Verkeer groep 1-2 · Les 1 · Veilig oversteken

VERKEER · GROEP 1-2 · LES 1

Veilig oversteken

Waar loop jij veilig? En hoe steek je over?

1 / 15
volgende
Slide 1: Slide
newEditorVerkeerBasisschoolISKGroep 1-4

In deze les zitten 15 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min
Dit is niet oké

Introductie

Kleuters ontdekken waar ze veilig lopen (de stoep), wat de stoeprand betekent en hoe je samen met een groot mens oversteekt: stoppen, kijken, luisteren en dan pas lopen. Ze leren het zebrapad en het rode en groene voetgangerslicht herkennen. Met een praatplaat met hotspots, een sleepopdracht met plaatjes, een volgorde-opdracht en een doe-opdracht op het schoolplein. Eerste les van de doorlopende leerlijn verkeer groep 1-8; sluit aan bij SLO kerndoel 35 (redzaam als verkeersdeelnemer) en het VVN-thema Oversteken.

Instructies

Voorbereiding (10 minuten)
  • Maak in het lokaal vier plekken in de kleuren rood, geel, groen en blauw, bijvoorbeeld met een hoepel, een kleed of een gekleurd vel op de grond.
  • Hang bij elke plek de hoekkaart uit het werkblad 'Hoe ga jij naar school'.
  • Print het telblad.
  • Voor de doe-opdracht heb je stoepkrijt of plakband nodig.
Duur
Ongeveer 30 minuten in de klas, plus 15 minuten op het schoolplein.

Opbouw
  • Je opent met de kleurvlakken-vraag Hoe ga jij naar school?. Tel samen op het telblad.
  • Daarna volgt de uitleg: de stoep, stop-kijk-luister-loop, de zoekplaat en het voetgangerslicht.
  • Na het STOP-bord komen drie sleepvragen. De kinderen komen om de beurt naar het digibord.
Klikken en tikken.
  • Bij stop-kijk-luister-loop verschijnt elke stap met een klik.
  • Op de stoep-slide zeggen de gele audioknoppen "de stoep", "de stoeprand" en "de straat".
  • Op de zoekplaat verschijnt na een tik op een vraagteken een vinkje of een kruis.
  • De rode drukknop zet het voetgangerslicht op groen en weer terug.
Bewegen
  • Doe de gebaren mee: hand op voor stop, hoofd draaien voor kijken, hand achter het oor voor luisteren. Speel het spel lopen en stoppen bij het voetgangerslicht.
Afsluiten
  • De exit ticket werkt weer met de kleurplekken: groen is "ja", geel is "een beetje", rood is "nog oefenen".
  • Oefen buiten verder met de kinderen die bij rood staan.
Docentnotities
Bij elke slide staan het goede antwoord en een vraag om door te praten.

Werkbladen

Onderdelen in deze les

VERKEER · GROEP 1-2 · LES 1

Veilig oversteken

Waar loop jij veilig? En hoe steek je over?

Les 1 van de leerlijn verkeer. Deze les draait om de voetganger: de stoep, de stoeprand en veilig oversteken met een groot mens.

In les 2 komen zichtbaarheid en veilig meerijden aan bod.

Duur: ongeveer 30 minuten, plus de doe-opdracht op het schoolplein.

Dit ga je leren

Ik weet waar ik kan lopen en

hoe ik veilig oversteek.

Deze slide heeft geen instructies

Hoe ga jij naar school?

Lopen

Op de fiets

Met de auto

Met de bus

Vooraf:

Maak in je lokaal een rode (lopen), gele (fietsen), groene (auto) en blauwe (OV) hoek. Print hiervoor de werkbladen bij deze les uit en hang de kaarten op in iedere hoek.
Wijs elk vlak aan en zeg wat het plaatje is: rood is lopen, geel is op de fiets (zelf of achterop), groen is met de auto, blauw is met de bus.

Laat de kinderen daarna naar hun plek lopen.

Tel samen hoeveel kinderen er op elke plek staan, en kleur dat in op het telblad uit het werkblad. Wie loopt, is een voetganger - en daar gaat deze les over. Vraag: wat zie je onderweg?

