Conflict en samenwerking (Maatschappijwetenschappen havo), les 1: Uitleg

CONFLICT · SAMENWERKING

Conflict en samenwerking

Examenstof maatschappijwetenschappen havo

1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
newEditorMaatschappijwetenschappenMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Introductie

Uitleg over maatschappelijke en politieke conflicten: soorten, oorzaken (Marx, Huntington, klasse, gender, etniciteit, generaties), gevolgen, harmonie- en conflictmodel en samenwerking, voor het havo-examen maatschappijwetenschappen.

Onderdelen in deze les

CONFLICT · SAMENWERKING

Conflict en samenwerking

Examenstof maatschappijwetenschappen havo

Les 1 van 3: uitleg. Les 2 is de examentraining, les 3 de terugblik met quiz. Syllabus: C3 (10.1-10.5). Image credit: Hanno Lans / Wikimedia Commons, CC BY 4.0

CONFLICT · SAMENWERKING

Wat ga je kunnen?

Ik kan oorzaken en gevolgen van conflicten ontleden en het harmonie- en conflictmodel en samenwerking onderscheiden.

Deze slide heeft geen instructies

Welke woorden komen bij je op bij het woord conflict?

Laat leerlingen woorden inbrengen. Verwachte woorden: ruzie, oorlog, staking, demonstratie, protest, ongelijkheid, onderhandelen, compromis, samenwerken. Groepeer op het bord: oorzaken, vormen, gevolgen en oplossingen. Dat zijn de blokken van deze les. Blok 1 gaat over wat een conflict is, blok 2 over de oorzaken, blok 3 over gevolgen, modellen en samenwerking.

Demonstratie voor stakingsrecht op het Binnenhof in Den Haag

CONFLICT · SAMENWERKING

Wat is een conflict?

  • Een conflict: individuen, groepen of staten werken elkaar tegen om hun eigen doelen te bereiken.

  • Het komt voor op micro-, meso- en macroniveau: tussen personen, tussen groepen en tussen landen.

  • Vaak spelen machtsverschillen tussen personen, bevolkingsgroepen of landen een rol.

  • Botsende ideeën over hoe de samenleving eruit moet zien kunnen groeien tot een politiek conflict.

Syllabus 10.1: een conflict is een situatie waarin individuen, groepen en/of staten elkaar tegenwerken om de eigen doelen te bereiken. Conflicten komen voor op micro-, meso- en macroniveau; bij maatschappelijke en sociale conflicten spelen vaak machtsverschillen een rol. Als aanvankelijk gematigde meningsverschillen groeien, kunnen ze de vorm van politieke conflicten aannemen en soms escaleren. Micro is tussen individuen, meso tussen groepen en organisaties, macro tussen staten of op het niveau van de hele samenleving. Veelgemaakte fout: denken dat een conflict altijd gewelddadig of zichtbaar is. De foto toont een demonstratie voor stakingsrecht op het Binnenhof: een zichtbare botsing van belangen. Vraag bij de foto: wie werkt hier wie tegen en welk doel hebben ze? Image credit: Koen Suyk / Anefo, Nationaal Archief / Wikimedia Commons, CC0

CONFLICT · SAMENWERKING

Soorten conflicten

  • Een manifest conflict is open en zichtbaar, zoals een staking, een demonstratie of een oorlog.

  • Een latent conflict sluimert: het is minder zichtbaar en kan lang duren, maar de tegenstelling bestaat wel.

  • Bij een belangenconflict gaat het om schaarse middelen: wie krijgt hoeveel geld, ruimte of macht?

  • Bij een waardenconflict botsen normen en waarden, bijvoorbeeld over euthanasie of privacy.

  • Oorlogen zijn extreme vormen van conflictgedrag in de verhoudingen tussen landen.

