Ouderbetrokkenheid

Les 2 ouderparticipatie en ouderbetrokkenheid 
Keuzedeel IKC week 3
1 / 31
volgende
Slide 1: Tekstslide
Pedagogisch werkMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 31 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Les 2 ouderparticipatie en ouderbetrokkenheid 
Keuzedeel IKC week 3

Slide 1 - Tekstslide

Bronnen
Cohort 2021 en 2022:
Boek Gespecialiseerd pedagogisch medewerker
H19 Ouderbetrokkenheid
Boek Onderwijsassistent
H19 Ouderparticipatie
Boek Pedagisch werk 1
H 19 Kinderparticipatie

Cohort 2023:
Boek Professioneel werken in een organisatie
H16 Ouderbetrokkenheid en ouderparticipatie
Boek Opvoeden, begeleiden en verzorgen
H16 Kinderparticipatie 

Slide 2 - Tekstslide

Betrokkenheid van ouders bij de opvoeding en de kinderopvang van hun kind, zowel thuis als op de kinderopvang noemen we:
A
Bemoeizuchtige ouders
B
Ouderinzicht
C
Ouderbetrokkenheid

Slide 3 - Quizvraag

Doelen
Aan het einde van dit kennisdeel:
  • Weet de student het belang van een goede samenwerking tussen ouders en IKC-medewerkers;
  • Weet de student het belang van een goede samenwerking tussen ouders en IKC-medewerkers voor het kind op een IKC van 0-12 jaar;
  • Weet de student het belang van kinderparticipatie binnen een IKC.

Slide 4 - Tekstslide

Doelen IKC 
Doelen ouderparticipatie en ouderbetrokkenheid in een kindcentra kunnen bijv. zijn:
versterken van leerresultaten van kinderen

 
  • Kindcentrum als ontmoetingsplaats voor ouders;
  • Ouders en kinderen stimuleren te participeren in de samenleving;
  • Versterken van sociale cohesie, sociale samenhang;
  • Bevorderen van integratie van allochtone kinderen en ouders;
  • Bevorderen van de brede ontwikkeling van kinderen;
  • Meer vrijwilligerswerk in en om het kindcentrum.

Slide 5 - Tekstslide

Koppeling naar keuzedeel IKC
  • In dit keuzedeel ga je twee dagarrangementen ontwikkelen;
  • Om tot een passend dagarrangement voor een kind te komen dien je de  interessegebieden van het desbetreffende kind te weten;
  • Ouders/verzorgers zien hun kinderen in andere situaties en kennen over het algemeen hun kinderen door en door;
  • Je hebt hen in samenwerking nodig om de talenten van kinderen te ontdekken en zo een passend dagarrangement te kunnen ontwikkelen voor het kind/de kinderen.

Slide 6 - Tekstslide

Intro

Slide 7 - Tekstslide

Wat heb je nodig om goed met ouders te
kunnen omgaan?
Noteer zo veel mogelijk vaardigheden.

Slide 8 - Woordweb

Filmpje
Ouders hebben verwachtingen van jou als pedagogisch professionals die je misschien niet altijd kunt waarmaken.

Bekijk het filmpje Joris en Monique zoeken kinderopvang.

Slide 9 - Tekstslide

Brainstorm
Brainstorm over de wensen en verwachtingen die ouders kunnen hebben van pedagogisch professionals zowel in een schoolsetting als in de kinderopvang.
Noteer hieronder minimaal zes wensen en verwachtingen.

Slide 10 - Tekstslide

Schoolbewustzijn vergroten
Samenwerking met ouders kan helpen om het schoolbewustzijn te vergroten. Dit ondersteunt niet alleen de kinderen, maar versterkt ook de band tussen school en ouders. 

