In deze les zitten 29 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Lesduur is: 60 min
Onderdelen in deze les
REKENEN
Verhoudingen & Breuken
Slide 1 - Tekstslide
Wat gaan we doen?
Klassikaal een aantal sommen maken
Aansluitend de taken in studiemeter maken
Slide 2 - Tekstslide
Doel van de les
Verhoudingen en breuken
Gebruiken van een verhoudingstabel
Je kunt een verhouding omzetten naar een breuk
Je kunt de breuk vereenvoudigen
Slide 3 - Tekstslide
4 Stuks kost €7,60. Wat kosten 9 stuks?
A
€15,20
B
€16,20
C
€16,10
D
€17,10
Slide 4 - Quizvraag
Een merk shampoo is in de aanbieding. Winkel A heeft 5 stuks voor €8,50. Winkel B heeft 2 stuks voor €3,60. Welke winkel is goedkoper?
A
Winkel A
B
Winkel B
Slide 5 - Quizvraag
Verhoudingen en breuken
Van een verhouding kun je een breuk maken
Andersom: Een breuk is een verhouding
Altijd vereenvoudigen!
Slide 6 - Tekstslide
Voorbeeld
In een voetbalstadion (voor corona;)) zitten 3.500 vrouwen en 14.000 mannen. Wat is de verhouding? Zet om in een breuk en vereenvoudig
Slide 7 - Tekstslide
Uitwerking
3.500 v : 14.000 m
Breuk = 1/4
vrouwen
3500
35
7
1
mannen
14000
140
28
4
Slide 8 - Tekstslide
andersom....
1 op de 5 (1/5) mensen die opgenomen wordt op de IC overlijdt. Hoeveel mensen zijn dat op 1400 ziekenhuisopnames?
Slide 9 - Tekstslide
Uitwerking
1 op de 5
overl.
1
280
tot. opn.
5
1400
Slide 10 - Tekstslide
voorbeelden
1/9 van de 2700 mensen komen met de auto
550 mensen van de 2200 mensen hebben een elektrische fiets
3 van de 5 mensen wonen gehuurd. Hoeveel zijn dat er in Enschede op 160.000 inwoners?
Slide 11 - Tekstslide
2 op de 7 mensen hebben een fiets met ondersteuning. Er staan 868 fietsen in de fietsenstalling. Hoeveel fietsen hebben ondersteuning?
Slide 12 - Open vraag
Slide 13 - Tekstslide
De meeste vruchtensap?
A
A
B
B
Slide 14 - Quizvraag
2 op de 7 fietsen hebben ondersteuning. In totaal staan er 868 fietsen in de stalling, hoeveel fietsen hebben ondersteuning?
Slide 15 - Open vraag
Slide 16 - Tekstslide
In hoeveel pakken zat er een prijs?
Slide 17 - Open vraag
Slide 18 - Tekstslide
Hoeveel krijgt hij van zijn ouders?
Slide 19 - Open vraag
Slide 20 - Tekstslide
Hoeveel mensen kunnen nog in de zaal?
Slide 21 - Open vraag
Wie denkt dat er volgende week een avondklok is?
Slide 22 - Open vraag
3F
Slide 23 - Tekstslide
Doel
Verdelingen: staat tot
Vereenvoudigen: verdeling weer vereenvoudigen
Vergelijken: welke aanbieding is de goedkoopste?
Slide 24 - Tekstslide
Verdeling: staat tot
Jongens : meisjes = 5 : 8
Hoeveel meisjes zijn er op een school als er in werkelijkheid 80 jongens zijn.
Tussenstap is 1 dus 8 : 5 x 80 =
Jongens
5
80
Meisjes
8
?
Slide 25 - Tekstslide
Dit mag ook...
80 : 5 x 8 =
Slide 26 - Tekstslide
Stel er worden gemiddeld op een reisbureau 10 reizen per week geboekt door 4 medewerkers. Hoeveel reizen zouden er in verhouding geboekt moeten worden bij een team met 6 medewerkers?
Slide 27 - Open vraag
Stel de verhouding bij een activiteit is meisje : jongen is 3 : 8. Er zijn in werkelijkheid 9 meisjes. Hoeveel jongens doen er mee aan de activiteit?