Start je eigen vestiging 2

1 / 53
volgende
Slide 1: Tekstslide
Pedagogisch werkMBOStudiejaar 3

In deze les zitten 53 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Verschil coördinerende & beheertaken
Beheertaken: werkzaamheden en verantwoordelijkheden die komen kijken bij het beheren van een kindcentrum

Coördinerende taken: taken waarin jij bepaalde verantwoordelijkheden neemt en ook zorgt voor de afstemming tussen betrokkenen




Slide 3 - Tekstslide

Voorraaden checken 
Coördinerende taken
Beheertaken
Begeleiden van stagiaires
Maken van een begroting 
Bestellijsten maken
Onderhoud van meubels en apparatuur
Plannen en organiseren van een grote activiteit
Roostering personeel
Leiden van vergadering
Leiding nemen op groep

Slide 4 - Sleepvraag

Slide 5 - Tekstslide

Welke coördinerende taken voer jij uit
binnen je

Slide 6 - Woordweb

Om goed te kunnen coördineren dien je te beschikken over de volgende vaardigheden:
  • Communicatieve vaardigheden
  • Planningsvaardigheden
  • Begeleidingsvaardigheden
  • Leiderschapsvaardigheden 

Slide 7 - Tekstslide

Om goed te kunnen coördineren dien je te beschikken over de volgende vaardigheden:
  • Communicatieve vaardigheden
  • Planningsvaardigheden
  • Begeleidingsvaardigheden
  • Leiderschapsvaardigheden 

Slide 8 - Tekstslide

1

Slide 9 - Video

01:03
Sluit de verbale en non-verbale communicatie in deze video op elkaar aan?

Slide 10 - Open vraag

Wanneer je tegen een collega vertelt dat je koffie gaat drinken, ben jij ...
A
de zender
B
de ontvanger
C
het medium

Slide 11 - Quizvraag

In een gesprek met een collega kom je erachter dat zij een puist op haar kin heeft. Hierdoor ben je afgeleid en luister je niet goed. Dit is een vb van?
A
Mediator
B
Interne ruis
C
Lichaamstaal

Slide 12 - Quizvraag

Het achterlaten van een briefje voor je collega, is een vorm van...
A
directe communicatie
B
indirecte communicatie

Slide 13 - Quizvraag

Wanneer jouw manager jou vertelt hoe je je werk moet uitvoeren, is dit een vorm van ...
A
horizontale communicatie
B
verticale communicatie

Slide 14 - Quizvraag

Een pedagogisch medewerker die contact zoekt met een logopediste van buitenaf is een vorm van...
A
interne communicatie
B
externe communicatie

Slide 15 - Quizvraag

Omstandigheden bepalen of beïnvloeden de communicatie:
Casus
Pedagogisch medewerkster Krista noemt een Turks jongetje een sloddervos. Een dag later spreekt de vader van het jongetje Krista hierop aan. De medewerkster heeft zijn zoon beledigd. Een vos is in de streek waar de vader opgroeide namelijk een slecht dier dat de kippen van de boeren opat. De vader eist excuses van Leroy.

Welke omstandigheden zorgen in bovenstaande casus voor de communicatiestoornis?

Heb je wel eens een communicatiestoornis ervaren in jouw stage? Zo ja, welke omstandigheden zorgden voor deze stoornis? 

Slide 16 - Tekstslide

CASUS
Je hebt als BPV-begeleider een functioneringsgesprek met jouw stagiaire. 
Zij is de laatste tijd veel afwezig geweest en oogt vermoeid. Wanneer je vraagt naar de redenen van afwezigheid, geeft je stagiaire aan dat ze dit niet wilt delen en dat dit privé is. Ze vindt dat ze haar werkzaamheden naar behoren doet. 
Hoe zou jij dit gesprek aanpakken?



Slide 17 - Tekstslide

En.... Hoe pak je het aan?

Slide 18 - Open vraag

Jouw rol in de communicatie
  •  gebruik van juiste woorden tegen juiste persoon
  •  timen van communicatie
  •  keuze van het communicatiemiddel (medium)
  •  zelfreflectie; geef juiste voorbeeld en kijk terug op je handelen
  •  geheimhouding en zwijgplicht
  • Denk ook aan de communicatieregels op social media!

