Lowan thema 1 De school werkwoorden

Fijn dat je er bent!
1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2Speciaal OnderwijsLeerroute 1

In deze les zitten 21 slides, met tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Fijn dat je er bent!

Slide 1 - Tekstslide

Doel van deze les

- Aan het eind van de les weet je de betekenis van 6 werkwoorden.
- Je kan de woorden zeggen en schrijven.

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Video

zitten
ik zit
jij/hij/zij zit

wij/jullie/zij  zitten

Slide 4 - Tekstslide

pakken
Ik pak
Jij/hij/zij pakt

wij/jullie zij pakken

Slide 5 - Tekstslide

wijzen naar
Ik wijs naar
jij/hij/zij  wijst naar

wij/jullie/zij  wijzen naar

Slide 6 - Tekstslide

lezen
Ik lees
jij/hij/zij leest

wij/jullie/zij lezen

Slide 7 - Tekstslide

schrijven
Ik schrijf
jij/hij/zij schrijft

wij/jullie/zij schrijven

Slide 8 - Tekstslide

zijn
ik ben
jij bent
hij/zij is

wij/jullie/zij  zijn

Slide 9 - Tekstslide

Dobbelsteen 1:

1 = schrijven
2 = zijn
3 - pakken
4 = zitten
5 = wijzen naar
6 = lezen

Dobbelsteen 2:

1 = ik
2 = jij
3= hij
4 = wij
5 = jullie
6 = zij (meervoud)

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Link

kijken naar
ik kijk naar
jij/hij/zij kijkt naar

wij/jullie/zij kijken naar

Slide 12 - Tekstslide

staan
ik sta
jij/hij/zij staat

wij/jullie/zij staan

Slide 13 - Tekstslide

leren
ik leer
jij/hij/zij leert

wij/jullie/zij  leren

Slide 14 - Tekstslide

praten met
ik praat met
jij/hij/zij praat met

wij/jullie/zij praten met

Slide 15 - Tekstslide

liggen
ik lig
jij/hij/zij ligt

wij/jullie/zij liggen

Slide 16 - Tekstslide

doen
doing      robyty
yapmak
  عمل 
praveĭki
haciendo
samaynaya
Doen
Ik doe
jij/hij/zij doet

wij/jullie/zij doen

Slide 17 - Tekstslide

zeggen
Ik zeg
jij/hij/zij zegt

wij/jullie/zij zeggen

Slide 18 - Tekstslide

hebben
أن يكون لديه
to have         da imash
maty
tener
inuu yeesho
sahip olmak
Hebben
Ik heb
jij hebt
hij/zij heeft

wij/jullie/zij hebben

Slide 19 - Tekstslide

tekenen
ik teken
jij/hij/zij tekent

wij/jullie/zij tekenen

Slide 20 - Tekstslide

komen
come  venir
يأتي   ela
kaalay
Gelmek      pryyty
Komen
Ik kom
jij/hij/zij komt

wij/zij/jullie komen

Slide 21 - Tekstslide