27.10- h3 - Debat

Stillezen
Insta:
@MevrouwSwart
Wat leuk.
timer
10:00
timer
3:00
1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quiz, tekstslides en 4 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Stillezen
Insta:
@MevrouwSwart
Wat leuk.
timer
10:00
timer
3:00

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Pak alvast je Chromebook erbij

Planning
  • Wat is debatteren?
Leerdoelen:

  • Na de lessen van vandaag en morgen kun je uitleggen wat een debat is.

  • Je kunt uitleggen wat een standpunt en een argument is.

Slide 3 - Tekstslide

Kruispuntdebat
Vrijdag krijgen jullie een gastles waarin we zullen debatteren over smartphonegebruik in het verkeer.

Slide 4 - Tekstslide

Doel en rollen
Een debat is een woordstrijd tussen twee partijen over een stelling.  De ene partij neemt een positief standpunt in , de andere partij neemt een negatief standpunt in  over een bepaalde mening of kwestie.

Om te debatteren moet je kunnen argumenteren!

Slide 5 - Tekstslide

Je moet:
- Je eigen standpunt kunnen verdedigen
- Het standpunt van de tegenpartij kunnen aanvallen
- Kritisch kunnen luisteren en oordelen
- Snel kunnen reageren op wat de tegenpartij naar voren brengt
- Goed kunnen presenteren

Slide 6 - Tekstslide

2 teams
  •  Voor en tegen
  • Ze documenteren zich over de stelling
  • Ze verzamelen zo veel mogelijk argumenten voor en tegen de stelling
  • Proberen de jury te overtuigen

Slide 7 - Tekstslide

de jury
- De jury moet overtuigd worden en bepaalt wie de winnaar is van het debat.
Dit doen zij door te letten op:
de opbouw van de argumentatie
- Wat is het standpunt van beide partijen en is deze duidelijk verwoord?
- Welke argumenten zijn genoemd?
- Zijn de teams ingegaan op elkaars argumenten?
- Hebben de deelnemers zich aan de regels geouden?
en...

Slide 8 - Tekstslide

en...
De inhoud van de argumenten
- Welke argumenten zijn het sterkst?
- Welke argumenten zijn weerlegd door de tegenpartij?

De presentatie van de individuele deelnemer
- Taalgebruik
- Stemgebruik
- Enthousiasme
- Oogcontact

Slide 9 - Tekstslide

Samenvattend
Bij een debat heb je 2 partijen en een jury die overtuigd moet worden.
Een debat verloopt volgens bepaalde afspraken.
Eigen argumentatie, ingaan op de argumentatie van de tegenpartij,  en presentatie zijn belangrijk.

Slide 10 - Tekstslide




Soms wordt een debat heftig!

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Video

Maak het niet persoonlijk
Reageer op de stelling, niet op de persoon.

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Video

Standpunt en argument
Standpunt: een taaluiting waarin een spreker of schrijver zijn mening over iets weergeeft.
Argument: een taaluiting waarmee een spreker of schrijver zijn standpunt verdedigt tegen kritiek.

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Video

Slide 17 - Video

Slide 18 - Tekstslide

Argumenten verzamelen
Argumenten voor
Argumenten tegen
Van zowel voor als tegen 3!

Slide 19 - Tekstslide

Ballondebat
5 leerlingen
Kies een bekende Nederlander
Ronde 1:1 min. aangeven waarom JIJ in de ballon moet blijven.

Ronde 2:Geef in 1 minuut aan waarom twee anderen uit de ballon moeten.

Slide 20 - Tekstslide

Speeddebat
1. Stelling voor/tegen
2. vijf minuten voorbereiding
3. a: Speech, stelling
a: argument voor
b: argument tegen
enz.
4. jury/publiek bepaalt wie de winnaar is

Slide 21 - Tekstslide

Stellingen
- Als een moeder na de bevalling weer gaat werken, moet de partner drie maanden thuis blijven.
- Cosmetische chirurgie moet verboden worden.
- Eenzame bejaarden moeten worden uitgerust met supersnel Wi-Fi
Gevangenen moeten een asielhond- of kat krijgen om voor te leren zorgen

Slide 22 - Tekstslide

Kettingdebat
1. groep in tweeën verdelen, rijen tegenover elkaar
2.rij A is voor, rij B is tegen
3.A: standpunt + argument voor
B reactie op argument + tegenargument
4. A reactie op tegenargument + eigen argument

Let op: voorbereiden. Indenken tegenargument van de ander.

Slide 23 - Tekstslide

Stellingen
- Alle wc's op scholen moeten genderneutraal worden.
- Alleen orgaandonoren mogen donororganen ontvangen.
- Als de oorlog voorbij is, moeten vluchtelingen terug naar hun eigen land.

Slide 24 - Tekstslide

Beste jury, wie is de winnaar van het debat?

Slide 25 - Open vraag

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Tekstslide