1.3 Europese landbouw en de rest van de wereld

1.3 Europese landbouw en de rest van de wereld

1 / 32
volgende
Slide 1: Tekstslide
AardrijkskundeMiddelbare schoolvmbo, mavo, havo, vwoLeerjaar 1-6

In deze les zitten 32 slides, met interactieve quiz en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

1.3 Europese landbouw en de rest van de wereld

Slide 1 - Tekstslide

Programma
  1. Terugblik vorige les:
    - pubquiz in teams

  2. Uitleg paragraaf 1.3 

  3. Oefenen met stof

Slide 2 - Tekstslide

Pubquiz: (Over)leven in EU §1 en 2
  • Je mag je boek gebruiken, maar let op! Je hebt maar 30 seconden per vraag.
  • Overleg in tweetallen 
  • Schrijf jullie gezamenlijke antwoord op het antwoordblad
  • Vragen over (de belangrijkste dingen) van overleven in EU tot nu toe


    Een ander duo checkt straks jouw werk 

Slide 3 - Tekstslide

Vraag 1
In 1951 werd de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal opgericht. Zij hielden zich bezig met kolen en staal voor de wapenhandel, maar bemoeide zich niet met de landbouw. 

De voedselkringloop speelde zich op lokale schaal af (niet internationaal). Boeren deden aan akkerbouw én veeteelt.

Hoe heet zo'n boerenbedrijf dat allebei doet? 
1 punt

Slide 4 - Tekstslide

Vraag 2
In 1957 werd de Europese Economische Gemeenschap (EEG) opgericht. Tijdens en na WO2 waren er veel voedseltekorten.
De zes lidstaten spraken twee kerndoelen af.

Wat waren deze twee kerndoelen?
2 punten

Slide 5 - Tekstslide

Vraag 3
Hoe heet de subsidie waarbij boeren voor ieder product dat ze leverden, een geld bedrag ontvingen. 
1 punt

Slide 6 - Tekstslide

Vraag 4
Aangemoedigd door subsidies probeerden boeren hun productie te verhogen.

Veel boeren gingen zich daarom specialiseren.
Wat wordt bedoeld met specialisatie
1 punt

Slide 7 - Tekstslide

Vraag 5
Boeren ruilen stukken land met elkaar, om efficiënter te zijn. Deze ontwikkeling zie je op de foto's. Hoe heet dit? 
naar
1 punt

Slide 8 - Tekstslide

Vraag 6
Een boer met 30 koeien kan geen melkrobot betalen, een boer
met 300 koeien wel. 

Boerenbedrijven werden steeds groter om zo de
productiekosten te verlagen en de opbrengst te 
verhogen. 

Zijn er door de schaalvergroting meer of minder
boerenbedrijven in nederland? 
1 punt

Slide 9 - Tekstslide

Vraag 7
Boeren waren te succesvol, er werd te veel geproduceerd. 
Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid bedacht toen de quota. 

Wat hield dat in? 
1 punt

Slide 10 - Tekstslide

Vraag 8
Sommige boeren in de EU verliezen de concurrentiestrijd in de interne markt en stoppen. Als boeren ermee stoppen, gaat de leefbaarheid op het platteland achteruit. Op de foto's zie je voorbeelden hoe de EU helpt.
Hoe heet deze hulp?
1 punt

Slide 11 - Tekstslide

Pubquiz: (Over)leven in EU §1 en 2
  • Geef je antwoorden aan het tafeltje achter je
  • Het achterste tafeltje geef het aan de voorste 

Slide 12 - Tekstslide

Vraag 1
In 1951 werd de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal opgericht. Zij hielden zich bezig met kolen en staal voor de wapenhandel, maar bemoeide zich niet met de landbouw. 

De voedselkringloop speelde zich op lokale schaal af (niet internationaal). Boeren deden aan akkerbouw én veeteelt. Hoe heet zo'n boerenbedrijf dat allebei doet? 
Gemengd bedrijf

Slide 13 - Tekstslide

Vraag 2
In 1957 werd de Europese Economische Gemeenschap (EEG) opgericht. De zes lidstaten spraken twee kerndoelen af.

