Thema Grieken en Romeinen - Blok 4 Recreatie en toerisme

Blok 4
Recreatie en toerisme 
1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide
Mens & MaatschappijMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 1

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Blok 4
Recreatie en toerisme 

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen 
  • uitleggen waarom mensen nu meer vrije tijd hebben dan vroeger.
  • uitleggen waarom mensen meer geld besteden aan recreatie en toerisme dan vroeger.
  • uitleggen wat het verschil is tussen recreatie en toerisme.
  • voorbeelden van verschillende soorten accommodaties en attracties noemen







Slide 2 - Tekstslide

Waar gaat dit blok over? 
Heerlijk, een middag vrij! Wat ga je doen? Gamen, chillen, sporten, naar de film?

De meeste Nederlanders hebben veel vrije tijd. Soms een uurtje, soms een dag en in vakanties zijn ze nog langer vrij. Wat doen mensen in die vrije tijd? Waar doen ze dat? Daarover gaat het in dit blok.

Slide 3 - Tekstslide

Vrije tijd 
=De tijd die je overhoudt naast alles wat je moet doen (werk, school, huishouden, zorg)
Tegenwoordig meer vrijetijd dan vroeger:
Vroeger werkten mensen gem. 50 uur per week
tegenwoordig werken we gem. 28 uur per week 
Belangrijke reden --> Veel werk is overgenomen door machines, computers en andere apparaten. 



Slide 4 - Tekstslide

Vrije tijd 
Volgens de wet heeft iedereen recht op 4 weken vakantie per jaar, Kinderen op school 12 weken!





Slide 5 - Tekstslide

Wat is een belangrijke reden dat mensen nu meer vrije tijd hebben dan vroeger?

Slide 6 - Open vraag

Recreatie 
In hun vrije tijd doen mensen aan recreatie. =alles wat je voor je plezier doet om je te ontspannen. 
Mensen hebben meer geld dan vroeger, er wordt dus meer uitgegeven aan recreatie.






Slide 7 - Tekstslide

Wat doe jij als recreatie?

Slide 8 - Woordweb

Toerisme 
Toerisme is ook een vorm van recreatie. Toerisme is het reizen naar een plaats buiten je eigen omgeving. Omdat mensen meer vrije tijd hebben, reizen ze vaker en verder. Meestal blijven mensen daar dan ook overnachten.

Slide 9 - Tekstslide

Wat is het verschil tussen recreatie en toerisme?

Slide 10 - Open vraag

Toerisme in NL
Accommodaties=  Een voorziening waar je kunt overnachten als je op vakantie bent, bijvoorbeeld een camping of een hotel.
Attracties= Plaats waar mensen naartoe gaan om iets te beleven in hun vrije tijd, zoals musea, dierentuinen en pretparken. 

Nederlanders op vakantie in NL gaan vaak de natuur/rust opzoeken, buitenlandse toeristen gaan vaak op de Steden en musea af. 

Slide 11 - Tekstslide

Noem 3 voorbeelden van een attractie.

Slide 12 - Open vraag

Noem 2 voorbeelden van accommodaties

Slide 13 - Open vraag

Op vakantie 
Lange en korte vakantie:
  • Meer dan 4 dagen is een lange vakantie
Actieve, passieve of een cultuur -vakantie:
  • Actief: mensen gaan dingen doen: ze gaan wandelen of fietsen.
  • Passief: mensen gaan vooral op reis om te luieren en uit te rusten, relaxen. 
  • Cultuur: mensen bezoeken steden, monumenten en musea.
Een combinatie kan ook!

Slide 14 - Tekstslide

Welke activiteit hoort NIET bij een actieve vakantie?
A
Mountainbiken in de bossen
B
Snowboarden in de bergen
C
Op het terras zitten in de stad
D
Kanoën in de Ardennen

Slide 15 - Quizvraag

Wat past bij een passieve vakantie?
A
Wielrennen
B
Bergbeklimmen
C
Snowboarden
D
Aan het strand liggen

Slide 16 - Quizvraag

Is dit een passieve of actieve vakantie?
A
Passief
B
Actief

Slide 17 - Quizvraag

Is dit een passieve of actieve vakantie?
A
Passief
B
Actief

Slide 18 - Quizvraag

Massatoerisme 
=Als veel toeristen tegelijk naar hetzelfde gebied gaan. In gebieden met massatoerisme is het erg druk en vol.

Slide 19 - Tekstslide

Voordelen toerisme:
Levert veel geld op

Zorgt voor werk
Nadelen toerisme:
veel transport van/naar bestemming kan slecht zijn voor het milieu, net als de bouw van hotels etc. 

Verjagen oorspronkelijke bewoners. 

Slide 20 - Tekstslide

Wat zijn de belangrijkste voordelen van toerisme?
A
Het wordt gezellig druk in de plaatsen langs de kust
B
De mensen leren daardoor andere culturen kennen
C
Het levert werk en geld op
D
Het zorgt voor goede vriendschappen tussen landen

Slide 21 - Quizvraag

Wat zijn nadelen van massatoerisme?

Slide 22 - Open vraag

Aan het werk
Ontwerp een vakantiefolder voor jou droomvakantie.
Denk aan:
  • Locatie: welke stad/land?
  • Accommodatie: waar slaap je?
  • Attracties: wat kan je doen/bezoeken op vakantie?
  • Soort vakantie (actief, passief, cultureel)

Zoek ook mooie, bijpassende plaatjes. Geef de lezer van de folder ook informatie over kosten. Hoe duur is de reis er naar toe? Hoe duur is de accomodatie? Kost de attractie geld of kan je ook dingen doen als recreatie?

Slide 23 - Tekstslide

Lever je presentatie over de Olympische Spelen in om een extra punt op je toets te krijgen!

Inleven doe je door je presentatie te sturen naar:
nscholten@vechtdalcollege.nl

Slide 24 - Tekstslide