De stoep is voor jou

Op de stoep loop je. Op de straat rijden auto's en fietsen.

de stoep

de straat

Wijs de drie delen aan:
de stoep (hier loop je)
de stoeprand (het witte randje tussen stoep en straat - hier stop je altijd)
de straat (hier rijden auto's en fietsen). Laat de kinderen de stoeprand op het plein of in de gang aanwijzen: waar is bij ons de "stoeprand"?

Wie zie je op de stoep? Een groot mens met een kind aan de hand, iemand die over de stoep loopt, een opa met een stok en een hondje. En wat doet dat hondje bij de prullenbak? Laat de kinderen even lachen, en vraag dan: waar loopt een hond als hij uitgelaten wordt? Ook op de stoep, aan de lijn. Wie zie je op de straat? Een tiener op de fiets, met de schooltas achterop, en een auto.

Afspraak voor kleuters: op de stoep loop je aan de kant van de huizen, de volwassene loopt aan de kant van de straat.

Audioknoppen (gele bolletjes): klik erop en een stem zegt "de stoep", "de stoeprand" of "de straat". Laat de kinderen het woord nazeggen en het onderdeel aanwijzen.

Stop bij de stoeprand

Zo steek je samen veilig over. Geef een groot mens een hand.

1. Stop

bij de stoeprand

2. Kijk

links, rechts, links

3. Luister

hoor je iets?

4. Loop

recht over

Klik vier keer: elke stap verschijnt apart. Doe de stappen samen voor met gebaren:

1. Hand op (stop)
2. Kijken en hoofd draaien (kijk links, rechts en nog een keer links)
3. Hand achter het oor (luister)

4. Lopen - recht over, niet rennen.

Bij stap 2 kijkt het oog links, rechts en weer links, en de pijl aan die kant licht blauw op. Laat de kinderen meedoen: draai je hoofd mee met het oog. Wijs zelf de kant aan, dan hoeven ze niet te lezen.

Waarom nog een keer links? Het verkeer dat het dichtst bij je is, komt van links.

Waar steek je veilig over? Wijs aan!

Zoekplaat zonder lezen: drie kinderen willen oversteken.
Laat de kinderen eerst vertellen wat ze zien.
Vraag dan bij elk kind: is dit een goede plek om over te steken? Laat een kind naar het bord komen en op het gele vraagteken tikken. Er verschijnt een groen vinkje (goed) of een rood kruis (niet doen).

Op een zebrapad heb je voorrang, maar kijk altijd eerst of ze ook echt stoppen.

Soms kunnen auto's die aankomen je niet zien.

Wacht tot de bus weg is, dan zie je de hele straat weer.

Doe het daarna na in de klas: waar ga jij staan als je wilt oversteken?

Rood is wachten, groen is lopen

Een voetgangerslicht heeft twee kleuren. Rood (het staande poppetje): blijf op de stoep staan en wacht. Groen (het lopende poppetje): kijk nog even goed, dan mag je oversteken.

Zo werkt het licht: het staat op rood. Tik op de rode drukknop onder het licht, dan springt het op groen. Tik nog een keer op de knop, dan springt het weer op rood.

Spel - lopen en stoppen: de kinderen lopen rustig door het lokaal. Springt het licht op rood, dan staan ze meteen stil (als een standbeeld). Pas als het licht weer op groen springt, mogen ze verder lopen. Wissel snel en langzaam af, zodat ze echt naar het licht moeten kijken. Wie bij rood nog loopt, doet even mee als "licht": die mag de volgende ronde op de knop drukken.

Vraag na het spel: wat doe je als je halverwege de straat bent en het licht springt op rood? Goed antwoord: blijf niet stilstaan en ga niet terug, maar loop rustig door naar de overkant. Niet rennen. De auto's krijgen pas groen als jij aan de overkant kunt zijn. Daarom: begin alleen met oversteken als het net groen is, niet als het groene poppetje al knippert.

Speel het ook na: laat een paar kinderen "oversteken" door het lokaal en zet het licht halverwege op rood. Wat doen ze?

STOP

Even checken!

Weet jij waar je loopt en hoe je oversteekt?

Deze slide heeft geen instructies

Waar hoort het? Sleep naar de stoep of de straat.

de stoep

de straat

Laat kinderen om de beurt een plaatje naar de goede plek slepen op het digibord. De kleur van het vak laat zien wat het is: lichtgrijs is de stoep, donker is de straat.