Wat waren deze twee kerndoelen?
  • Voldoende beschikbaar en betaalbaar voedsel voor Europese burgers
  • Europese boeren redelijke levensstandaard met stabiel inkomen

Slide 14 - Tekstslide

Vraag 3
Hoe heet de subsidie waarbij boeren voor ieder product dat ze leverden, een geld bedrag ontvingen. 
1 punt
Productiesubsidie

Slide 15 - Tekstslide

Vraag 4
Aangemoedigd door subsidies probeerden boeren hun productie te verhogen.

Veel boeren gingen zich daarom specialiseren.
Wat wordt bedoeld met specialisatie
1 punt
Boeren kiezen voor veeteelt óf akkerbouw

Slide 16 - Tekstslide

Vraag 5
Boeren ruilen stukken land met elkaar, om efficiënter te zijn. Deze ontwikkeling zie je op de foto's. Hoe heet dit? 
naar
1 punt
ruilverkaveling

Slide 17 - Tekstslide

Vraag 6
Een boer met 30 koeien kan geen melkrobot betalen, een boer
met 300 koeien wel. 

Boerenbedrijven werden steeds groter om zo de
productiekosten te verlagen en de opbrengst te 
verhogen. 

Zijn er door de schaalvergroting meer of minder
boerenbedrijven in nederland? 
1 punt
minder

Slide 18 - Tekstslide

Vraag 7
Boeren waren te succesvol, er werd te veel geproduceerd. 
Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid bedacht toen de quota. 

Wat hield dat in? 
Een boer mag maar een maximale hoeveelheid aan gewas of dier produceren. 
(Ga je erover heen: boete)
1 punt

Slide 19 - Tekstslide

Vraag 8
Sommige boeren in de EU verliezen de concurrentiestrijd in de interne markt en stoppen. Als boeren ermee stoppen, gaat de leefbaarheid op het platteland achteruit. Op de foto's zie je voorbeelden hoe de EU helpt.
Hoe heet deze hulp?
Subsidie voor plattelandsontwikkeling
1 punt

Slide 20 - Tekstslide

Winnaar
Wie heeft 8 punten??

Slide 21 - Tekstslide

1.3 Europese landbouw en de rest van de wereld

Slide 22 - Tekstslide

Lesdoel(en)
Aan het einde van de les kan ik:

  • Uitleggen wat de                           is en wat hun basisregels zijn


  • Uitleggen wat de gevolgen van de WTO-afspraken zijn voor de landbouw

WTO
World Trade Organization

Slide 23 - Tekstslide

De EU (en voorgangers) geven veel subsidies aan boeren. Dat is een voorbeeld van...
A
Vrijhandel
B
Protectionisme

Slide 24 - Quizvraag

Slide 25 - Tekstslide

Fort Europa 
In het verleden:
  • productie- en inkomenssubsidies
  • invoertarieven 
  • uitvoersubsidies (dumping)

Tegenwoordig:
  • rechtvaardiger 
  • 90% is nu fair, alleen de invoertarieven bestaan nog 

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Tekstslide

Slide 28 - Tekstslide

Slide 29 - Tekstslide

Waarom Ali zo goedkoop?
Subsidies vanuit de Chinese overheid. Het land wil overal groots in zijn. Door de verzendingen ook nog van een deel subsidie te voorzien, kunnen de laatste kosten ook deels of helemaal worden weggedrukt. Daarmee werkt de Chinese overheid mee aan het succes van lokale webshops, ver over de hele wereld. Nederlandse webshops krijgen immers geen subsidie over het verzenden van bestellingen.

Slide 30 - Tekstslide

Waarom Ali zo goedkoop?
China als ontwikkelingsland
Het probleem begint bij de Universal Postal Union (UPU). Een onderdeel van de Verenigde Naties dat bepaald wat het verzenden van een pakketje tussen landen mag kosten. Toen deze afspraken werden vastgelegd, was China nog een ontwikkelingsland. Hierdoor kreeg het inmiddels economisch sterke land stevige kortingen op de onderlinge verzendtarieven.

Slide 31 - Tekstslide

Slide 32 - Tekstslide