Syllabus 10.1 en 10.3: op internationaal niveau gaat het vaak om manifeste en opzienbarende politieke conflicten; de minder zichtbare, langdurige, latente conflicten krijgen minder aandacht. Politieke conflicten gaan vaak over economische kwesties of ongelijkheid in geld of macht, maar ook over niet-materiële zaken zoals privacy en euthanasie. Belangenconflict en waardenconflict komen terug bij de gevolgen: herverdeling van schaarse middelen na een belangenconflict, verandering van normen en waarden na een waardenconflict. Veelgemaakte fout: manifest en latent zien als twee verschillende conflicten. Het kan dezelfde tegenstelling zijn die eerst latent is en later manifest wordt. Een conflict kan ook tegelijk een belangenconflict en een manifest conflict zijn.

Karl Marx (1818-1883), foto uit 1875

CONFLICT · SAMENWERKING

Marx: klassenstrijd

  • Volgens Marx staan de bezittende en de bezitloze klasse tegenover elkaar.

  • De ongelijke bezitsverhoudingen veroorzaken het conflict: de klassenstrijd.

  • Volgens Marx is dit conflict onontkoombaar.

  • Het eindigt in het omverwerpen van het economische en politieke systeem dat op ongelijkheid en uitbuiting berust.

Syllabus 10.1: in de conflictbenadering van Marx staan de ongelijke materiële verschillen tussen de bezittende en de bezitloze klasse centraal. De ongelijkheid in bezitsverhoudingen leidt volgens deze theorie tot een onontkoombaar conflict, resulterend in het omverwerpen van het op economische ongelijkheid en uitbuiting gebaseerde economische en politieke systeem. Dit is een theorie: leerlingen hoeven hem niet te beoordelen, wel toe te passen. Veelgemaakte fout: Marx koppelen aan cultuur of godsdienst. Bij Marx gaat het om bezit. Vraag bij de foto: waarom past deze benadering vooral bij verschillen in bezit en inkomen? Image credit: John Jabez Edwin Mayall / Wikimedia Commons, publiek domein

Twee klasgenoten werken elkaar tegen om dezelfde stageplek. Welk niveau is dit?

A

Mesoniveau

B

Microniveau

C

Macroniveau

D

Collectief niveau

Syllabus 10.1: het gaat om twee individuen, dus microniveau. Verwachte fout: mesoniveau, omdat de school erbij betrokken is. Meso gaat over groepen en organisaties.

Vul in

Een manifest conflict is open en zichtbaar, zoals een staking. Een latent conflict sluimert en is minder zichtbaar, maar kan lang duren.

manifest
latent
incidenteel
formeel

Syllabus 10.1: manifest is zichtbaar en opzienbarend, latent is minder zichtbaar en langdurig. Verwachte fout: de twee omwisselen.

Samuel P. Huntington op het World Economic Forum, 2004

CONFLICT · SAMENWERKING

Huntington: sociale en culturele verschillen

  • Huntington ziet ook sociale en culturele verschillen als bron van maatschappelijke conflicten.

  • Veel conflicten hebben een godsdienstige, etnische of politieke achtergrond.

  • Ook belangentegenstellingen tussen bijvoorbeeld generaties kunnen conflicten veroorzaken.

  • Marx kijkt vooral naar bezit en klasse, Huntington ook naar sociale en culturele verschillen.

Syllabus 10.1: in de conflictbenadering van Huntington staat centraal dat maatschappelijke conflicten hun oorsprong ook kunnen hebben in uiteenlopende sociale en culturele verschillen. Veel conflicten in de samenleving hebben een godsdienstige, etnische en/of politieke achtergrond of hebben te maken met belangentegenstellingen tussen bijvoorbeeld generaties. Veelgemaakte fout: de twee benaderingen als tegenpolen zien. Huntington voegt verschillen toe aan wat Marx noemt. Laat leerlingen een actueel conflict kiezen en benoemen welke benadering het beste past. Image credit: Peter Lauth / World Economic Forum / Wikimedia Commons, CC BY-SA 2.0

Dolle Mina demonstreert op het Binnenhof voor kinderopvang

CONFLICT · SAMENWERKING

Oorzaken: klasse, gender, etniciteit

  • Vooral een als onrechtvaardig ervaren ongelijkheid kan tot conflicten leiden.

