5. Kunst Drama: (Non)verbale expressie en emoties

1 / 45
volgende
Slide 1: Tekstslide
DramaMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 3

In deze les zitten 45 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 8 videos.

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Drama theorie Mavo 3
Periode 1: Spel & Regie

Les 4: (Non)verbale expressie & emoties

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

           Leerdoelen

  1.  Je kan uitleggen wat emoties met theater te maken hebben.
  2. Je kan minimaal 4 emoties benoemen en uitleggen.
  3. Je kan non-verbaal en verbaal spel beschrijven aan de hand van emoties.


Slide 3 - Tekstslide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.   
Periode 1
Week 1: Wat is theater?
Week 2 & 3: Spelgegevens 
Week 5: Theatrale middelen
Week 6: Non verbale en verbale expressie + emotie
Vakantie
Week 7: Hoge en lage status
Week 8: Improvisatietechnieken
Week 9: Theatervormgevingsmiddelen 
Week 10: Herhalen begrippen & oefentoets


Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vandaag

1. Terugblik: theatrale middelen
2. Emoties
3. Acteren: emoties in spel
4. Non verbale en verbale expressie
5. Vragen over scene
6. Huiswerk
7. Afsluiting & reflectie



Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat zijn theatrale middelen?
A
Wie, wat, waar, waarom en waardoor?
B
Spelgegevens, mise-en-scene en materiële vormgevingsmiddelen
C
Middelen om het theaterstuk naar een hoger plan te tillen
D
Vormgegeven van een theaterstuk

Slide 6 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Kijkopdracht: beschrijf de theatrale middelen in de videoclip van Stromae

Slide 7 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 8 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Kijkopdracht: beschrijf de theatrale middelen in de videoclip van Stromae

Slide 9 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

1. Wat zijn theatrale middelen? Leg uit:
1....
2....
3....

Slide 10 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Terugblik
THEATRALE MIDDELEN
1. Spelgegevens (5 W’S)
2.  Mise-en-scène
3. Theatervormgevingsmiddelen (7) - decor, geluid, grime, licht, rekwisieten (attributen), kostuum, audiovisueel(video).


Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Emoties
Bekijk het volgende videofragment en schrijf op wat je ziet (denk hierbij bijv. aan verschillende emoties etc.). 



Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 13 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Emoties
1. Welke emoties heb je gezien?
2. Wat valt  je verder op?

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bij theater hebben we het vaak over de 4 basis emoties. Welke denk je dat dat zijn?

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Basis emoties
1. Blij
2. Boos
3. Bang
4. Bedroefd

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Emoties! Welke zie je?

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Emotiewiel
Naast de basis emoties zijn er nog veel meer emoties!

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

1

Slide 19 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Welke emotie heeft dit personage en hoe hoor je dat in het stemgebruik?

Slide 20 - Open vraag

Angst, door het zachtjes praten ; Ze is bang, ze praat zachtjes, ook haar ademhaling is duidelijk hoorbaar.
1

Slide 21 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Beschrijf in houding en stem hoe je kan zien dat Harry boos is.

Slide 22 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

2

Slide 23 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Welke emotie zie je aan het einde bij "Juf Ank". Beschrijf haar mimiek.

Slide 24 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

1

Slide 25 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Welke emotie heeft de vrouw in de roze blouse? Benoem haar mimiek.

Slide 26 - Open vraag

Boos, lippen samen geperst, gefronste wenkbrauwen -> geirriteerd
Emoties en tekst
Emotie is een essentieel “ingrediënt” om een personage / tekst tot leven te brengen en om een personage geloofwaardig te laten zijn!

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Emoties in spel
Hoe speel je emoties?

Je gebruikt bij spelen van emoties:
Houding
Stem
Techniek

Als je tussen verschillende emoties wisselt, dan heet dat schakelen


Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Van tekst naar spel
Een tekst bevat geen eenduidige emoties en kun je dus vrij
interpreteren! Door een tekst met emotie te spelen krijgt het betekenis...
GAST
Ober, er zit een vlieg in mijn soep.
OBER
Dat meent u niet meneer.
GAST
Dat meen ik zeer zeker wel ober.
OBER
Wat zielig meneer.
GAST Zielig? Eerder heel onsmakelijk ober.
OBER
Het zal je maar overkomen meneer.









Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Acteren met emoties

  • Acteren is niet iemand nadoen, of in de huid van een ander kruipen om hem te worden. Om emoties te kunnen spelen moet een acteur andere bronnen aanboren.
  • Emoties die zichtbaar worden door het lichaam (fysiek) en de stem van de acteur
  • Meerdere lagen
  • Groot en tonend/overdreven
  • Klein en ingeleefd






Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Analyseopdracht
  1. Kies een scène uit een film, serie of theaterstuk met duidelijke emoties.
  2. Kies twee personages uit de scène en bepaal welke emotie elk personage laat zien.
  3. Beschrijf hoe elk personage hun emotie uitdrukt via lichaamstaal (houding, bewegingen, gezichtsuitdrukking).
  4. Beschrijf hoe ze hun stem gebruiken om de emotie over te brengen (toon, volume, tempo).
  5. Analyseer of ze hun emotie groot en overdreven (tonend) of klein en ingeleefd spelen.
  6. Bedenk een nieuw personage voor de scène en beschrijf hoe die een andere emotie toont, fysiek en vocaal.
timer
7:00

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

4. Non verbale en verbale expressie

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Expressie
Expressie betekent dat je laat zien wat je voelt of bedoelt met je lichaam, stem, gezicht of beweging.
Je gebruikt dus je hele lichaam om te communiceren, niet alleen woorden.

Bij drama is expressie heel belangrijk, want daardoor gelooft het publiek wat jij speelt.

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 34 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Wat is non-verbale expressie?

Slide 35 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Non-verbale expressie (Lichaam) = Fysiek spel
- Bewegingen
- Gebaren
- Handeling
- Lichaamshouding
- Mimiek

Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 37 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Beschrijf de non-verbale expressie van de drie acteurs.

Slide 38 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verbale expressie -> met stem
Bij personages (spel) --> tekst

  • accent
  • klemtoon
  • pauzering
  • tempo
  • toonhoogte
  • volume
  • woordkeuze

Acteurs kunnen hun stem op allerlei manieren gebruiken. Zo kunnen ze spelen met volume en tempo, een bepaald accent aannemen of verschillende intonaties in de tekst leggen. Daarmee brengen ze emoties over aan het publiek.


Slide 39 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Emotie analyse opdracht

Slide 40 - Tekstslide

1 leerling gaat de klas uit en de andere krijgen een emotie mee

Bouw dit op 

* Hele klas zelfde emotie (non verbaal)
* Hele klas zelfde emotie (verbaal)
* Verschillende emoties (non verbaal/verbaal)
Laatste stap -> emoties laten switchen
           Terugblik leerdoelen

  1.  Je kan uitleggen wat emoties met theater te maken hebben.
  2. Je kan minimaal 4 emoties benoemen en uitleggen.
  3. Je kan non-verbaal en verbaal spel beschrijven aan de hand van emoties.


Slide 41 - Tekstslide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.   
Check: leerdoelen
* Benoem de vier basis emoties.
* Wat is het verschil tussen verbale en non verbale expressie?
* Je hebt een scene geanalyseerd adhv non verbale en verbale expressie.

Slide 42 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Schrijf in je logboek

1. Drie dingen die je vandaag geleerd hebt.
2. Bedenk 1 vraag over iets wat je nog niet zo goed begrepen hebt?
3. Noem 1 ding die je graag nog wilt herhalen na de vakantie.

Slide 43 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

           Begrippen
           uit deze les
- Spelgegevens
- Theatrale middelen
- Mise-en-scène
- Theater vormgevingsmiddelen
- Basis emoties
- Verbale expressie
- Non verbale expressie

Slide 44 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 45 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies