5.2 Planten groeien HA

Deze les
  • Wat weten jullie nog?
  • Uitleg over 5.2 deel 1
  • Opdrachten maken
  • Leerdoelencheck 
1 / 32
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolmavo, havoLeerjaar 1

In deze les zitten 32 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Deze les
  • Wat weten jullie nog?
  • Uitleg over 5.2 deel 1
  • Opdrachten maken
  • Leerdoelencheck 

Slide 1 - Tekstslide

Hoe ontstaat een plant?

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Wat is de vrucht?
En wat is het zaad?

Slide 4 - Tekstslide

Leerdoelen
Aan het einde van deze les kun je:
  • delen van een zaadje benoemen en uitleggen wat de functie is.
  • in vier stappen beschrijven wat er gebeurt bij ontkieming.
  • beschrijven hoe een jong plantje verder groeit.

Slide 5 - Tekstslide

De levenscyclus van een plant.

De ontwikkeling van een plant: 
  • zaad ontkiemt
  • plant groeit uit en krijgt bloemen
  • Uit de bloemen ontstaan vruchten en zaden
  • de zaden worden verspreid en de cyclus begint opnieuw  




1
Een bruine boon is een zaad
2
Het zaadje neemt water op via het poortje. Het zaadje zwelt op en de zaadhuid breekt open.
3
Het worteltje komt naar buiten.
4
Het worteltje groeit de bodem in en de zaadlobben komen boven de grond.
5
Het kiemplantje groeit en gebruikt hierbij voedingsstoffen uit de zaadlobben.
6
Het kiemplantje wordt groter en krijgt meer bladeren.
7
Er is een volwassen tomatenplant ontstaan.
8
Aan de bonenplant ontstaan bloemen. Uit de bloemen ontstaan peulvruchten, met zaden. 
9
De bonen uit de peulvrucht zijn de zaden.

Slide 6 - Tekstslide

Hoe komt een plant uit een zaadje?

Nadat planten hebben gebloeid, veranderen 
de bloemen in vruchten. 
In de vrucht zitten de zaden.

De zaden bestaan uit 2 zaadlobben. 
Daartussen zit de kiem. Om de 2 zaadlobben 
zit een zaadhuid, die beschermt tegen uitdroging.
In de zaadlobben zit reservevoedsel voor de kiem.

Slide 7 - Tekstslide

Zolang zaden droog blijven, gebeurt er niets. Pas als er vocht bij komt groeit er een nieuw plantje uit de boon. Dat heet ontkiemen.
1. Eerst neemt de zaadhuid water op
2. Daardoor zwellen de zaadlobben op en knapt
de zaadhuid open
3. Dan komt het worteltje naar buiten
4. Daarna volgen de stengel en de blaadjes
Ontkiemen

Slide 8 - Tekstslide

Het ontkiemen van een bruine boon

Slide 9 - Tekstslide

Plantengroei
Celdeling = cel splitst in tweeën. Dit
gebeurt vooral in de groeipunten, bv.
de topjes van stengels en wortels.

Nieuwe cel neemt water op en groeit in de
lengte: celgroei
Door celdeling en celgroei worden het worteltje
en de stengel langer: lengtegroei.

Slide 10 - Tekstslide

Aan de slag
Weektaak af op
opdracht 2 t/m 10 (+ 11 t/m 18) van 5.2.



Laatste 10 minuten: leerdoelencheck!


Slide 11 - Tekstslide

Leerdoelencheck!
Pak je laptop en log in!

Slide 12 - Tekstslide

Met welk onderdeel zat een bruine boon vast aan de peulvrucht?
A
De zaadlobben
B
De zaadhuid
C
Het poortje
D
De navel

Slide 13 - Quizvraag

Wat gebeurt er als de zaadlobben opzwellen?
A
De boon wordt groter
B
Het worteltje groeit sneller
C
De zaadhuid knapt open
D
Er groeien blaadjes uit de boon

Slide 14 - Quizvraag

1.
2.
3.
7.
6.
Zaadhuid
Poortje
Navel 
Zaadlobben
Worteltje

Slide 15 - Sleepvraag

beschermend vliesje om een zaad
plaats waar het zaad vastzat aan de vrucht
plaats waar het zaad water opneemt
Navel
Poortje
Zaadhuid

Slide 16 - Sleepvraag

Wat gebeurt er nadat de zaadhuid open knapt?
A
Het worteltje komt naar buiten
B
De stengel komt naar buiten
C
De blaadjes komen naar buiten
D
Er gebeurt niets meer

Slide 17 - Quizvraag

Uit welk onderdeel van de plant groeit eerst het worteltje?
A
De zaadhuid
B
De stengel
C
De kiem
D
De zaadlobben

Slide 18 - Quizvraag

Wat zie je hier?
A
Celgroei
B
Celdeling

Slide 19 - Quizvraag

Wat is de eerste stap in het proces van ontkieming?
A
Het zaadje groeit in omvang.
B
De zaadhuid barst open.
C
De wortel groeit uit.
D
De kiemplant komt boven de grond.