Slide 19 - Tekstslide

Om goed te kunnen coördineren dien je te beschikken over de volgende vaardigheden:
  • Communicatieve vaardigheden
  • Planningsvaardigheden
  • Begeleidingsvaardigheden
  • Leiderschapsvaardigheden 

Slide 20 - Tekstslide

Planningsvaardigheden
Plannen: documenten binnen organisatie die bepaalde richtlijnen/werkwijze in handelen beschrijven

Planning: dit maak je om efficiënt en effectief te werk te gaan. Zorgt voor overzicht, structuur en verantwoordelijkheid. Ook wel: Plan van Aanpak.

Slide 21 - Tekstslide

Wat voor soort plannen zijn er
binnen de kinderopvang?

Slide 22 - Woordweb

Plannen
  •  (Pedagogisch) Beleidsplan
  • Vluchtplan
  • Observatieplan
  • Begeleidingsplan/handelingsplan
  • Activiteitenplan
  • Pedagogisch werkplan
  • Etc....

Slide 23 - Tekstslide

Planning 

...volgens 6 W's

Waarom? Bedoeling van taak
Wat? Resultaten
Wie? Betrokkenen
Wanneer? Data 
Waar? Locatie
Welke wijze? Manieren 

Slide 24 - Tekstslide

Hoe ziet jouw planning eruit?
Maak een foto van jouw agenda of planningsschema

Slide 25 - Open vraag

Ik vind van mijzelf dat ik goed kan plannen
Jazeker, ik ben geordend en heb overzicht en structuur
Plannen wel, maar het nakomen is een tweede
Niet echt, maar ik functioneer prima zo
Totaal niet en ik heb er echt last van

Slide 26 - Poll

Casus
Het centrum waar jij werkt bestaat 25 jaar. De locatiemanager wil een groot feest geven voor alle ouders en kinderen. Hij vraagt of jij de organisatie hiervan op je wilt nemen.

Slide 27 - Tekstslide

Welke informatie heb je nodig om dit
goed te kunnen plannen?

Slide 28 - Woordweb

Jouw rol in het plannen
* goede voorbereiding 
*werkplan/draaiboek: voorzien van 6 W's + AVF, tijdpad, begroting
*Duidelijke taakverdeling en afstemming
*Voortgangsbewaking
*Evaluatie na afloop



Slide 29 - Tekstslide

Wat heb je nodig om goed te kunnen plannen?
  1. Overzicht van uit te voeren taken
  2. Inhoud per taak
  3. Tijdsindicatie per taak
  4. Prioritering van de taken (meest urgente en belangrijke als 1ste)
  5. Planning maken (houd rekening met enige speling/marge in je planning)




Slide 30 - Tekstslide

Om goed te kunnen coördineren dien je te beschikken over de volgende vaardigheden:
  • Communicatieve vaardigheden
  • Planningsvaardigheden
  • Begeleidingsvaardigheden
  • Leiderschapsvaardigheden 

Slide 31 - Tekstslide

Neem een goede BPV-begeleidster in gedachte. Welke begeleidingsvaardigheden had deze persoon?

Slide 32 - Woordweb

Slide 33 - Tekstslide

Begeleiding: hoe doe je dat?

 
 Beschrijf  wat belangrijk is in de begeleiding van 1 van de 4 onderstaande:
  •  Een nieuwe collega
  •  Een stagiaire
  •  Een vrijwilliger
  •  Collega’s op de groep
Maak gebruik van hoofdstuk 18.4 ÉN je eigen mening. Werk dit uit op een A4 en maak hiervan vervolgens een foto. 



timer
20:00

Slide 34 - Tekstslide

Begeleiden van een nieuwe collega

Slide 35 - Open vraag

Begeleiden van een stagiaire

Slide 36 - Open vraag

Begeleiden van een vrijwilliger

Slide 37 - Open vraag

Begeleiden van collega's op de groep

Slide 38 - Open vraag



Begeleiden van stagiaires


Wat betekenen de begrippen?