  • Klasse: nu vaak geregeld in arbeidsvoorwaardenoverleg, vroeger leidde het tot klassenstrijd.

  • Gender (cultureel bepaald, geen sekse): ongelijke behandeling leidde tot de emancipatiestrijd.

  • Etniciteit: spanningen tussen etnische groepen hebben vaak ook een klasse-aspect.

Syllabus 10.2: een door mensen als onrechtvaardig ervaren ongelijkheid kan leiden tot conflicten. Klassenverschillen zijn afgenomen door sociale wetgeving en groeiende welvaart maar niet verdwenen; waar tegenstellingen bestaan worden ze vaak gepacificeerd in arbeidsvoorwaardenoverleg. Genderverschillen zijn cultureel bepaalde verschillen tussen mannen en vrouwen, sekse is het biologische verschil; de sociale ongelijkheid is verminderd maar niet verdwenen. Bij etniciteit vallen scheidslijnen tussen klasse en kleur vaak samen en spelen ook uitsluiting en een ruimtelijke dimensie mee. Veelgemaakte fout: gender en sekse door elkaar halen. De foto toont Dolle Mina die op het Binnenhof voor kinderopvang demonstreert: een voorbeeld van de emancipatiestrijd. Vraag: welke ongelijkheid werd hier als onrechtvaardig ervaren? Image credit: Rob Mieremet / Anefo, Nationaal Archief / Wikimedia Commons, CC0

CONFLICT · SAMENWERKING

Oorzaken: generaties en cultuur

  • Generatieconflict: generaties leven onder ongelijke omstandigheden, bijvoorbeeld door welvaartsstijging, crisis of oorlog.

  • Door vergrijzing moeten steeds minder jongeren de zorg en oudedagvoorziening van steeds meer ouderen betalen.

  • Sociaal-culturele verschillen: een groep zet zich af tegen een andere groep om de eigen cohesie te behouden.

  • De dominante groep behandelt anderen als buitenstaanders om een machtspositie te behouden.

  • Scheidslijnen komen vaak ook tot rust. Niemand kan voorspellen wanneer een conflict uitbreekt.

Syllabus 10.2: generatieverschillen verwijzen naar de ongelijke omstandigheden waarin verschillende generaties verkeren; door demografische veranderingen moeten in de toekomst steeds minder jonge mensen de kosten voor oudedagvoorziening en gezondheidszorg van steeds meer ouderen opbrengen, wat kan leiden tot een generatieconflict. Sociaal-culturele kenmerken worden soms als aangrijpingspunt voor discriminatie gebruikt; om de interne cohesie te behouden kan een groep zich afzetten tegen een andere groep, en de dominante groep behandelt de ander als buitenstaander om een machtspositie te houden. De geschiedenis leert dat tegenstellingen vaak tot rust komen en gepacificeerd worden. Veelgemaakte fout: denken dat elk verschil tot een conflict leidt. Het gaat om verschillen die als onrechtvaardig worden ervaren.

Waar ligt volgens Marx de oorzaak van het conflict tussen klassen?

A

In verschillen in godsdienst tussen de klassen

B

In botsende normen en waarden van generaties

C

In verschillen in etnische afkomst tussen de klassen

D

In de ongelijke bezitsverhoudingen tussen klassen

Syllabus 10.1: Marx legt de oorzaak bij ongelijk bezit, niet bij cultuur. Verwachte fout: de godsdienstoptie, die bij Huntington past.

Wat ziet Huntington als bron van conflicten?

Goed antwoord: sociale en culturele verschillen, zoals godsdienstige, etnische of politieke achtergronden (ook belangentegenstellingen tussen generaties). Verwachte fout: alleen bezit en klasse noemen, dat is de benadering van Marx.

