Deze slide heeft geen instructies
Gedrag
Leren
Deze slide heeft geen instructies
Leerdoelen
Na deze les kan de student:
Het verschil uitleggen tussen klassieke en operante conditionering en voorbeelden geven uit de omgang of training met paarden.
Uitleggen wat habituatie is en herkennen wanneer gewenning gewenst of ongewenst optreedt.
Shaping beschrijven en uitleggen welke factoren (beloning, timing, tempo, startgedrag) bepalen of nieuw gedrag succesvol wordt aangeleerd.
Het onderscheid maken tussen ‘toenaderen en terugtrekken’ en flooding en aangeven welke methode wanneer geschikt of ongeschikt is.
Deze slide heeft geen instructies
Nature of nurture
Nature houdt zich bezig met aangeboren gedrag. Nurture houdt zich bezig met aangeleerd gedrag.
Wanneer je met paarden te maken hebt, kun je je bij veel aspecten afvragen of het aangeboren of aangeleerd is. Men noemt dit ook wel 'nature and nurture'.
Conditionering
Deze slide heeft geen instructies
Conditionering
Conditionering betekent dat een paard leert door ervaring.
Klassieke conditionering
Het paard leert door associaties te maken.
Een prikkel die eerst geen betekenis had, krijgt die wél.
👉 Leren door koppelen van dingen.
Operante conditionering
Het paard leert door gevolgen van gedrag.
Prettig gevolg (rust, beloning) → gedrag neemt toe
Onprettig gevolg (meer werk, ongemak) → gedrag neemt af
👉 Leren door doen en gevolg.
Voorbeeld klassiek:
De gele voerschep betekent eerst niets.
Na vaak voeren uit deze schep, koppelt het paard de schep aan voer.
Alleen het zien van de schep zorgt al voor reactie.
Voorbeeld operant conditionering:
Het paard stapt vooruit → druk valt weg → paard leert dat vooruit lopen goed is.
Kort samengevat:
Klassiek = leren door associatie
Operant = leren door consequentie
Een paard versnelt al zodra de ruiter zijn hakken iets draait, nog vóórdat er echt been wordt gegeven. Welke vorm van conditionering past hier het best bij?
Klassieke conditionering
Operante conditionering
Answer C
Answer D
Het paard reageert al op het draaien van de hak, omdat dit is gekoppeld aan het echte beenhulpsignaal.
Een paard leert stilstaan bij het poetsen omdat het wegstappen telkens wordt gecorrigeerd en stilstaan rust oplevert. Welke vorm van conditionering is dit?
Klassieke conditionering
Operante conditionering
Answer C
Answer D
Stilstaan bij het poetsen levert rust op, wegstappen levert een correctie op → gedrag verandert door het gevolg.
Tijdens het rijden leert een paard wijken voor de kuit doordat de druk verdwijnt zodra het paard opzij stapt. Welke conditionering is hier van toepassing?
Klassieke conditionering
Operante conditionering
Answer C
Answer D
Het paard leert wijken omdat de druk wegvalt zodra het juiste gedrag wordt getoond.
Een paard ontspant en laat zijn hoofd zakken zodra de longeerzweep zichtbaar wordt, omdat deze altijd voorafgaat aan loswerken. Welke vorm van conditionering is dit?
Klassieke conditionering
Operante conditionering
Answer C
Answer D
De longeerzweep zichtbaar betekent loswerken → reactie ontstaat door herhaalde koppeling.
Een paard stopt met happen tijdens het aansingelen omdat dit gedrag consequent wordt gevolgd door een onprettige correctie. Welke leerprincipes zijn hier van toepassing?
Klassieke conditionering
Operante conditionering
Answer C
Answer D
Happen wordt gevolgd door een onprettige correctie, waardoor dit gedrag afneemt.
Een paard wordt onrustig bij het zien van een halster, omdat dit vaak gevolgd wordt door werken. Welke leerwijze speelt hier de grootste rol?
Klassieke conditionering
Operante conditionering
Answer C
Answer D
Het zien van het halster is gekoppeld geraakt aan werken → het voorwerp voorspelt wat er gaat gebeuren.
Klassieke conditionering
Een gele voerschep heeft in het begin geen betekenis voor het paard.
Als het paard steeds uit deze schep wordt gevoerd, leert het de schep te koppelen aan voer.
Na verloop van tijd reageert het paard al op het zien van de schep, ook als er geen voer in zit.
Klassieke conditionering = leren door associaties.
Operante conditionering
Bij operante conditionering leert het paard door het gevolg van zijn gedrag.
Gedrag dat gevolgd wordt door iets prettigs (rust, beloning) neemt toe.
Gedrag dat gevolgd wordt door iets onprettigs (meer werk, druk) neemt af.
Operante conditionering = leren door doen en gevolg.
Praktijk
Positieve conditionering (iets prettigs toevoegen)
Het paard doet gewenst gedrag → beloning volgt
Voorbeelden:
Het paard loopt rustig naast je → je zegt “braaf” en aait hem.
Het paard blijft stilstaan bij het opstappen → je geeft rust en ontspanning.
