thema 3 Gaswisseling en uitscheiding

Programma
Herhaling
uitleg B2 longventilatie
1 / 30
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 6

In deze les zitten 30 slides, met interactieve quiz, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Programma
Herhaling
uitleg B2 longventilatie

Slide 1 - Tekstslide

Vragen
Wat betekent pO2?
Leg uit mbv de wet van Fick hoe de diffusieafstand de snelheid beïnvloedt
Ligt in de longen het evenwicht naar links of naar rechts bij de vorming van oxyhemoglobine?

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Video

                                              83D

Slide 4 - Tekstslide

Maak opgave 9

Slide 5 - Tekstslide

Model middenrifademhaling

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Link

plaatsing spieren

Slide 8 - Tekstslide

Ademvolume Binas 83B

Slide 9 - Tekstslide

regeling ademfrequentie

Het ademcentrum regelt de activiteit van de ademspieren. Hiervoor zitten er chemoreceptoren in de hersenstam, de wand van de aorta en de wand van de halsslagaders. Deze meten de pCO2. Als er weinig zuurstof in het bloed zit, neemt de gevoeligheid voor CO2 toe. Door sneller en krachtiger samen te trekken, kan de hoeveelheid geventileerde lucht wel 20x zo groot worden.

Slide 10 - Tekstslide

De rekreceptoren meten de mate van uitrekking, via feedback wordt de inademing gestopt en ga je uitademen.

Bij hyperventilatie gaan personen te snel ademen, waardoor teveel CO2 uitgeademd wordt en het gehalte te laag wordt in het bloed.

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Door lungpacking voorafgaand aan een
duik kan de duiker een grotere diepte
bereiken, leg dit uit:

Slide 15 - Open vraag

Huiswerk
Maak Thema 3 B2 opgave 16,17,20,22,23,25
+B3 26,28

Slide 16 - Tekstslide

Leerdoelen
je kunt de bouw, functie en werking van de lever beschrijven 
welke rol speelt de lever in het constant houden van het interne milieu en de homeostase

Slide 17 - Tekstslide

Lever
De lever krijgt zuurstofrijk bloed via de leverslagader en zuurstof-arm maar voedselrijk bloed via de poortader. In de lever wordt onder andere glycogeen opgeslagen, zodat de leverwerking belangrijk is voor de samenstelling van het bloedplasma. De lever is zodoende betrokken bij homeostase. 
Bouw: Binas 82D

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Link

Functies van de lever
Leverslagader en poortader
Opbouwen en omzetten
- Aminozuren/ eiwitten
- Glucose -> vet -> cholesterol
Afbreken
- Aminozuren > ureum
- Alcohol/ ander gif/ medicijnen
Afvoeren
- Gal (hemoglobine > billirubine)
Opslaan
- Glycogeen en ijzer

Slide 20 - Tekstslide

Geelzucht
  • De lever breekt rode bloedcellen af als ze oud zijn
  • De hemoglobine in de rode bloedcellen bevat ijzer, wat kleur geeft aan het bloed. Als je hemoglobine afbreekt krijg je de stof billirubine, wat wordt afgevoerd via gal.
  • Als de lever niet goed werkt komt er billirubine in het bloed
  • Dit verspreid zich door het lichaam en geeft een gele kleur
  • Geelzucht geeft dus aan dat iemands lever niet goed meer werkt

Slide 21 - Tekstslide

Nieren en urinewegen 85A

Slide 22 - Tekstslide

Samenstelling nier 85A

Slide 23 - Tekstslide

Urine wordt verzameld in het nierbekken en afgevoerd via de urineleiders. Via urine wordt overtollig water en zouten afgevoerd, zodoende hebben de nieren invloed op de osmotische waarde. De hoeveelheid uitgescheiden water staat onder invloed van het hormoon ADH: anti-diuretisch hormoon (anti-uitscheidingshormoon). Dus: hoe meer ADH, hoe minder water met urine uitgescheiden wordt.

Slide 24 - Tekstslide

Door hoge bloeddruk wordt het vocht met glucose, ionen en ureum uit het bloedplasma in het nierkapsel eruit geperst. Dit heet ultrafiltratie. Dit proces kost geen zuurstof, door het kleinere volume vocht zit er dus relatief meer zuurstof in het bloed.

Slide 25 - Tekstslide

Kapsel van Bowman

Slide 26 - Tekstslide

Er wordt per dag 180 l voorurine gemaakt. Veel stoffen worden weer uit de voorurine mbv actief transport gehaald, bijv glucose. Dit proces heet terugresorptie.

De pH van het bloed wordt geregeld door meer of minder CO2 via de longen uit te ademen.

Slide 27 - Tekstslide

Binas 85B

Slide 28 - Tekstslide

Binas 85C

Slide 29 - Tekstslide

Slide 30 - Tekstslide