Slide 11 - Tekstslide

Waarom is een goede samenwerking met ouders binnen een IKC belangrijk?
  • Positief contact tussen beide partijen geeft een kind een veilig gevoel;
  • Goede ouderbetrokkenheid draagt bij aan een positieve invloed op de  ontwikkeling van het kind;
  • Omdat je individuele (leer)behoeften kunt bespreken;
  • De IKC-medewerker leert in contact met ouders de omgeving waarin het kind opgroeit beter kennen en gaan daardoor bepaald gedrag beter begrijpen van kinderen.

Slide 12 - Tekstslide

Waarom is een goede samenwerking met ouders binnen een IKC belangrijk?

Slide 13 - Open vraag

Hoe kun je ervoor zorgen dat ouders zich betrokken voelen bij de kinderopvang? 
- Positieve instelling
- Luisteren
- Open en eerlijk zijn
- Reflectie
- Regelmatig contact hebben met de ouders

Noteer deze kenmerken, welke herken je in het filmpje.

 

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Video

Welke kenmerken herkende
je in het filmpje

Slide 16 - Woordweb

Welke oudertypen kun je onderscheiden?
  • Bron:  Professioneel werken in een organisatie - 16 Ouderbetrokkenheid en ouderparticipatie 16.1. Typen oudergedrag'

  • Betrokken oudertypen
  • Boze of kritische oudertypen
  • Ongeïnteresseerde oudertypen
  • Perfectionistische oudertypen
  • Professionele oudertypen
  • Afhankelijke oudertypen
  • Te behulpzame oudertypen
  • Overbezorgde en overbeschermende oudertypen
  • Verwaarlozende oudertypen

Slide 17 - Tekstslide

Informele en formele gesprekken met ouders

OPDRACHT OVERLEG IN GROEPJES


1. Wat is een informeel gesprek, en bij welk oudertype zou je dit gesprek kunnen gebruiken?

2. Wat is een formeel gesprek, en hoe zou je zo’n gesprek in kunnen zetten bij verschillende oudertypen?

timer
5:00
Casus informeel of formeel oudergesprek?
Het kan lastig zijn het verschil tussen effectieve en minder effectieve gesprekken te herkennen en een balans te vinden tussen formele en informele contactmomenten met ouders. Het vraagt om inzicht in je professionele en persoonlijke grenzen. En dat je op een passende manier communiceert bij verschillende typen oudergedrag. De ene ouder bereik je vooral met veel informele contacten, de andere heeft juist baat bij meer formele gesprekken met concrete afspraken.

Slide 18 - Tekstslide

Klassikaal bespreken

Slide 19 - Tekstslide

Wat is ouderbetrokkenheid
Je spreekt van ouderbetrokkenheid, als ouders zich verantwoordelijk voelen voor de ontwikkeling van hun kind, zowel thuis als op school en de opvang. Kinderen die opgroeien in een ondersteunend gezin, waarin aandacht is voor hun ontwikkeling en waarin ouders belangstelling tonen voor wat een kind doet op school en de kinderopvang, blijken meer profijt te hebben van de georganiseerde activiteiten op school en de opvang. Ouderbetrokkenheid en school/kinderopvang versterken elkaar dus.

Slide 20 - Tekstslide

Ouderparticipatie
Ouderparticipatie betekent dat ouders actief deelnemen aan activiteiten van de kinderopvang/school.




Ouderparticipatie in het onderwijs en de kinderopvang is niet vrijblijvend, maar vastgelegd in de wet.

Wat is ouderparticipatie?
Ouderparticipatie is het actief deelnemen van ouders aan activiteiten van school of de kinderopvang. Het is een vorm van vrijwilligerswerk. Er is onderscheid tussen informele en formele ouderparticipatie. Informele ouderparticipatie is meehelpen bij activiteiten, bijvoorbeeld bij een uitstapje, bij feesten en op een schoonmaakmiddag. Formele ouderparticipatie is gericht op beleid en inspraak. Ouders maken bijvoorbeeld deel uit van de kindcentrumraad of zijn lid van de medezeggenschapsraad van school of de oudercommissie van de kinderopvang.

Slide 21 - Tekstslide

Alleen door ouderparticipatie kunnen ouders betrokkenheid laten zien.

