OC Les 2

Spanning herkennen en begeleiden

1 / 28
volgende
Slide 1: Slide
newEditorMZMBOStudiejaar 3

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Spanning herkennen en begeleiden

Deze titel sluit aan bij de lesdoelen uit de input: oorzaken van spanning, spanningsniveaus en het gebruiken van een signaleringsplan bij onvoorziene situaties.

Lesdoelen

Je kunt de oorzaken voor spanningen bij mensen benoemen


Je kunt aan het einde van de les uitleggen hoe je een signaleringsplan kunt gebruiken om een onvoorziene situatie te begeleiden


Je kunt uitleggen welke spanningsniveaus er zijn



Text

De input bevat meerdere doelen. Volgens de instructie is één doel leidend; dit doel past het best bij de opbouw van de subtopics over spanning, niveaus en signaleringsplan.

Deze slide heeft geen instructies

Welke signalen van oplopende spanning ken jij al?

Gebruik de inzendingen als start van de terugblik en koppel woorden later terug aan oorzaken, spanningsniveaus en het signaleringsplan.

Oorzaken van spanning

Bij onvoorziene situaties ontstaat spanning vaak niet ineens.


Spanning bouwt zich meestal op door een combinatie van:

  • interpersoonlijke oorzaken

  • intrapersoonlijke oorzaken

  • omgevingsfactoren

Benadruk dat escalatie vaak een proces is. Dat helpt studenten om eerder signalen te herkennen in plaats van pas te reageren bij een uitbarsting.

Interpersoonlijke oorzaken

Dit zijn oorzaken tussen mensen.


Voorbeelden:

  • misverstanden in communicatie

  • ruzie of conflict

  • iemand voelt zich niet gehoord

  • spanning tussen cliënt en begeleider

Koppel dit aan praktijksituaties uit BPV: toon dat gedrag soms ontstaat in contact met anderen, niet alleen vanuit de cliënt zelf.

Intrapersoonlijke oorzaken

Dit zijn oorzaken in de persoon zelf.


Denk aan:

  • angst of onzekerheid

  • overprikkeling

  • vermoeidheid

  • frustratie of verdriet

Leg uit dat studenten deze oorzaken niet altijd direct kunnen zien, maar soms wel kunnen afleiden uit gedrag en voorgeschiedenis.

Omgevingsfactoren

De omgeving kan spanning versterken.


Voorbeelden:

  • veel geluid of drukte

  • onverwachte verandering

  • te weinig structuur

  • een ruimte die onveilig voelt

Maak de koppeling naar preventie: als de omgeving spanning verhoogt, kan aanpassen van de omgeving ook een passende eerste interventie zijn.

Spanning bouwt zich op

Als spanning stap voor stap groter wordt, noem je dat escaleren.


oorzaak → meer spanning → zichtbaar gedrag → mogelijke crisis


Door vroeg te signaleren, kun je vaak voorkomen dat een situatie uit de hand loopt.

Gebruik hier eventueel het filmpje uit de lesplanning als ondersteuning, maar noem dat niet op de slide. Dit is de brug van oorzaken naar spanningsniveaus.

Welke oorzaak hoort bij spanning tussen mensen?

A

vermoeidheid

B

veel geluid

C

misverstanden

D

overprikkeling

Toetst het verschil tussen interpersoonlijk, intrapersoonlijk en omgevingsfactoren. Distractors komen direct uit de andere categorieën op de voorgaande slides.

Maak de uitleg compleet

Bij onvoorziene situaties ontstaat spanning vaak niet ineens. Spanning kan opbouwen door interpersoonlijke oorzaken, intrapersoonlijke oorzaken en omgevingsfactoren. Als spanning stap voor stap groter wordt, noem je dat escaleren.

interpersoonlijke oorzaken
intrapersoonlijke oorzaken
omgevingsfactoren
escaleren
uitbarsting
afbouw
stabiele fase
stoplichtmethode

Alle begrippen komen letterlijk uit het eerste theorieblok en hebben elk maar één logische plek.

Vijf spanningsniveaus

Er zijn 5 niveaus van spanning:

  • Niveau 1: stabiele fase

  • Niveau 2: beginnende spanning

  • Niveau 3: spanning komt naar buiten

  • Niveau 4: uitbarsting

  • Niveau 5: afbouw

Houd de termen precies gelijk aan de input, zodat studenten ze later herkennen in opdrachten en op stage.

Niveau 1 en 2

Niveau 1: stabiele fase

  • geen afwijkend gedrag

  • cliënt is in evenwicht


Niveau 2: beginnende spanning

  • cliënt kan geïrriteerd reageren

  • eerste signalen worden zichtbaar

Benadruk dat juist niveau 2 belangrijk is voor begeleiding: hier kun je vaak nog relatief rustig bijsturen.