Slide 20 - Quizvraag

Wat is de functie van de zaadlobben van een zaadje?
A
De zaadlobben van een zaadje zorgen voor de kleur van de kiemplant.
B
De zaadlobben van een zaadje zorgen voor de geur van de kiemplant.
C
De zaadlobben van een zaadje zijn de voedingsbron voor de kiemplant.
D
De zaadlobben van een zaadje beschermen de kiemplant.

Slide 21 - Quizvraag

Deze les

  • Zelfstandig: stof lezen (klassikaal leerdoelen beantwoorden)
  • Stukje uitleg 
  • Zelfstandig: opdrachten maken

Slide 22 - Tekstslide

Leerdoelen
Aan het einde van deze les kun je:
  • Uitleggen hoe een boom in de lengte groeit.
  • Uitleggen waardoor een wortel naar beneden en een stengel naar boven groeit.

Slide 23 - Tekstslide

Lees de stof op blz. 85 en 87 (in stilte).



Tekstbegripvragen:
- Wat is een ringlitteken?
- Hoe kun je zien hoe oud een tak is?
- Hoe herken je de jaarringen van een boom?
- Hoe groeit een boom in de lengte?
- Waardoor groeit een wortel naar beneden? 
- Waardoor groeit een stengel naar boven?


Opdrachten:

2 t/m 18 van 5.2


Klaar?
Kijk de opdrachten na!
timer
10:00

Slide 24 - Tekstslide

Hoe groeien bomen? Lengte groei:
  • Takken groeien in de lente uit een eindknop waardoor 
de tak langer wordt. Dit heet uitlopen.
  • Uit de zijknoppen groeien nieuwe zijtakken.
  • Om de knopen zitten knopschubben, die
    de knop tegen de kou beschermen. Als een knop 
    uitloopt vallen de knopschubben af. Op de tak blijft een
    een ringvormig litteken achter. Dit is het ringlitteken.
  • Het deel van een tak tussen 2 ringlittekens is dus precies  
    één jaar uit. Zo kun je tellen hoe oud een tak is.

Slide 25 - Tekstslide

Hoe groeien bomen?
Diktegroei 
In de stam zit een dun groeilaagje.

1 jaarring:
- 1 lichtbruine ring: voorjaar --> cellen zijn groot en hebben dunne celwanden
- 1 donkerbruine ring: zomer --> cellen zijn kleiner met dikke celwand

Oudste jaarringen aan de binnenkant, jongste aan de buitenkant.


Slide 26 - Tekstslide

Vwo: Hoe groeit een wortel naar beneden? 
In het topje van de wortel zitten zetmeelkorrels. De zetmeelkorrels zakken door de zwaartekracht naar het laagste punt in de cellen. Het worteltje krijgt daardoor het signaal om naar beneden te groeien. 

De stengel reageert op zonlicht. Aan de schaduwkant groeit de stengel meer, zodat de stengel richting de zon buigt. 

Slide 27 - Tekstslide

Om te onthouden!
Ontkieming:
- een plantje komt uit een zaadje door ontkieming
- Een heel jong plantje (kiem) zit al in het zaadje
- De volgorde van ontkieming:  wortel, stengel, blad en bloem

Van jong plantje naar volwassen plant:
- Lengtegroei het plantje wordt langer en zwaarder
Ontwikkeling: het plantje krijgt nieuwe delen

Groei bij bomen:
- Takken worden langer door lengtegroei vanuit de eindknop
- Uit zijknoppen groeien nieuwe zijtakken
- Knopschubben beschermen de knoppen
- Hoe oud een boom is zie je aan jaarringen, ( laten de diktegroei zien)

Slide 28 - Tekstslide

5
6
7
8
Kiem
Worteltje
Blaadjes
Zaadlobben

Slide 29 - Sleepvraag

een jaarring bestaat uit een
A
lichte en een donkere ring
B
2 lichte ringen
C
1 lichte of een donkere ring
D
2 donkere ringen

Slide 30 - Quizvraag

In een boom is één jaarring veel breder dan de andere jaarringen. Wat kan daarvan de oorzaak zijn?
A
Dat kan komen, doordat de boom in dat jaar te lijden had van een rupsenplaag.
B
Dat kan komen, doordat de winter van dat jaar erg koud was.
C
Dat kan komen, doordat de zomer dat jaar erg droog was.
D
Dat kan komen, doordat het voorjaar van dat jaar heel vochtig en warm was.

Slide 31 - Quizvraag

Huiswerk
Leren 5.1
Maken vragen  methode 5.2:

Vwo: opdr 1 t/m 18

Slide 32 - Tekstslide