CONFLICT · SAMENWERKING

Gevolgen van conflicten

  • Minder cohesie tussen de groepen en verharding van standpunten, waardoor problemen moeilijker op te lossen zijn.

  • Meer cohesie binnen de partijen: de groepsidentiteit wordt bevestigd en de grenzen worden duidelijker.

  • Duurt een conflict lang, dan kan binnen een groep een scheuring ontstaan tussen gematigden en radicalen.

  • Sociale verandering: nieuwe normen en waarden na een waardenconflict, of herverdeling van middelen na een belangenconflict.

  • Blokkade van verandering: houden partijen elkaar in evenwicht, dan lukt verandering niet.

Syllabus 10.3: vier gevolgen. Afname van sociale cohesie en verharding van standpunten; worden conflicten adequaat beslecht en maken ze plaats voor samenwerking, dan kan dat de cohesie juist ten goede komen. Versterking van de cohesie binnen de partijen, met bij langdurige conflicten een mogelijke scheuring tussen realisten of gematigden die een compromis willen en idealisten of radicalen die geen compromis willen. Sociale verandering, bijvoorbeeld van normen en waarden na een waardenconflict of herverdeling van schaarse middelen na een belangenconflict. Blokkeren van sociale verandering door een machtsevenwicht; de verzuiling wordt in de syllabus als voorbeeld genoemd. Veelgemaakte fout: denken dat een conflict altijd tot meer verdeeldheid leidt. Binnen de partijen neemt de cohesie vaak toe.

Klimaatactie op de A12 bij Den Haag, januari 2023

CONFLICT · SAMENWERKING

Twee modellen: harmonie en conflict

  • Harmoniemodel: nadruk op overlegcultuur. Doel is consensus, brede overeenstemming tussen partijen.

  • In Nederland heet het harmoniemodel het poldermodel. Het was de afgelopen decennia dominant.

  • Conflictmodel: groepen werpen hun eigen doelen in de strijd en zetten strijdmiddelen in, ook via de media.

  • Lukt dat niet, ook niet met bemiddeling? Dan volgen zwaardere middelen: staking of burgerlijke ongehoorzaamheid.

Syllabus 10.4: bij het omgaan met conflicten worden het harmoniemodel en het conflictmodel onderscheiden; de Nederlandse versie van het harmoniemodel heet poldermodel. In het harmoniemodel staat het bereiken van consensus centraal: een breed gedragen overeenstemming tussen personen of partijen met verschillende doelen of belangen. In het conflictmodel zetten actiegroepen en organisaties verschillende strijdmiddelen in, waaronder het beïnvloeden van politiek en bevolking via de media; komt er ook na bemiddeling geen compromis, dan kunnen ze zwaardere middelen gebruiken zoals stakingen en burgerlijke ongehoorzaamheid. De foto toont een klimaatactie op de A12: een voorbeeld van een actiegroep die strijdmiddelen inzet, zonder dat hier een oordeel over wordt gegeven. Veelgemaakte fout: denken dat een model beter is dan het andere of dat ze elkaar uitsluiten. In de praktijk wisselen partijen af. Vraag bij de foto: welke strijdmiddelen zie je en welk doel hebben ze? Image credit: Hanno Lans / Wikimedia Commons, CC BY 4.0

Overleg aan een ronde tafel tijdens de G20-top in Brisbane, 2014

CONFLICT · SAMENWERKING

Samenwerking

  • Samenwerking: personen, groepen of staten stemmen hun handelen op elkaar af voor een gemeenschappelijk doel.

  • Voorwaarden: onderling vertrouwen, wederzijdse acceptatie en een zekere compromisbereidheid.

  • Een compromis is geven en nemen: je levert een deel van je autonomie in en maakt heldere afspraken.

  • Partijen hebben elkaar nodig (interdependentie), maar die afhankelijkheid kan ongelijk zijn.