A
eens
B
niet eens

Slide 22 - Quizvraag

Welke uitspraak is juist?
A
Een adviesgesprek is altijd een formeel gesprek
B
Een adviesgesprek is altijd een informeel gesprek
C
Een adviesgesprek kan zowel een formeel als een informeel gesprek

Slide 23 - Quizvraag

Bewustwording op verschillende niveaus
Overtuigingsniveau: je eigen normen en waarden spelen een rol in contacten met ouders
Kennisniveau: het kunnen signaleren en begrijpen van signalen van ouders over ouderbetrokkenheid, ouders op de juiste manier ondersteunen.
Attitudeniveau: de houding van pedagogisch medewerkers richting ouders
Vaardigheidsniveau: praktische vaardigheden van de pedagogisch medewerker om ouderbetrokkenheid te stimuleren (schrijven nieuwsbrief, voeren van gesprekken).

Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Video

Welke soorten gesprekken
Welke soorten gesprekken vinden er allemaal plaats binnen een IKC?

Slide 26 - Tekstslide

Kinderparticipatie
Kinderparticipatie is een democratisch proces waarbij je kinderen betrekt bij het nemen van beslissingen die voor hen belangrijk zijn. Je benadert ze als volwaardige, competente mensen met een eigen mening, die een unieke bijdrage kunnen leveren. Daarbij past respectvolle, open communicatie op basis van gelijkwaardigheid. 
Neem dit mee in het ontwikkelen van je dagarrangement!

Slide 27 - Tekstslide

Uitgangspunten kinderparticipatie
Kinderparticipatie is geen activiteit, maar een wezenlijk onderdeel van het werken met kinderen. Je stemt je handelen steeds af op wat je bij het kind waarneemt. Je houding is open en uitnodigend: je stimuleert het kind om initiatief te nemen en zelf na te denken.
Bijvoorbeeld: je werkt op een bso en de kinderen willen voetballen, maar het regent. Je komt niet met een oplossing, maar stelt vragen: ‘Ja, jammer! Wat nu?’ De kinderen overleggen en bedenken zelf een oplossing. Samen zorgen jullie voor een fijne middag.

Uitgangspunt is steeds:

samen denken
samen beslissen
allemaal meedoen
samen verantwoordelijk zijn.

Slide 28 - Tekstslide

Verkeerd voorbeeld KP


Mischa (8) is op kamp met scouting. Er zijn groepjes gemaakt die allemaal iets voorbereiden voor de bonte avond. Irene begeleidt de groep van Mischa. Thuis heeft ze al een indianendans bedacht en zelfs spullen daarvoor meegenomen. Het oefenen voor de dans is niet leuk. De kinderen vinden de indianendans maar stom. Het is niet hun idee, ze moeten alleen maar doen wat die pedagogisch professional leuk vindt

Goed voorbeeld KP


Asha (8) is op hetzelfde scoutingkamp. Haar groepje bereidt zich ook voor op de bonte avond. Pedagogisch professional André vraagt de kinderen: ‘Wat zouden jullie willen doen?’ Allerlei ideeën komen naar voren. Het wordt een toneelstukje met goede grappen erin. De kinderen verdelen de taken en bedenken zelf oplossingen voor het probleem dat er geen echte kostuums zijn. Ze hebben veel plezier bij de voorbereiding en voor hun optreden krijgen ze zelfs de eerste prijs.

Slide 29 - Tekstslide

Zijn de doelen behaald?
Aan het einde van dit kennisdeel:
  • Weet de student het belang van een goede samenwerking tussen ouders en IKC-medewerkers;
  • Weet de student het belang van een goede samenwerking tussen ouders en IKC-medewerkers voor het kind op een IKC van 0-12 jaar;
  • Weet de student het belang van kinderparticipatie binnen een IKC.

Slide 30 - Tekstslide

Wat neem je mee naar je examenpresentatie?

Slide 31 - Tekstslide