7 Persoonlijke antwoorden

7 Persoonlijke vragen
Lesdoelen: 
  • je kunt 1-2-3 zinnen maken
  • je kunt je zinnen vloeiend voorlezen
Vertel met je zinnen iets van jezelf op dit moment.
1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2ISK

In deze les zitten 25 slides, met tekstslides en 8 videos.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

7 Persoonlijke vragen
Lesdoelen: 
  • je kunt 1-2-3 zinnen maken
  • je kunt je zinnen vloeiend voorlezen
Vertel met je zinnen iets van jezelf op dit moment.

Slide 1 - Tekstslide

1-2-3 zin
Wat is dat?
Wie legt uit?

Slide 2 - Tekstslide

Kijk naar de intro 
Nederlanders maken een zin af met een persoonlijk antwoord.
Doel: je kunt een zin maken 

Wat heb je nodig?
- je schrift en een pen
- je laptop en een koptelefoon of oortjes


Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Video

Doel = je kunt een 1-2-3 -zin maken
Stappen:
  • pak je schrift en een pen
  • kijk naar het volgende fragment
  • klik daarna verder

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Video

Doel = je kunt een 1-2-3 -zin maken
Stappen:
  • schrijf op:          Ik ben.....
  • maak de zin af met je eigen woorden
  • kijk naar het volgende fragment
timer
1:00

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Video

Doel = je kunt een 1-2-3 -zin maken
Stappen:
  • schrijf op:          Ik was.....
  • maak de zin af met je eigen woorden
  • kijk naar het volgende fragment

timer
1:30

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Video

Doel = je kunt een 1-2-3 -zin maken
Stappen:
  • schrijf op:          Ik ga.....
  • maak de zin af met je eigen woorden
  • kijk naar het volgende fragment

timer
1:30

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Video

Doel = je kunt een 1-2-3 -zin maken
Stappen:
  • schrijf op:          Ik zal nooit.....
  • maak de zin af met je eigen woorden
  • kijk naar het volgende fragment
timer
2:00

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Video

Doel = je kunt een 1-2-3 -zin maken
Stappen:
  • schrijf op:          Ik zou (graag) .....
  • maak de zin af met je eigen woorden
  • kijk naar het volgende fragment
timer
2:00

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Video

Doel = je kunt een 1-2-3 -zin maken
Stappen:
  • schrijf op:          Ik heb.....
  • maak de zin af met je eigen woorden
  • kijk naar het volgende fragment
timer
1:00

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Video

Doel = je kunt een 1-2-3 -zin maken
Stappen:
  • schrijf op:          Ik heb nog nooit.....
  • maak de zin af met je eigen woorden
  • kijk naar de opdracht op de volgende dia
timer
2:00

Slide 19 - Tekstslide

Doel = je kunt je zin vloeiend voorlezen
Stappen:
  • werk samen met de persoon naast je
  • kijk samen jullie zinnen na 
  • praat met elkaar als je een zin niet begrijpt
  • lees je zinnen om beurten aan elkaar voor
  • zijn alle zinnen 1-2-3 zinnen? 
  • verbeter je zinnen
timer
10:00

Slide 20 - Tekstslide

Wat gaan we er nu mee doen?

- Schrijfopdracht
- Spreekopdracht
Lesdoelen: 
  • ik kan een kort gedicht in het Nederlands schrijven
  • ik kan mijn gedicht voorlezen








Slide 21 - Tekstslide

Rondeelgedicht met je zinnen
  1. Schrijf de cijfers één tot en met acht onder elkaar. 
  2. Kies vijf zinnen die je het meest over jou zeggen 
  3. Kies eerst de belangrijkste zin en schrijf deze op regels één, vier en zeven 
  4. Kies een tweede zin die het meest bij de eerste hoort en schrijf deze op regels twee en acht
  5. Zet de zinnen die overblijven op de regels drie, vijf en zes

Slide 22 - Tekstslide

Voorbeeld van rondeelgedicht
  1. Ik heb nog nooit gezwommen
  2. Ik ben op weg naar huis
  3. Ik heb vier katten en een hond
  4. Ik heb nog nooit gezwommen
  5. Ik ga Nederlands leren
  6. Ik zal nooit respectloos zijn
  7. Ik heb nog nooit gezwommen 
  8. Ik ben op weg naar huis

Slide 23 - Tekstslide

Zelfportretten
Groepsportret

Slide 24 - Tekstslide

Voorlezen van je rondeelgedicht
Het voorlezen van de gedichten kan op verschillende manieren:
  • Zelfportretten met woorden: De cursisten lezen om beurten hun gedicht voor 
  • Groepsportret met woorden: de cursisten lezen hun gedichten telkens per regel voor en laten dat om beurten in de groep rondgaan. Dus eerst leest iedereen in de groep om beurten hun regel één, daarna om beurten regel twee, ... en zo verder.

Slide 25 - Tekstslide