Niveau 3 en 4

Niveau 3: spanning komt naar buiten

  • cliënt gaat luider spreken

  • gedrag heeft invloed op de groep


Niveau 4: uitbarsting

  • emoties lopen hoog op

  • de situatie is acuut en onrustig

Laat studenten het verschil zien tussen oplopende spanning en echte uitbarsting. Niveau 3 is vaak nog een waarschuwingsfase; niveau 4 vraagt direct en professioneel handelen.

Niveau 5: afbouw

Na een uitbarsting volgt de afbouw.


Kenmerken:

  • spanning zakt langzaam

  • cliënt keert terug naar rust

  • begeleiding blijft belangrijk

  • het doel is terugkeer naar de stabiele fase

Maak duidelijk dat de situatie na een crisis nog niet 'klaar' is. Ook in de afbouw is afstemming nodig om nieuwe escalatie te voorkomen.

Opdracht

Wie

Bepaal zelf of je alleen werkt of in een groepje


Wat:

Tijdens deze opdracht leer je de verschillende fases van spanning en escalatie herkennen. Lees de beschrijvingen van de verschillende fases en zet achter elke fase de passende actie. De acties staan ook beschreven in de opdracht.


Hoe lang:

15 minuten 

Deze slide heeft geen instructies

Waarom is fase 2 zo belangrijk voor begeleiding?

Bespreek dat niveau 2 belangrijk is omdat je dan vaak nog rustig kunt bijsturen, signaleren en escalatie kunt voorkomen.

Wat is een signaleringsplan?

Een signaleringsplan is een overzicht van signalen en bijbehorende acties.


Het beschrijft:

  • welk gedrag een cliënt laat zien

  • hoe spanning zich opbouwt

  • wat jij als begeleider kunt doen

Dit is de kernslide van het lesdoel. Verbind de eerdere theorie direct aan praktisch handelen.

Waarom gebruik je het?

Met een signaleringsplan kun je:

  • spanning eerder herkennen

  • passend reageren per fase

  • escalatie helpen voorkomen

  • duidelijker samenwerken als begeleiders

Benadruk dat het plan niet alleen voor de individuele begeleider handig is, maar ook voor eenduidig teamhandelen.

Onderdelen van een signaleringsplan

In een signaleringsplan zet je per spanningsfase:

  • welke signalen je ziet

  • welk gedrag de cliënt laat zien

  • welke actie passend is

  • wie wat doet, als dat nodig is

Noem eventueel dat studenten bij hun stagecasus concreet moeten blijven: observeerbaar gedrag opschrijven, geen vage labels.

De stoplichtmethode

De stoplichtmethode is een eenvoudige vorm van een signaleringsplan.


De kleuren helpen om snel te zien:

  • hoe hoog de spanning is

  • welk handelen daarbij past

Je hoeft de kleuren niet uit te werken als die niet in het lesmateriaal staan; houd het bij de functie van de methode zoals in de input.

Niet elk plan is hetzelfde

Een signaleringsplan is altijd persoonlijk.


Wat voor de ene cliënt een signaal is, hoeft dat voor een andere cliënt niet te zijn.

Daarom moet het plan passen bij:

  • de cliënt

  • de situatie

  • de begeleidingsafspraken

Belangrijke nuance: voorkom dat studenten denken dat één standaardlijst voor alle cliënten genoeg is.

Deze slide heeft geen instructies

Voorbeelden


Deze slide heeft geen instructies

Wat heb je deze les geleerd?



Heb je de doelen van de les behaald?

Wat heb je deze les geleerd?

Welke tip of top heb je voor je docent?

Gebruik de antwoorden om te zien welke werkvorm of uitleg het best hielp: voorbeelden, fasen, signaleringsplan of klassengesprek.

Welke tips/tops heb je voor je docent? 

Deze slide heeft geen instructies

Begrippen

onvoorziene situatie - een situatie die onverwacht ontstaat en om direct passend handelen vraagt

spanning - oplopende onrust of druk die zichtbaar kan worden in gedrag

escaleren - het stap voor stap oplopen van spanning

interpersoonlijk - wat ontstaat tussen mensen in contact of communicatie

intrapersoonlijk - wat binnen iemand zelf speelt, zoals gedachten of gevoelens

omgevingsfactoren - invloeden uit de omgeving die spanning kunnen vergroten

stabiele fase - fase waarin er geen afwijkend gedrag zichtbaar is

Deze slide heeft geen instructies

Begrippen

beginnende spanning - fase waarin de eerste signalen van irritatie of onrust zichtbaar worden

spanning komt naar buiten - fase waarin gedrag duidelijk merkbaar wordt voor anderen

uitbarsting - fase met hoog oplopende emoties en acute onrust

afbouw - fase waarin de spanning weer langzaam zakt

signaleringsplan - overzicht van signalen en passende acties per spanningsfase

stoplichtmethode - eenvoudige vorm van een signaleringsplan met duidelijke fasen


Text

Deze slide heeft geen instructies