Slide 39 - Tekstslide

Jouw rol in de begeleiding
  • Biedt begeleiding op maat
  • Zorg voor continuïteit in de begeleiding
  • Laat ruimte voor ieders eigen ontwikkeling
  • Zorg voor een goede afstemming tussen formele en informele begeleiding


Slide 40 - Tekstslide

Om goed te kunnen coördineren dien je te beschikken over de volgende vaardigheden:
  • Communicatieve vaardigheden
  • Planningsvaardigheden
  • Begeleidingsvaardigheden
  • Leiderschapsvaardigheden 

Slide 41 - Tekstslide

Leiderschapsvaardigheden
Als GPM'er dien je óók leiding te kunnen geven. Je geeft bijv. leiding aan kinderen, stagiaires, vrijwilligers en (nieuwe) collega's. De manier waarop je dit doet wordt bepaald door je karakter, opvoeding, leeftijd, ervaring, vaardigheden én je eigen visie. 
Welke manier van leiding geven past het beste bij jou?

Slide 42 - Tekstslide

Slide 43 - Video

Groepsgesprek
Wat heeft het filmpje te maken met leiderschap?

Denk eens aan een goede docent/BPV-begeleider/collega. Welke vaardigheden had deze persoon op leiderschapsgebied, wat maakte dat je naar hem/haar luisterde?

Slide 44 - Tekstslide

Belangrijk bij goed leiderschap


  • Heb lef en durf je te laten zien
  • Zorg dat mensen je volgen
  • Creëer gelijkwaardigheid 
  • Maak hetgeen je wil bereiken openbaar



Slide 45 - Tekstslide

Slide 46 - Link

Vaardigheden van een coördinerend leider
  • pro-actief
  • ondernemend
  • doelgericht
  • scherp
  • kan prioriteiten stellen
  • enthousiast 
  • flexibel
  • open


  • eerlijk
  • coachend
  • heeft begrip en interesse in en voor de ander
  • is bereid tot samenwerken
  • zelfreflectie en zelfkritiek




Slide 47 - Tekstslide

Wat is jouw leiderschapsstijl?
Lees de 5 leiderschapsstijlen in GPM-deel B, hoofdstuk 18.
Welke stijl past het beste bij jou en waarom?

Slide 48 - Open vraag

Slide 49 - Tekstslide

Begeleiden
Steunen
Leiden
Delegeren

Je geeft je nieuwe collega een compliment en evalueert aan het einde van de dag hoe het gegaan is
Je legt duidelijk uit aan je collega's dat vandaag alle speelmaterialen gewassen dienen te worden ivm de hygiënevoorschriften omtrent corona
Je vertelt de stagiaire dat hij na ieder eetmoment de tafel en stoelen dient te poetsen. Je controleert na afloop of hij dit naar behoren heeft gedaan. 
Je laat je collega binnen de afgesproken kaders werken en checkt regelmatig hoe het gaat

Slide 50 - Sleepvraag

Jouw rol in leiderschap
  • Taakgericht
  • Relatiegericht
  • Proactief 

Pas je manier van leiderschap aan aan de situatie

Slide 51 - Tekstslide

Beleidscyclus
Om een coördinerende taak uit te kunnen voeren dien je kennis te hebben van het beleid en de visie van jouw organisatie. Wat staat er in het beleid over jouw uit te voeren taak? Welke afspraken zijn er gemaakt of dienen er nog gemaakt te worden? Is dit in lijn met de visie van jouw organisatie?

Slide 52 - Tekstslide

Beleidscyclus
Agendavorming Wat staat er in het beleid t.a.v. jouw uit te voeren taak?

Besluitvorming Welke afspraken dien je te maken alvorens je de taak kunt uitvoeren? 

Beleidsuitvoering  Hoe verloopt de uitvoering? Wat is hierin jouw rol?

Beleidsevaluatie Hoe wil je de taak evaluaren?Welke feedback ontvang je?


Slide 53 - Tekstslide