Basis van oncologische zorg

Basis oncologie

1 / 25
volgende
Slide 1: Slide
newEditorVerpleging en verzorgingMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 25 slides, met tekstslides.

Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Basis oncologie

Open de les vanuit de verpleegkundige praktijk: studenten hoeven geen arts te worden, maar moeten herkennen wat kanker is, welke behandelingen veel voorkomen en wat dit betekent voor patiënt en naasten.

Leerdoel

Ik kan de basisprincipes van oncologische zorg beschrijven, inclusief de meest voorkomende vormen van kanker, de algemene behandelingsopties en de impact van de ziekte op de patiënt en diens naasten, en ik kan voorbeeldsituaties herkennen waarin deze kennis relevant is voor verpleegkundige zorg.

Deze slide heeft geen instructies

Dit gaat er mis in het lichaam

Er zijn meer dan 100 verschillende soorten kanker. Elke soort kanker is een andere ziekte met een eigen behandeling. 1 eigenschap hebben ze wel allemaal: de lichaamscellen delen verkeerd.


Normaal regelt het lichaam de celdeling goed. Elke dag delen miljoenen cellen in het lichaam. Tijdens al die celdelingen kan er iets misgaan. Door toeval, maar ook door schadelijke invloeden. Bijvoorbeeld door roken, te veel zonlicht, voeding of alcohol.


Worden er meerdere fouten in dezelfde cel gemaakt? En kan de cel ze niet meer repareren? Dan gaat die cel zich verkeerd delen. Zo ontstaat kanker.

Benadruk het verschil tussen gewone celdeling en ontregelde celdeling. Gebruik eenvoudige taal: 'de rem op celdeling werkt niet goed meer'.

Hoe gedraagt kanker zich?

Vaak ontstaat kanker in 1 orgaan. Dit heet solide kanker. Solide betekent vast, hecht en stevig. Door de verkeerde celdeling ontstaat in dat orgaan een gezwel. Een ander woord voor gezwel is tumor. Er zijn goedaardige en kwaadaardige tumoren.


Soms ontstaat kanker in weefsels of cellen die op verschillende plaatsen in het lichaam zitten. Dit heet niet-solide kanker. Niet-solide betekent: vloeibaar of los. Voorbeelden van niet-solide kankersoorten zijn: leukemie, lymfeklierkanker.

Noem de term metastasen als vakwoord, maar houd de uitleg eenvoudig: uitzaaiingen zijn nieuwe tumoren op een andere plek in het lichaam.

Chemotherapie en radiotherapie

  • Chemotherapie werkt via medicijnen in het hele lichaam.

  • Radiotherapie werkt plaatselijk op een afgebakend gebied.

  • Beide behandelingen kunnen gezonde cellen ook belasten/aantasten.

Dit is een belangrijke vergelijking: systemische behandeling versus lokale behandeling.

Uitzaaiingen of verspreiding

Kankercellen kunnen van een kwaadaardige tumor losraken. En via het bloed of de lymfe ergens anders in het lichaam terechtkomen. Zij kunnen daar uitgroeien tot nieuwe tumoren: dit zijn uitzaaiingen.


Bij niet-solide kanker zitten de kankercellen in het bloed, het lymfestelsel of het beenmerg. Via het bloedvaten- en lymfestelsel kan de ziekte zich snel naar andere plaatsen in het lichaam verspreiden. Dit heet niet uitzaaien, maar verspreiden.

Noem de term metastasen als vakwoord, maar houd de uitleg eenvoudig: uitzaaiingen zijn nieuwe tumoren op een andere plek in het lichaam.

Waarom is deze basis belangrijk?

Een verpleegkundige hoeft kanker niet te diagnosticeren, maar moet wel begrijpen wat de ziekte betekent in de zorg. Kennis van het ziekteproces helpt bij observeren, begeleiden, signaleren van klachten en uitleg geven aan patiënt en naasten.

Koppel dit aan de beroepsrol: observeren van veranderingen, ondersteunen bij behandeling en aandacht voor psychosociale gevolgen.

Deze slide heeft geen instructies

Deze slide heeft geen instructies

Deze slide heeft geen instructies

Deze slide heeft geen instructies

Signaleren in de zorg

  • Let op pijn, vermoeidheid, benauwdheid en gewichtsverlies.

  • Observeer ook angst, somberheid en onzekerheid.

  • Veranderingen in zelfzorg of mobiliteit kunnen veel zeggen.

  • Goede observatie helpt om tijdig te handelen.

Verbind deze slide met de vier veelvoorkomende kankersoorten: klachten verschillen, maar systematisch observeren blijft hetzelfde verpleegkundige principe.

Hoofdlijnen van behandeling

  • Operatie: tumor weghalen

  • Chemotherapie: medicijnen die kankercellen remmen of doden

  • Radiotherapie: bestraling van tumorweefsel

  • Immunotherapie: afweersysteem helpen kanker aan te vallen

  • Hormoontherapie: invloed van hormonen op tumorgroei remmen

Benadruk dat behandelingen los van elkaar of in combinatie kunnen worden ingezet.

