VERKEER · GROEP 1-2 · LES 2
Zie je mij?
Goed te zien in het donker en op de fiets
VERKEER · GROEP 1-2 · LES 2
Zie je mij?
Goed te zien in het donker en op de fiets
Les 2 van de leerlijn verkeer. In les 1 ging het over veilig lopen en oversteken. Nu gaat het over wat een kind zelf kan doen om goed gezien te worden: in het donker (licht en een hesje) en op de fiets (helm en oranje vlaggetje).
Duur: ongeveer 30 minuten, plus de doe-opdracht. Leg klaar: een zaklamp, een paar hesjes en als je het hebt een fietsvlaggetje en een fietshelm.
Werkblad "Zie je mij" (map Groep 1-2): telblad, hoekkaarten voor slide 3 en slide 12, en een knipblad "Maak de fiets veilig" om mee naar huis te geven.
Dit ga je leren
Ik weet hoe ik zorg dat anderen mij goed zien.
Deze slide heeft geen instructies
Het is donker. Wie zie je het best?
Donkere jas
Hesje
Lampje
Weet ik niet
Voorspel-vraag: de kinderen gaan staan bij de kleur van hun antwoord, op de vier gekleurde plekken in het lokaal uit les 1 (rood, geel, groen, blauw). Hang bij elke plek de hoekkaart "slide 3" uit het werkblad "Zie je mij" en tel daarna samen op het telblad.
Wijs de plaatjes aan: rood is een kind in een donkere jas, geel een kind met een hesje, groen een kind met een lampje, blauw is "weet ik niet". Vraag bij elke plek: waarom kies jij dit?
Nog niet zeggen wat goed is: op de volgende slide zien ze het zelf. (Het lampje zie je altijd, het hesje zie je zodra er licht op schijnt, de donkere jas zie je bijna niet.)
Wie zie je in het donker?
Eerst zonder licht: wie zie je? Bijna niemand - alleen het kind met het lampje. Het lampje geeft zelf licht, dat zie je altijd.
Tik dan op de gele lamp bij de auto: de koplampen gaan aan. Nu glimmen de strepen van het hesje fel op. Dat heet reflectie: het licht van de auto kaatst terug. Het kind in de donkere jas zie je nog steeds bijna niet. Tik nog een keer op de lamp, dan gaan de lampen weer uit.
Terug naar de voorspelling: wie stond bij geel of groen? Die hadden het goed.
Misvatting: "Ik zie de auto, dus de auto ziet mij ook." Dat is niet zo - de lampen van de auto zie je goed, maar een kind in een donkere jas ziet de bestuurder bijna niet.
Zo zien ze jou in het donker
Een hesje
Een lampje
Licht op je fiets
Klik drie keer: elk kaartje verschijnt apart.
Een hesje: de strepen glimmen als er licht op schijnt (reflectie). Glimmers op je jas, tas of
schoenen werken net zo. Wie heeft er glimmers op zijn jas of tas? Laat ze die aanwijzen.
Een lampje: dat geeft zelf licht, ook als er geen auto aankomt. Er zijn lampjes voor op je jas of tas.
Licht op je fiets: in het donker moet je licht aan. Voor wit, achter rood.
Doe het voor: doe het licht uit en schijn met een zaklamp op een hesje of op glimmers.
Op de fiets
Een helm op je hoofd
Een oranje vlaggetje op je fiets
Wie fietst er al zelf, of op een fietsje met zijwieltjes? Kijk naar het kind op de fiets: wat heeft het allemaal? Klik twee keer.
Een helm: die beschermt je hoofd als je valt. In Nederland is een helm niet verplicht, maar wel slim.
Een pet is geen helm!
Een oranje vlaggetje op een lange stok: dat steekt hoog boven je uit. Een kind op een kleine fiets is
lager dan een auto. Het vlaggetje zie je wel, ook achter een geparkeerde auto. Op de volgende slide zie je waarom.
Vraag: wie heeft er een vlaggetje op de fiets? Welke kleur heeft jouw helm?
Hoeveel kinderen zie je?
Zoekplaat: laat de kinderen eerst goed kijken. Hoeveel kinderen zie je? Laat ze het met hun vingers opsteken. De meesten zien er geen of één: boven de middelste auto steekt een oranje vlaggetje uit. Van wie zou dat zijn?
Tik op het gele vraagteken: de auto's worden doorzichtig. Er zijn drie kinderen! Links een kind op de fiets zonder vlaggetje, in het midden het kind met het vlaggetje, rechts een kind dat over de stoep loopt. Tel samen: één, twee, drie. Tik nog een keer, dan zijn ze weer verstopt.