Stoep: groot mens met kind, hondje, rolstoel, opa met stok. Straat: auto, fietser, bus, vrachtwagen. Bespreek de rolstoel: wie in een rolstoel zit, is ook voetganger en hoort op de stoep. En de fietser: op een fietspad als dat er is, anders op de straat - nooit op de stoep.

Wachten of lopen? Sleep naar het goede lampje.



Dit zijn de twee lampjes van het voetgangerslicht van de vorige slide. Wijs ze aan: rood is het staande poppetje (wachten), groen is het lopende poppetje (lopen).

Laat een kind de moeder met haar kind naar het lampje slepen dat bij wachten hoort, en een ander kind het lopende mannetje naar het lampje dat bij lopen hoort.

Goed: de moeder met kind hoort bij rood (zij wachten op de stoep), het lopende mannetje hoort bij groen. Vraag: waarom wacht de moeder? En wat doet het mannetje nog even voordat hij gaat lopen? (Kijken!)

Verwachte fout: het mannetje bij rood zetten. Speel dan even het spel van de vorige slide: bij rood sta je stil als een standbeeld.

Wat doe je eerst? Sleep de plaatjes op volgorde.

1

2

3

4

Volgorde zonder lezen: de kinderen slepen de plaatjes naar vak 1, 2, 3 en 4. Wijs de vakken aan en tel samen: één, twee, drie, vier.

Goed: 1 hand (stop bij de stoeprand), 2 oog (kijk links, rechts en weer links), 3 oor (luister), 4 poppetje (loop recht over). Doe bij elk plaatje het gebaar uit de les.


Doe-opdracht - oversteken op het plein

  • Maak een zebrapad met stoepkrijt of plakband.

  • Een paar kinderen zijn auto's en rijden langzaam rond.

  • De anderen oefenen in tweetallen: hand vast, stop - kijk - luister - loop.

  • Wissel na een paar minuten.

Praktijkles in de stijl van de VVN-praktijklessen voor groep 1-3. Laat de "auto's" echt stoppen voor het zebrapad, maar laat de kinderen ook ervaren dat ze altijd eerst kijken of de auto stopt. Variatie: maak een voetgangerslicht met een rood en een groen bord dat een kind omhoog houdt. Image credit: Eigen tekening voor deze lessenserie

Weet jij nu hoe je veilig oversteekt?

Ja!

Een beetje

Nog oefenen

Exit ticket zonder lezen: de kinderen gaan bij de kleur staan die past. Gebruik dezelfde gekleurde plekken in het lokaal als bij "Hoe ga jij naar school?" (de blauwe plek blijft nu leeg).

Groen (blij gezicht): ik weet het goed. Geel (twijfel): een beetje. Rood (denkgezicht): ik wil nog oefenen.

Geen goed of fout. Kinderen bij rood: neem ze extra mee bij de doe-opdracht of oefen het buiten bij het ophalen, samen met ouders. Image credit: Noto Emoji (Google), Apache-licentie 2.0 Image credit: Noto Emoji (Google), Apache-licentie 2.0 Image credit: Noto Emoji (Google), Apache-licentie 2.0

Verkeerswoorden

de stoep - hier loop je

de stoeprand - het randje; hier stop je altijd

de straat - hier rijden auto's, fietsen en bussen

het zebrapad - witte strepen; hier steek je over

het voetgangerslicht - rood is wachten, groen is lopen

oversteken - naar de overkant van de straat gaan

Deze slide heeft geen instructies

Meer lessen over verkeer

Groep 1-2 · Veilig over straat · Zien en veilig mee

Groep 3 · Oversteken zonder zebrapad · Wie werkt er in het verkeer?

Groep 4 · Wie rijdt waar? · Zien en gezien worden

Groep 5 · Borden spreken · Mijn veilige fiets

Groep 6 · Wie gaat er eerst? · Afslaan en de rotonde

Groep 7 · Oefenen voor het verkeersexamen · Mijn examenroute

Groep 8 · De dode hoek · Op weg naar de brugklas

Doorlopende leerlijn verkeer voor groep 1 tot en met 8.

Deze les hoort bij de doorlopende leerlijn verkeer voor groep 1 tot en met 8: twee lessen per groep. De gele rij is de groep van deze les. Alle lessen staan in LessonUp in de reeks Verkeer. Image credit: LessonUp