Het paard geeft netjes zijn voet → je laat los en geeft een aai.
Het paard blijft rustig bij borstelen → je stopt even en geeft rust.
Zo leer je dit aan:
Beloon direct (binnen 3 seconden).
Beloon alleen het gedrag dat je wilt zien.
Doe steeds hetzelfde, zodat het paard het snapt.
Negatieve conditionering (druk wegnemen)
Het paard doet gewenst gedrag → druk stopt
Voorbeelden:
Je zet lichte druk op het halster → paard loopt mee → druk verdwijnt.
Je pakt zacht het been vast → paard tilt de hoef → je laat los.
Je vraagt achterwaarts met lichte druk → paard stapt terug → druk stopt.
Je houdt het paard kort vast bij wegdraaien → paard ontspant → druk los.
Zo leer je dit aan:
Begin met lichte druk.
Laat de druk meteen los als het paard reageert.
Herhaal dit rustig en consequent.
Deze slide heeft geen instructies
Shaping
Deze slide heeft geen instructies
Shaping, de kans op succes
Shaping = nieuw gedrag stap voor stap aanleren.
De kans op succes wordt groter door:
Juiste beloning
Rust werkt vaak beter dan voer. Even niets vragen = belonen.
Goede timing
Beloon of corrigeer binnen 3 seconden, anders leert het paard niet goed.
Juiste snelheid
Niet te snel (stap nog niet bevestigd), niet te langzaam (gedrag te vast).
Goed startgedrag
Begin met gedrag dat het paard al af en toe laat zien.
Deze slide heeft geen instructies
Habiuatie
Een paard is een vluchtdier en reageert snel op prikkels.
Om energie te besparen kan een paard wennen aan prikkels die geen pijn of gevaar opleveren.
Habituatie betekent dat het paard minder reageert op een prikkel die vaak terugkomt.
Ook wel: gewenning of desensitisatie.
Voorbeelden:
Wapperend plastic
Langskomende fietsers
Harde geluiden
Dit kan positief zijn, maar ook negatief. wat is een negatieve form?
Habiuatie
Deze slide heeft geen instructies
We hebben positieve vormen voor Habituatie, maar ook negatieve vormen. Verzin er minimaal 1
Deze slide heeft geen instructies
Latent leren
Latent leren betekent dat een paard leert zonder dat je het direct ziet.
Het gedrag is op dat moment nog niet zichtbaar.
Voorbeelden:
Een paard verkent een nieuwe wei en leert ongemerkt de omgeving kennen.
Een oefening lukt vandaag nog niet goed, maar de volgende dag ineens wel.
Het paard heeft het wel geleerd, maar laat het pas later zien.
Waarom een paard dit doet:
Het brein verwerkt informatie in de rust, niet alleen tijdens de training
Het paard hoeft niet direct te reageren → minder stress
Informatie wordt opgeslagen om later nuttig te zijn (overleven)
Wanneer gebeurt latent leren vooral:
In een nieuwe omgeving (wei, stal, route, trailerplek)
Na een nieuwe oefening die nog lastig is
Als een paard veel prikkels tegelijk krijgt
Tijdens rustmomenten na training (12–24 uur)
👉 Kort gezegd:
Een paard leert soms eerst in zijn hoofd, en laat het gedrag pas later zien.
Toenaderen en terugtrekken of flooding
Toenaderen en terugtrekken
Prikkel kort aanbieden en weer weghalen vóór reactie
Weghalen = beloning voor rustig blijven
Prikkel stap voor stap langer en dichterbij
Zorgt meestal voor minder stress
Flooding
Prikkel in één keer volledig aanbieden
Prikkel pas weghalen als het paard kalm wordt
Kan meer stress geven
Alleen door ervaren trainer en in veilige situatie
Deze slide heeft geen instructies
huiswerk: Leertheorieën - E-quine
Je hebt nu kennis gemaakt met de verschillende leertheorieën.
Voor deze opdracht ga je een samenvatting maken van de leertheorieën. In je samenvatting benoem je alle leertheorieën en hun betekenis. Ook geef je bij alles een voorbeeld hoe je dit toe zou kunnen passen in je training.
Verwerk je samenvatting in een Word-document en lever je in op E-quine.
Dit is huiswerk en moet de volgende les af zijn.
Deze slide heeft geen instructies
leerdoelen
Na deze les kan de student:
Het verschil uitleggen tussen klassieke en operante conditionering en voorbeelden geven uit de omgang of training met paarden.
Uitleggen wat habituatie is en herkennen wanneer gewenning gewenst of ongewenst optreedt.
Shaping beschrijven en uitleggen welke factoren (beloning, timing, tempo, startgedrag) bepalen of nieuw gedrag succesvol wordt aangeleerd.
Het onderscheid maken tussen ‘toenaderen en terugtrekken’ en flooding en aangeven welke methode wanneer geschikt of ongeschikt is.
Deze slide heeft geen instructies
Volgende week
Diergeneesmiddelen en verbandleer & Stress
Deze slide heeft geen instructies