1.1 Bedrijfsvisies in de agrarische sector

1 / 21
volgende
Slide 1: Interactive video met 3 slides
GroenMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 3,4

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

3

Slide 1 - Video

00:36
Noem minimaal twee voordelen van deze robot ten opzichte van een tractor

Slide 2 - Open vraag

00:42
Wat is het voordeel van rijden over vaste paden?

Slide 3 - Woordweb

03:38
Hoe kun je met smalle teeltbedden zorgen voor meer biodiversiteit?
A
Verschillende gewassen afwisselend naast elkaar
B
Bedden met bloemen tussen de bedden met gewassen
C
Verschillende gewassen in hetzelfde bed planten/zaaien

Slide 4 - Quizvraag

Lesdoel
Je kunt verschillende bedrijfsvisies noemen.

Slide 5 - Tekstslide

Duurzaamheid in land- en tuinbouw



Groei landbouw door:
  • kunstmest
  • diermedicijnen
  • chemische middelen
Meer grondstoffen nodig:
  • water
  • energie
  • kunstmest
  • medicijnen
  • voer

Slide 6 - Tekstslide

Duurzaamheid 
Rekening houden met:
  • milieu
  • landschap
  • welzijn van dieren


Slide 7 - Tekstslide

Biologische landbouw
Geen gebruik van:
  1. substraat
  2. kunstmest
  3. antibiotica
  4. chemische middelen

Slide 8 - Tekstslide

Biologische landbouw
Is net zo modern als reguliere landbouw.
Wel duurder door:
  • hogere arbeidskosten
  • meer risico 
  • lagere opbrengsten

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Video

Slide 11 - Tekstslide

Schaalvergroting en specialisatie
Vroeger gemengde bedrijven:
verschillende soorten vee en verschillende gewassen op één bedrijf.
Nu specialisatie:
alleen akkerbouw of veeteelt
weinig verschillende gewassen of maar één diersoort per bedrijf

Slide 12 - Tekstslide

Schaalvergroting en specialisatie
Gevolg: 
  • monocultuur (één enkel gewas)
  • schaalvergroting


Kosten spreiden over groter areaal of aantal dieren = goedkoper

Slide 13 - Tekstslide

Gevolgen:
  • Veel mestproductie
  • Meer spuiten tegen ziekten en plagen
  • Meer bemesten dan het gewas op kan nemen

Slecht voor het bodemleven doordat altijd hetzelfde gewas op een perceel geteeld wordt.

Slide 14 - Tekstslide

Kleinschalige landbouw
Kleine bedrijven verdienen te weinig.
Nevenactiviteiten:
  • boerderijverkoop streek- en zuivelproducten
  • minicamping
  • zorgboerderij

Slide 15 - Tekstslide

Open en gesloten teelten
Open teelten
Gewassen die buiten geteeld worden. 
Meerdere groeifactoren niet of moeilijk te regelen.
Gesloten teelten
Gewassen die in de kas of schuur geteeld worden.
Veel groeifactoren door teler te regelen.

Slide 16 - Tekstslide

Noem twee verschillende bedrijfsvisies

Slide 17 - Open vraag

Noem een kenmerk van duurzame landbouw.
A
een hoge productie
B
grote bedrijven
C
zo min mogelijk negatieve gevolgen voor het milieu
D
gebruik van veel water, energie en grondstoffen

Slide 18 - Quizvraag

Waarin verschilt de biologische landbouw van de gangbare landbouw?
A
De biologische landbouw is ouderwets.
B
De biologische landbouw is gericht op natuur- en landschapsbehoud.
C
In de biologische landbouw worden geen chemische middelen gebruikt.
D
In de biologische landbouw worden antibiotica en bestrijdingsmiddelen gebruikt

Slide 19 - Quizvraag

Wat is schaalvergroting bij een varkensbedrijf?
A
Er worden meer dieren gehouden op hetzelfde bedrijf.
B
De plattegrond van het bedrijf wordt op een grotere schaal getekend.
C
Er worden meer diersoorten gehouden.
D
Er komen meer bedrijven in één gebied.

Slide 20 - Quizvraag

Welke producten worden binnen geteeld?
A
aardappelen, maïs en uien
B
komkommers, appels en frambozen
C
tomaten, uien en aardappels
D
champignons, rozen en tomaten

Slide 21 - Quizvraag