De kinderen zijn kleiner dan de auto's. De bestuurder van de auto linksonder ziet ze dus niet - alleen het vlaggetje. Daarom is een vlaggetje op je fiets slim. En wie loopt: stap nooit zomaar tussen geparkeerde auto's vandaan (dat kennen ze uit les 1).
Doe het na: laat drie kinderen hurken achter een tafel en geef er één een vlaggetje (of een liniaal met een papiertje). Hoeveel kinderen zie je?
STOP
Even checken!
Weet jij hoe je goed te zien bent?
Deze slide heeft geen instructies
Goed te zien in het donker? Sleep het plaatje.
Sleepvraag: het gele vak met het vinkje is "goed te zien", het donkere vak met het kruis is "slecht te zien". Laat kinderen om de beurt een plaatje slepen en vertellen waarom.
Goed te zien: het kind met het hesje, het kind met het lampje, de zaklamp en het hesje. Slecht te zien: het kind in de donkere jas.
Verwachte fout: het hesje bij "slecht" leggen, omdat het donker is. Herinner aan de straat met de koplampen: zodra er licht op schijnt, glimt het hesje.
Klaar om te fietsen? Sleep alles naar de goede plek.
Sleepvraag: het jongetje wil gaan fietsen. Laat een kind om de beurt een plaatje naar de goede plek slepen en vertellen waarom.
Op de fiets: het witte lampje voorop (bij het stuur), het rode lampje achterop, en het vlaggetje achterop, hoog boven de fiets. Bij het jongetje: de helm op zijn hoofd en het hesje om.
De pet hoort nergens bij: een pet is geen helm, die beschermt je hoofd niet als je valt.
Verwachte fouten: de lampjes omdraaien (rood voor, wit achter) - voor is wit, achter is rood, net als bij een auto. En de pet op het hoofd leggen: vraag dan wat er gebeurt als je valt met een pet op, en met een helm.
Hetzelfde op papier: het knipblad "Maak de fiets veilig" uit het werkblad, om mee naar huis te geven.
Doe-opdracht - zie je mij?
Licht uit. Zaklamp aan. Wie zie je het eerst?
Praktijkles in de stijl van de VVN-praktijklessen voor groep 1-3. Maak het speellokaal (of de klas) zo donker mogelijk. Een paar kinderen doen een hesje aan, de anderen houden hun donkere jas aan. Ze gaan aan de andere kant van het lokaal staan.
Eén kind is de "auto" en schijnt met de zaklamp. Wie zie je het eerst? Laat ook glimmers op jassen en tassen zien. Wissel van rol, zodat iedereen een keer "auto" is.
Heb je een fietsvlaggetje? Laat een kind hurken achter een tafel met het vlaggetje omhoog: de "auto" ziet het vlaggetje wel.
Wat doe jij om goed te zien te zijn?
Hesje aan
Vlaggetje
Lampje
Helm op
Exit ticket: de kinderen gaan bij de kleur van hun voornemen staan, op de vier gekleurde plekken in het lokaal, met de hoekkaarten "slide 12" uit het werkblad. Geel is een hesje aan, blauw is een vlaggetje op de fiets, groen is een lampje, rood is een helm op.
Geen goed of fout: elk kind kiest wat het zelf gaat doen. Vraag een paar kinderen waarom ze dat kiezen. Geef een briefje mee naar huis: vandaag leerden we hoe je goed te zien bent in het donker en op de fiets.
Verkeerswoorden
het hesje - een fel jasje met strepen die glimmen
glimmen (reflectie) - als er licht op schijnt, kaatst het terug
het lampje - geeft zelf licht
de koplamp - de lamp voorop de auto
de helm - beschermt je hoofd
het vlaggetje - steekt hoog boven je fiets uit
Deze slide heeft geen instructies
Meer lessen over verkeer
Groep 1-2 · Veilig over straat · Zie je mij?
Groep 3 · Oversteken zonder zebrapad · Wie werkt er in het verkeer?
Groep 4 · Wie rijdt waar? · Zien en gezien worden
Groep 5 · Borden spreken · Mijn veilige fiets
Groep 6 · Wie gaat er eerst? · Afslaan en de rotonde
Groep 7 · Oefenen voor het verkeersexamen · Mijn examenroute
Groep 8 · De dode hoek · Op weg naar de brugklas
Doorlopende leerlijn verkeer voor groep 1 tot en met 8.
Deze les hoort bij de doorlopende leerlijn verkeer voor groep 1 tot en met 8: twee lessen per groep. De gele rij is de groep van deze les. Alle lessen staan in LessonUp in de reeks Verkeer.