5.2 Future (all forms)

1 / 31
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolvmbo t, mavo, havo, vwoLeerjaar 2

In deze les zitten 31 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Future
What do you remember

Slide 2 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Welke vormen?
  1. Present Simple (stam of stam + s bij he/she/it)
  2. Present Continuous (am/are/is + ww met -ing)
  3. To be going to + hele ww 
  4. Will / Shall + hele ww

Maar wanneer welke vorm?

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Future

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

1. Present Simple
Je gebruikt de Present Simple als iets in de toekomst volgens een schema gaat gebeuren. Dit zijn dingen die heel zeker zijn.
Bijvoorbeeld roosters en treintijden.

The train arrives at 9 o'clock tomorrow morning.

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

2. Present Continuous
Je gebruikt de Present Continuous als dingen 
afgesproken / geregeld (voorbereidingen voor nodig) zijn en vrijwel zeker gaan gebeuren.

My mom and I are visiting Amsterdam this Saturday.

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Het verschil tussen de Present Continuous en 
to be going to + hele ww is echter minimaal!


Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

3. To be going to + hele ww
Je gebruikt to be going to + hele ww als dingen vooraf al gepland zijn en als je een voorspelling doet met bewijs.

The teacher is going to grade the exams tonight.

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

4. Will / Shall + hele ww
Je gebruikt will / shall + hele ww als dingen 
spontaan gebeuren en als je een voorspelling doet zonder bewijs (bijvoorbeeld een mening).

I think we will stay inside a few more weeks longer.
Shall I close the window? It's cold outside!

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

will + not = WON'T

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Chris _____ her grandmother tomorrow.
A
will visit
B
visits
C
is visiting
D
is going to visit

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

________ (open - I) the window?
A
Will I open
B
Am I going to open
C
Shall I open
D
Do I open

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

It _____ rain, I checked the weather
app! So, don't take your umbrella!
A
doesn't
B
shan't
C
won't
D
isn't going to

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

I hope the weather _____ nice.
A
will be
B
is going to be
C
shall be
D
is

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Let's go to the cinema tonight.
The movie ___ at 8.
A
will start
B
starts
C
is going to start
D
is starting

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

FUTURE Hopefully, I ........ my grammar test.
A
am passing
B
will pass
C
would pass
D
am going to pass

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

FUTURE My bus is delayed.
I ...... too late at the airport.
A
am
B
will be
C
am going to be
D
shall be

Slide 22 - Quizvraag

Vanwege de vertraging van je bus heb je nu aanleiding om aan te nemen dat je te laat gaat komen.
FUTURE Which sentence fits best?
A
I think it will rain in a couple of minutes.
B
It looks as if it is going to rain soon.
C
It is raining in 5 minutes.
D
It rains every day.

Slide 23 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

FUTURE Choose the correct answer.
I have to go now. The course _____ at eight o'clock.
A
will start
B
starts

Slide 24 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Fill in the future tense:

it __________ rain
A
will
B
is going to

Slide 25 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Future
We ...... after school. (stay)
A
will stay
B
shall stay

Slide 26 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

(future).

The store ..... at 8 o'clock.
A
opens
B
is opening
C
is going to open
D
will open

Slide 27 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Future
.... I..... you tomorrow. (call)
A
will ... call
B
shall ... call

Slide 28 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

...................................... in your own country in the future?
A
Will you be working
B
Do you work
C
Are you working
D
Are you going to work

Slide 29 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Future: My bus ___ at three o'clock.
A
will leave
B
is going to leave
C
is leaving
D
leaves

Slide 30 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Extra oefenen met 
de Future?



Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies