Hoofdstuk 1 Paragraaf 5&6: Lengte en tijd, Massa en Volume

Hoofdstuk 1 Natuurkunde en scheikunde
Paragraaf 5: Lengte en tijd
&
Paragraaf 6: Massa en Volume
1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkundeMiddelbare schoolvmbo k, g, t, mavoLeerjaar 2

In deze les zitten 18 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Hoofdstuk 1 Natuurkunde en scheikunde
Paragraaf 5: Lengte en tijd
&
Paragraaf 6: Massa en Volume

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen vorige les


1.4.1 Je kunt de werking van de brander uitleggen.
1.4.2 Je kunt een brander op de juiste manier aanmaken.
1.4.3 Je kunt de verschillende vlammen van een brander noemen.
1.4.4 Je kunt de brander instellen, zodat de gewenste vlam ontstaat.

Slide 2 - Tekstslide

Je bent een vol bekerglas met water aan het opwarmen. Het opwarmen duurt erg lang.


Wat kun je aan de brander veranderen om het water sneller op te warmen?
A
De gaskraan verder dicht draaien
B
De gaskraan verder open draaien
C
De luchtschijf dicht draaien

Slide 3 - Quizvraag

Je wilt een brander aansteken. Sleep de zinnen in de juiste volgorde.
1
2
3
4
5
6

Slide 4 - Sleepvraag

Welke vlam is de pauzevlam?
Dit is de pauzevlam

Slide 5 - Sleepvraag

Leerdoelen
1.5.1 Je kunt van een aantal meetapparaten uitleggen waarvoor je ze gebruikt.
1.5.2 Je kunt het verschil uitleggen tussen analoge en digitale meetapparatuur.
1.5.3 Je kunt beschrijven wat een grootheid en wat een eenheid is.
1.5.4 Je kunt de tijd aflezen op een stopwatch en een stopklok.
1.5.5 Je kunt een lengte meten in centimeter en millimeter.
1.5.6 Je kunt centimeter en millimeter naar elkaar omrekenen.
1.6.1 Je kunt uitleggen wat met de massa van een stof wordt bedoeld.
1.6.2 Je kunt gram en kilogram naar elkaar omrekenen.
1.6.3 Je kunt uitleggen wat met het volume van een stof wordt bedoeld.
1.6.4 Je kunt het volume van een vloeistof meten met een maatcilinder.
1.6.5 Je kunt een maatcilinder op de juiste manier aflezen.

Slide 6 - Tekstslide

Meten
Bij NASK wordt vaak meetapparatuur gebruikt.

Om tijd te meten gebruiken we een klok of stopwatch.
seconde (s)
minuten (m)
uren (h)

Slide 7 - Tekstslide

Lengte
Om te bepalen hoe lang iets is of om de maat te weten gebruiken we een liniaal.

Je kan ook meten met een geodriehoek.

Slide 8 - Tekstslide

hoe lees je af?

Slide 9 - Tekstslide

Temperatuur
Om te weten wat de tempratuur is van iets gebruiken we een thermometer.

Je hebt staafthermometers maar ook digitale meters

Slide 10 - Tekstslide

Weegschaal
Om te meten hoe zwaar iets is gebruiken we een weegschaal.

Let op!
niet elke weegschaal geeft grammen aan maar ook newton (andere waarde voor gewicht)

Slide 11 - Tekstslide

Volume

Vloeistoffen worden uitgedrukt met volume

meestal gebruik je hiervoor liter of mililiter

Slide 12 - Tekstslide

Een maatcilinder lees je af bij het onderste randje.
Hoeveel is dit dan?

Slide 13 - Tekstslide

Analoog
 Meten kan plaatsvinden analoog en digitaal.

Met een analoge meter moet je rekening houden met een schaalverdeling.

Slide 14 - Tekstslide

Digitaal
Een digitale meter geeft direct zijn gemeten waarde aan.

Je kan dit dus gelijk aflezen.

Bij NASK moet je analoog en digitaal gebruiken.

Slide 15 - Tekstslide

Stopwatch

Grote klok geeft het aantal seconden aan

Kleine klok geeft het aantal minuten aan

Slide 16 - Tekstslide

Grootheid en eenheid
bij NASK werken we met grootheden en eenheden.

Grootheid zegt iets over wat je meet en eenheid waarin je het meet.

Slide 17 - Tekstslide

Maakwerk
Wie: alleen
Wat: Alle opdrachten van 1.5 Lengte en tijd en 1.6 Massa en volume behalve test jezelf en flitskaarten
Waar: online methode NOVA nask max (zie magister leermiddelen)
Hulp: lees de lesstof dan naar de docent
Tijd: einde van de les
Klaar: test jezelf maken van alle paragrafen hoofdstuk 1.

Slide 18 - Tekstslide