Topvorm 1 + 2 Vergrotende en overtreffende trap

Topvorm 1 + 2

Trappen van vergelijking


Dit boek is leuk.

Dit boek is leuker.

Dit boek is het leukst.


In het Engels: comparatives and superlatives.


1 / 19
volgende
Slide 1: Slide
newEditorNederlandsISK

In deze les zitten 19 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Topvorm 1 + 2

Trappen van vergelijking


Dit boek is leuk.

Dit boek is leuker.

Dit boek is het leukst.


In het Engels: comparatives and superlatives.


vergrotende trap

overtreffende trap

bijvoeglijk naamwoord

Bijvoeglijk naamwoord










In het Engels: adjective

de groene appel

de warme zon

het lekkere ijsje

de snelle, rode auto

Vergrotende trap


leuk - leuker - leukst

Vergrotende trap - basisregel


Je maakt de vergrotende trap door + er achter het bijvoeglijk naamwoord te zetten.


Voorbeeld:

  • Het boek is leuk.

  • Leuk is het bijvoeglijk naamwoord.

  • Vergrotende trap -> leuk + er = leuker

  • Dit boek is leuker.



Vergrotende trap - uitzondering 1


Eindigt het bijvoeglijke naamwoord op een -r?

Dan schrijf je de vergrotende trap door + der achter het bijvoeglijk naamwoord te zetten.


Voorbeelden:

duur -> duurder

ver -> verder

zwaar -> zwaarder

Vergrotende trap - uitzondering 2


Bij woorden met een lange klank, moet je een klinker weghalen bij de vergrotende trap.


Voorbeelden:

groot - groter (- het grootst)

laag - lager (- het laagst)

breed - breder (- het breedst)

Vergrotende trap - uitzondering 3


Bij woorden met een korte klank, moet je de medeklinker verdubbelen bij de vergrotende trap.


Voorbeelden:

snel - sneller (- het snelst)

dun - dunner (- het dunst)

dom - dommer (- het domst)

Vergrotende trap - uitzondering 4


Eindigt het bijvoeglijk naamwoord op een f?

Dan schrijf je de vergrotende trap met een v.


Voorbeelden:

lief - liever (- het liefst)

sportief - sportiever (- het sportiefst)

braaf - braver (- het braafst)

Vergrotende trap = uitzondering 5


Eindigt het bijvoeglijk naamwoord op een s?

Dan schrijf je de vergrotende trap met een z.


Voorbeelden:

vies - viezer (- het viest)

wijs - wijzer (- het wijst)

Vergelijkingen met de vergrotende trap


Als je twee mensen of dingen met elkaar vergelijkt, dan gebruik je het woord dan.


Voorbeeld:

Een tiny house is kleiner dan een villa,

maar een tiny house is goedkoper dan een villa.


Hij is ouder dan zijn broertje,

maar jonger dan zijn zus.

Bijzondere vergelijkingen

Hoe meer Nederlands ik spreek, hoe makkelijker het wordt!

1) Als ik meer Nederlands spreek, 2) dan wordt het makkelijker.


Hoe meer ik train, hoe beter ik word!

1) Als ik meer train, 2) dan word ik beter.


Je gebruikt in deze zinnen twee keer het woord hoe en twee keer een vergelijkend woord met -er.

Overtreffende trap


leuk - leuker - leukst

Overtreffende trap - basisregel


Je maakt de overtreffende trap door:

het + bijvoeglijk naamwoord + st


Dit boek is het leukst.

Die leerling schrijft het netst.

Die spits scoort het vaakst.




Geen verschil

Soms zijn er geen verschillen tussen mensen of dingen.

Je gebruikt dan even / even ... als / net zo ... als.


Voorbeeld:

Eslam en Yakeen voetballen even goed.

Eslam voetbalt even goed als Yakeen.

Eslam voetbalt net zo goed als Yakeen.

Hoe zit dat?

  1. Het kasteel is het grootst.

  2. Het kasteel is de grootste woning (de woning).

  3. Het kasteel is het grootste huis (het huis).


In zin 1 staat de overtreffende trap aan het eind van de zin.

Je schrijft de overtreffende trap dan zonder -e.


In zin 2 en 3 staat de overtreffende trap vóór de woorden woning en huis.

Je schrijft de overtreffende trap dan wel met een extra -e.

Hoe zit dat?


Als de overtreffende trap aan het eind van de zin staat, dan gebruiken we altijd het. Dus ook bij de-woorden (zie voorbeeld 2).


Voorbeelden:

1 Het kasteel is het grootst.

2 De blauwe fiets is het grootst.




Onregelmatige vormen


Leer de volgende onregelmatige vormen uit je hoofd:

goed - beter - best

graag - liever - liefst

weinig - minder - minst

veel - meer - meest




Ik drink graag water.

Ik drink liever thee.

Ik drink het liefst koffie.

Aan de slag

Opdracht 6 op p. 23

Kijk steeds naar de afbeeldingen.

Maak vergelijkende zinnen met de vergrotende en de overtreffende trap.

Maak bij afbeelding 2 en 3. Schrijf de zinnen in je schrift.






Klaar? Check of je alle opdrachten van H1 en H2 gemaakt hebt in je boek.

Ja? Maak dan een online account aan op nt2school.nl