Operatie

  • Gericht op het verwijderen van de tumor

  • Soms ook omliggend weefsel of lymfeklieren

  • Verpleegkundige zorg richt zich op herstel, wondzorg en observatie

Noem dat een operatie niet altijd mogelijk of voldoende is; dit hangt af van plaats en stadium.

Immunotherapie en hormoontherapie

  • Immunotherapie stimuleert of stuurt het afweersysteem om kankercellen aan te pakken.

  • Hormoontherapie wordt gebruikt bij tumoren die gevoelig zijn voor hormonen, zoals sommige vormen van borst- en prostaatkanker.

  • Deze behandelingen vragen ook om goede observatie van effect en bijwerkingen.

Noem dat deze behandelingen niet voor elke patiënt geschikt zijn; keuze hangt af van tumorkenmerken.

Veelvoorkomende bijwerkingen

  • Vermoeidheid

  • Misselijkheid en verminderde eetlust

  • Haaruitval

  • Pijn

  • Huid- of slijmvliesklachten

  • Verhoogde kans op infecties

Maak duidelijk dat niet elke patiënt alle bijwerkingen krijgt. Verpleegkundige observatie en voorlichting zijn hier essentieel.

Dagelijks functioneren

Kanker en behandeling hebben vaak invloed op gewone dagelijkse activiteiten. Werken, slapen, bewegen, eten, persoonlijke verzorging en sociale contacten kunnen tijdelijk of langdurig moeilijker worden.

Leg de koppeling met zelfredzaamheid en de verpleegkundige inschatting van zorgbehoefte.

Lichamelijke klachten

  • Pijn en vermoeidheid komen veel voor.

  • Ook misselijkheid, benauwdheid of verminderde conditie kunnen optreden.

  • Klachten kunnen door de ziekte zelf of door behandeling ontstaan.

  • Ze beïnvloeden mobiliteit en zelfzorg.

Laat studenten zien dat dezelfde klacht verschillende oorzaken kan hebben; dat vraagt om goed observeren en rapporteren.

Psychosociale gevolgen

  • Angst voor de uitslag of toekomst

  • Somberheid of onzekerheid

  • Veranderd zelfbeeld, bijvoorbeeld door littekens of haarverlies

  • Spanningen in relaties, gezin of werk

  • Behoefte aan duidelijke informatie en steun

Benadruk dat psychosociale gevolgen niet 'minder echt' zijn dan lichamelijke klachten. Ze beïnvloeden therapietrouw, herstel en kwaliteit van leven.

Rol van de verpleegkundige

  • Observeert klachten en veranderingen

  • Biedt praktische hulp en begeleiding

  • Geeft uitleg in begrijpelijke taal

  • Signaleert overbelasting of extra zorgbehoefte

  • Werkt samen met andere zorgverleners

Dit is de kern van het verpleegkundig perspectief binnen de les: signaleren, ondersteunen, uitleggen en samenwerken.

Invloed op naasten

  • Familie en mantelzorgers leven vaak mee in spanning en onzekerheid.

  • Zij nemen geregeld zorgtaken over.

  • Ook hun dagelijks leven, werk en rust kunnen onder druk staan.

Gebruik de term mantelzorger duidelijk: iemand uit de directe omgeving die langdurig en onbetaald zorg verleent.

Mantelzorgers kunnen overbelast raken

  • Veel regelen, zorgen en meegaan naar afspraken kost energie.

  • Emotionele belasting kan groot zijn.

  • Overbelasting herken je bijvoorbeeld aan uitputting, prikkelbaarheid of eigen gezondheidsklachten.

  • Aandacht voor de naasten hoort dus bij goede oncologische zorg.

Laat zien dat zorg voor de patiënt niet losstaat van zorg voor het systeem rondom de patiënt.

Zorg met oog voor patiënt én netwerk

Goede oncologische zorg richt zich niet alleen op de tumor of behandeling. Ook kwaliteit van leven, zelfredzaamheid, communicatie en steun aan naasten zijn onderdeel van passende verpleegkundige zorg.

Gebruik dit als afronding van de inhoud: oncologische zorg is medisch én mensgericht.

Begrippenlijst

kanker - Verzamelnaam voor ziekten waarbij cellen ongecontroleerd delen.

tumor - Een zwelling of gezwel door abnormale celdeling.

kwaadaardig - Eigenschap van cellen die kunnen doorgroeien en schade geven.

uitzaaiingen - Kankercellen die zich verspreiden naar andere plekken in het lichaam.

curatief - Gericht op genezing.

palliatief - Gericht op kwaliteit van leven en vermindering van klachten.

oncologische zorg - Zorg voor mensen met kanker, tijdens alle fasen van de ziekte.

Deze slide heeft geen instructies

Begrippenlijst

chemotherapie - Behandeling met medicijnen die kankercellen remmen of doden.

radiotherapie - Behandeling met bestraling.

immunotherapie - Behandeling die het afweersysteem helpt om kanker aan te vallen.

hormoontherapie - Behandeling die de invloed van hormonen op sommige tumoren remt.

mantelzorger - Naaste die langdurig en onbetaald zorg geeft.

psychosociale klachten - Klachten op emotioneel, sociaal of mentaal gebied.

Deze slide heeft geen instructies