Syllabus 10.5: samenwerking is het proces waarin individuen, groepen en/of staten relaties vormen om hun handelen op elkaar af te stemmen voor een gemeenschappelijk doel, door elkaars sterke punten of de macht van het getal te gebruiken. Voorwaarden voor effectieve samenwerking: onderling vertrouwen, wederzijdse acceptatie en een zekere compromisbereidheid. Partijen moeten meestal een deel van hun autonomie inleveren, met elkaar aan tafel gaan en heldere afspraken maken; dat geldt op micro-, meso- en macroniveau en is altijd een kwestie van geven en nemen. Niet iedereen hoeft evenveel in te leveren: machtsverschillen spelen mee en de interdependentie kan asymmetrisch zijn. Politieke samenwerking kan vrijwillig zijn (gedeelde waarden of belangen) of gedwongen door machtsuitoefening. Veelgemaakte fout: denken dat samenwerking betekent dat iedereen evenveel inlevert. De foto toont overleg tijdens de G20-top in 2014. Image credit: Aman Sharma / Europese Unie / Wikimedia Commons, CC BY 4.0

Twee partijen houden elkaar in evenwicht, niets verandert. Welk gevolg?

A

Meer cohesie tussen de groepen

B

Herverdeling van schaarse middelen

C

Nieuwe normen en waarden

D

Blokkade van sociale verandering

Syllabus 10.3: een machtsevenwicht kan sociale verandering blokkeren. Verwachte fout: sociale verandering kiezen, omdat er een conflict is.

Vul in

Het harmoniemodel zoekt overleg en consensus, in Nederland het poldermodel. Het conflictmodel zet strijdmiddelen in.

harmoniemodel
consensus
conflictmodel
interdependentie
latent conflict

Syllabus 10.4. Verwachte fout: harmoniemodel en conflictmodel omwisselen.

Wat vond je vandaag het lastigst?

1

Manifest, latent, belangen- en waardenconflict

2

De oorzaken van conflicten

3

De gevolgen van conflicten

4

Harmonie- en conflictmodel en samenwerking

Gebruik de uitslag om les 2 te starten: begin bij het onderdeel dat de meeste stemmen krijgt.

Noem een conflict en het niveau ervan.

Goed antwoord: een conflict met partijen en doel, plus een kloppend niveau: micro (individuen, bijvoorbeeld ruzie in een gezin), meso (groepen of organisaties, bijvoorbeeld werkgevers tegen vakbond) of macro (staten, bijvoorbeeld een oorlog). Verwachte fout: een conflict noemen zonder niveau, of een meningsverschil waarbij niemand de ander tegenwerkt.

CONFLICT · SAMENWERKING

Begrippen (1/2)

  • conflict: situatie waarin individuen, groepen of staten elkaar tegenwerken om eigen doelen te bereiken

  • manifest conflict: een open, zichtbaar conflict, zoals een staking of oorlog

  • latent conflict: een sluimerend, minder zichtbaar conflict dat lang kan duren

  • klassenstrijd: volgens Marx het conflict tussen bezittende en bezitloze klasse door ongelijk bezit

  • generatieconflict: conflict door ongelijke omstandigheden van generaties, bijvoorbeeld bij vergrijzing

Deze slide heeft geen instructies

CONFLICT · SAMENWERKING

Begrippen (2/2)

  • harmoniemodel: omgaan met conflicten via overleg, gericht op consensus (in Nederland het poldermodel)

  • conflictmodel: omgaan met conflicten door eigen doelen in de strijd te werpen met strijdmiddelen

  • consensus: brede overeenstemming tussen partijen met verschillende doelen of belangen

  • samenwerking: handelen op elkaar afstemmen voor een gemeenschappelijk doel

  • interdependentie: onderlinge afhankelijkheid van samenwerkende partijen, soms ongelijk

Deze slide heeft geen instructies