cross

Woordenschat

Woordenschat
Wat betekenen woorden als bonafide, cruciaal, nivellering en fictief? Om kranten, boeken, schoolteksten e.d. te kunnen begrijpen, moet je over een goede woordenschat beschikken. 
Met deze test gaan we kijken hoe groot je woordenschat is.

Deze test bestaat uit vijftien vragen.
1 / 17
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 2,3

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Woordenschat
Wat betekenen woorden als bonafide, cruciaal, nivellering en fictief? Om kranten, boeken, schoolteksten e.d. te kunnen begrijpen, moet je over een goede woordenschat beschikken. 
Met deze test gaan we kijken hoe groot je woordenschat is.

Deze test bestaat uit vijftien vragen.

Slide 1 - Tekstslide


1. Als je de krant leest, merk je dat het komkommertijd is.
A
lente
B
verkiezingstijd
C
periode met weinig nieuws

Slide 2 - Quizvraag


2. De regering wil meer geld uittrekken voor innovatie.
A
kunst en cultuur
B
het opknappen van oude wijken
C
technische en industriële vernieuwing

Slide 3 - Quizvraag


3. Wil jij daar een compilatie van maken?
A
bundeling van verschillende teksten
B
overzicht
C
samenvatting

Slide 4 - Quizvraag


4. Die gebeurtenis is een obsessie voor haar.
A
iets wat heel verrassend is
B
iets wat je niet uit je hoofd kunt zetten
C
iets waarover je niet wilt nadenken

Slide 5 - Quizvraag


5. Dat is een suggestieve vraag!
A
vraag die als mededeling bedoeld is
B
vraag die niet te beantwoorden is
C
vraag waarbij het antwoord in de mond gelegd wordt

Slide 6 - Quizvraag


6. De klacht wordt gelukkig geseponeerd.
A
in behandeling genomen
B
ter zijde gelegd
C
niet vergeten

Slide 7 - Quizvraag


7. Je moet niet te veel pretenties hebben.


A
hooi op je vork nemen
B
alles op z'n beloop laten
C
erg overtuigd zijn van jezelf

Slide 8 - Quizvraag


8. Ik wil wel een restrictie maken.



A
voorbehoud
B
verslag
C
contract

Slide 9 - Quizvraag


9. We kunnen op represailles rekenen.


A
vervelende vragen/klachten
B
alle mogelijke steun
C
vergeldingsmaatregelen

Slide 10 - Quizvraag


10. Een tijdje rustig aandoen kan heel heilzaam zijn.


A
deprimerend
B
ontmoedigend
C
goed voor de gezondheid

Slide 11 - Quizvraag


11. Welk begrip past bij een land zonder regering, leiding of bestuur?
A
anarchie
B
bureaucratie
C
olichargie

Slide 12 - Quizvraag


12. Dat is niet erg subtiel van jou.
A
fijngevoelig
B
slim
C
doortastend

Slide 13 - Quizvraag


13. Zijn blik was nogal hautain.


A
geïrriteerd
B
hooghartig
C
ontevreden

Slide 14 - Quizvraag


14. Mijn collega stelt zich altijd heel coulant op.


A
asociaal
B
terughoudend
C
welwillend

Slide 15 - Quizvraag


15. Dat is één van de kardinale punten.



A
nog uit te zoeken
B
lastige
C
belangrijkste

Slide 16 - Quizvraag

Slide 17 - Tekstslide