Nederlanders maken een zin af met een persoonlijk antwoord.
Doel: je kunt een zin maken
Wat heb je nodig?
- je schrift en een pen
- je laptop en een koptelefoon of oortjes
Slide 3 - Tekstslide
Slide 4 - Video
Doel = je kunt een 1-2-3 -zin maken
Stappen:
pak je schrift en een pen
kijk naar het volgende fragment
klik daarna verder
Slide 5 - Tekstslide
Slide 6 - Video
Doel = je kunt een 1-2-3 -zin maken
Stappen:
schrijf op: Ik ben.....
maak de zin af met je eigen woorden
kijk naar het volgende fragment
timer
1:00
Slide 7 - Tekstslide
Slide 8 - Video
Doel = je kunt een 1-2-3 -zin maken
Stappen:
schrijf op: Ik was.....
maak de zin af met je eigen woorden
kijk naar het volgende fragment
timer
1:30
Slide 9 - Tekstslide
Slide 10 - Video
Doel = je kunt een 1-2-3 -zin maken
Stappen:
schrijf op: Ik ga.....
maak de zin af met je eigen woorden
kijk naar het volgende fragment
timer
1:30
Slide 11 - Tekstslide
Slide 12 - Video
Doel = je kunt een 1-2-3 -zin maken
Stappen:
schrijf op: Ik zal nooit.....
maak de zin af met je eigen woorden
kijk naar het volgende fragment
timer
2:00
Slide 13 - Tekstslide
Slide 14 - Video
Doel = je kunt een 1-2-3 -zin maken
Stappen:
schrijf op: Ik zou (graag) .....
maak de zin af met je eigen woorden
kijk naar het volgende fragment
timer
2:00
Slide 15 - Tekstslide
Slide 16 - Video
Doel = je kunt een 1-2-3 -zin maken
Stappen:
schrijf op: Ik heb.....
maak de zin af met je eigen woorden
kijk naar het volgende fragment
timer
1:00
Slide 17 - Tekstslide
Slide 18 - Video
Doel = je kunt een 1-2-3 -zin maken
Stappen:
schrijf op: Ik heb nog nooit.....
maak de zin af met je eigen woorden
kijk naar de opdracht op de volgende dia
timer
2:00
Slide 19 - Tekstslide
Doel = je kunt je zin vloeiend voorlezen
Stappen:
werk samen met de persoon naast je
kijk samen jullie zinnen na
praat met elkaar als je een zin niet begrijpt
lees je zinnen om beurten aan elkaar voor
zijn alle zinnen 1-2-3 zinnen?
verbeter je zinnen
timer
10:00
Slide 20 - Tekstslide
Wat gaan we er nu mee doen?
- Schrijfopdracht
- Spreekopdracht
Lesdoelen:
ik kan een kort gedicht in het Nederlands schrijven
ik kan mijn gedicht voorlezen
Slide 21 - Tekstslide
Rondeelgedicht met je zinnen
Schrijf de cijfers één tot en met acht onder elkaar.
Kies vijf zinnen die je het meest over jou zeggen
Kies eerst de belangrijkste zin en schrijf deze op regels één, vier en zeven
Kies een tweede zin die het meest bij de eerste hoort en schrijf deze op regels twee en acht
Zet de zinnen die overblijven op de regels drie, vijf en zes
Slide 22 - Tekstslide
Voorbeeld van rondeelgedicht
Ik heb nog nooit gezwommen
Ik ben op weg naar huis
Ik heb vier katten en een hond
Ik heb nog nooit gezwommen
Ik ga Nederlands leren
Ik zal nooit respectloos zijn
Ik heb nog nooit gezwommen
Ik ben op weg naar huis
Slide 23 - Tekstslide
Zelfportretten
Groepsportret
Slide 24 - Tekstslide
Voorlezen van je rondeelgedicht
Het voorlezen van de gedichten kan op verschillende manieren:
Zelfportretten met woorden: De cursisten lezen om beurten hun gedicht voor
Groepsportret met woorden: de cursisten lezen hun gedichten telkens per regel voor en laten dat om beurten in de groep rondgaan. Dus eerst leest iedereen in de groep om beurten hun regel één, daarna om beurten regel twee, ... en zo verder.