signalen zijn je opgevallen in de video die belangrijk zijn bij de omgang met leeuwen?

Slide 16 - Open vraag

Slide 17 - Video

Balts en bronst
Balts:
Gedragsketen die dieren uitvoeren voorafgaand aan het paren
Functie: 
Verhogen motivatie tot voortplantingsgedrag
Verlagen motivatie tot aggressiegedrag 
Versterken paarband 

De signalen bij de balts zijn altijd soortspecifiek. Op deze manier wordt voorkomen dat paring plaatsvind met andere soorten. 

De signalen in de gedragsketen stammen af van gedrag uit andere gedragssystemen zoals aanvals- en vluchtgedrag, voedingsgedrag en verzorgingsgedrag. We spreken dan van geritualiseerd gedrag.


Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Video

Slide 20 - Video

Broedzorg
Het verzorgen van eieren of jongen heet broedzorg. 

Dit verschilt per diersoort. 

Slide 21 - Tekstslide



bij veel broedzorg:
  • weinig jongen
  • lang bij de ouder


bij weinig broedzorg:
  • veel jongen
  • kort bij de ouders of zelfs niet bij de ouders

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Video

Territorium en conflictgedrag
Samenleven met soortgenoten zorgt ook voor onderlinge competitie wat kan leiden tot onderlinge aggressie.

Door middel van territoriumgedrag proberen mannetjes een gebied voor zichzelf veilig te stellen waar ze kunnen eten en paren. Andere binnendringende mannetjes roepen dan ook dreiggedrag op. 

Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Video

Conflict gedrag
Dreiggedrag is vaak een psychologisch spelletje en lang niet altijd zullen mannetjes ook daadwerkelijk gaan vechten. Dit leidt vaak tot conflict gedrag.

Conflict gedrag
Gedrag dat ontstaat als er voor meerdere gedragssystemen een even sterke motivatie is.

Bij een conflict weet een dier soms niet of hij moet vluchten of vechten. Dit kan leiden tot conflictgedrag. 

Een bijzondere vorm van conflict gedrag is oversprongsgedrag. Bij oversprongsgedrag gaat een dier opeens gedrag vertonen uit een heel ander gedragssysteem. 




Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Video

Rangorde
Bij dieren die in groepen leven is vaak sprake van een rangorde.
Rangorde = de volgorde binnen een populatie van dominanste tot minst dominante individu

Slide 28 - Tekstslide

Rangorde
Functie van rangorde:
Er zijn minder onderlinge conflicten
Dieren weten hun rang binnen de rangorde. Degene met de hogere rang heeft voorrang op voedsel etc. 
Dit voorkomt dat dieren onderling gaan vechten om voedsel

Slide 29 - Tekstslide

rangorde in groepen bv. pikorde

Slide 30 - Tekstslide

Voorbeeld: Maak een rangorde van de mannetjes, begin bij het meest dominante mannetje. 
Hoe pak je dit aan?

Slide 31 - Tekstslide

Imponeergedrag
Meestal is dreiggedrag genoeg om een gevecht te voorkomen. 

Dieren dreigen door gebruik te maken van imponeergedrag.

Imponeergedrag = gedrag waarbij een dier zich zo groot en indrukwekkend mogelijk maakt.

Slide 32 - Tekstslide

Verzoeningsgedrag
In een conflictsituatie toont het ondergeschikte mannetje vaak verzoeningsgedrag

Verzoeningsgedrag verlaagt de aggressie van de belager.

In de foto rechts steekt de aap zijn hand uit. Dit is verzoeningsgedrag.

Slide 33 - Tekstslide

Statenvormende insecten
Sommige soorten insecten leven in staten

In staten is er een duidelijke taakverdeling. 

Voorbeeld Bijen:
Bijen leven in staten van duizenden bijen. De meeste bijen zijn werkbijen. Zij beschermen de populatie, verzamelen voedsel en zorgen voor de larven.

Slide 34 - Tekstslide

maken 
Maak opdrachten 57 t/m 66





Slide 35 - Tekstslide

Bonus filmpje 
kort kijken? start bij 12:56

Slide 36 - Tekstslide

Slide 37 - Video

Slide 38 - Video

Extra: Moraliteit bij dieren?
Geinteresseerd in dit onderwerp? Een lastige vraag die wetenschappers vaak hebben is waar komt moraliteit vandaan? Frans de Waal doet onderzoek naar moraliteit onder apen. Bekijk de video op de volgende slide als je het interessant vind. 

Slide 39 - Tekstslide

Slide 40 - Video