De opdrachten, lessen 3 tot het einde

Welkom
Ga lekker zitten.
Zet je telefoon op stil en doe hem in de bak.
Houd de laptop nog dicht!

1 / 39
volgende
Slide 1: Tekstslide
LevensbeschouwingMiddelbare schoolvmbo k, g, t, mavoLeerjaar 1

In deze les zitten 39 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Welkom
Ga lekker zitten.
Zet je telefoon op stil en doe hem in de bak.
Houd de laptop nog dicht!

Slide 1 - Tekstslide

Thema: Levensbeschouwing

Wat aan we leren: We gaan wat belangrijk is in ons leven.

  • Vorige les
  • Kort overzicht opdrachten
  • Teams
  • Uitdiepen opdrachten
  • Afronden 

Slide 2 - Tekstslide

Vorige les

Wat hebben we de vorige lessen geleerd?

  • Wat is levensbeschouwing?
  • Hoe gaan we met elkaar om?
  • Hoe denk jij over het ontstaan van de mens? 

Slide 3 - Tekstslide

Regels en afspraken:

  • De basisregel voor omgaan met elkaar.
  • De Gulden Regel.
  • Behandel anderen zoals je door hen behandeld wilt worden. 
  • Veel religies en levensovertuigingen kennen een regel die hier op lijkt.

 



 

Slide 4 - Tekstslide

Kort overzicht opdrachten.

Met een aantal opdrachten gaan we ontdekken wat wij belangrijk vinden. Wie we zijn en hoe we naar elkaar en de wereld kijken.
We gaan in de komende lessen de opdrachten maken. Je kiest zelf welke. In kleine groepen komt dan uitleg als het zover is.



Slide 5 - Tekstslide

De opdrachten:

Buitenkant: opdrachten over jouw buitenkant
1. Maak de stamboom: Maak een stamboom van jouw familie. Voeg namen, relaties en belangrijke informatie toe.
2. Maak de tijdlijn: Maak een tijdlijn van jouw leven waarop je belangrijke gebeurtenissen uit jouw leven laat zien. Dit kunnen positieve of negatieve gebeurtenissen zijn.
3. Maak het foto overzicht: Maak een foto-overzicht van belangrijke herinneringen in jouw leven. 
4. Schrijf een bestaanservaring (iets wat je hebt meegemaakt): Schrijf een verhaal van ongeveer 200 woorden over een belangrijke ervaring die jou heeft gevormd. 
5. 360 graden feedback: Maak een feedbackformulier waarop je zelf kunt kiezen op welke gebieden je feedback wilt ontvangen. Vraag drie personen om het in te vullen. 

Slide 6 - Tekstslide

Binnenkant: opdrachten over jouw gevoelens, hoe je dingen beleeft. 
6. Schrijf 2 brieven aan je toekomstige zelf: Schrijf een brief waarin je advies, wensen of doelen voor je toekomstige zelf opschrijft. 
7. Normen en waarden overzicht: Maak een lijst van jouw belangrijkste normen en waarden. Leg uit waarom deze voor jou zo waardevol zijn.
8. Toekomstige tijdlijn: Maak een tijdlijn waarin je je toekomstige doelen en mijlpalen visualiseert. Wat wil je bereiken en wanneer?
9. Antwoorden levensvragen: Beantwoord een aantal levensvragen die je helpen jezelf beter te begrijpen. Denk aan vragen zoals: "Wat maakt mij gelukkig?", "Wat vind ik belangrijk in vriendschappen?" en "Waar zie ik mezelf over 10 jaar?"
10. Jouw grote inspiratiebron: Beschrijf wie jou inspireert en waarom. Wat bewonder je aan deze persoon en hoe heeft hij/zij jou beïnvloed?
11. Gevoel en ruimte: Maak een tekening, collage of schrijf een verhaal waarin je jouw gevoelens en de ruimte om je heen uitdrukt. 

Slide 7 - Tekstslide

Onthoud dat jullie minimaal één opdracht uit de binnenkant-categorie en één opdracht uit de buitenkant-categorie moeten kiezen. Neem de tijd om na te denken over welke opdrachten het beste bij jullie passen en waar jullie interesse naar uitgaat. Veel succes en geniet van het ontdekken van jullie eigen unieke verhalen en persoonlijkheden!


Slide 8 - Tekstslide

1. Stamboom:



Slide 9 - Tekstslide

Opdracht 1 Stamboom pagina 1:
Maak een stamboom van jouw familie. Voeg namen, relaties en belangrijke informatie toe.

1. Verzamel informatie:
- Praat met je ouders, grootouders of andere familieleden om informatie te verzamelen 
over je directe familieleden.
- Noteer de namen van je ouders, broers/zussen en grootouders. Voeg ook geboortedata 
en beroepen toe als je die weet.
2. Organiseer je stamboom:
- Een stamboom begint meestal onderaan. Bij de stam.
- Je zet je eigen naar daar neer, het begin. En elke groep daarboven wordt steeds groter. Jij - twee ouders – vier grootouders – 16 overgrootouders enzovoort.
- Naast jouw naam kunnen op dezelfde hoogte ook de namen van broers en zussen komen. Of als je het heel groot maakt ook van je neven en nichten.
- Voor de lijn met je ouders kan dat ook. Bij je ouders kan je ook je ooms en tantes noemen.
- Begin met je eigen naam en teken een horizontale lijn.
- Boven de horizontale lijn schrijf je de namen van je ouders. Verbind deze namen met verticale lijnen aan de horizontale lijn.
- Teken onder de horizontale lijn de namen van je broers/zussen en verbind ze met verticale lijnen.
- Boven de namen van je ouders teken je nieuwe horizontale lijnen en schrijf je de namen van je grootouders. Verbind ze ook met verticale lijnen.

Slide 10 - Tekstslide

Stamboom pagina 2:

3. Breid je stamboom uit:
- Als je meer informatie hebt over je overgrootouders of andere familieleden, voeg dan extra horizontale lijnen toe en schrijf hun namen op.
- Blijf je stamboom uitbreiden met de namen van je betovergrootouders en verdere generaties als je die informatie hebt.
4. Versier je stamboom:
- Gebruik kleurpotloden, stiften of andere materialen om je stamboom levendiger te maken.
- Voeg kleine illustraties toe van symbolen die belangrijk zijn voor je familie (bijvoorbeeld bloemen, dieren of vlaggen).
Belangrijke herinnering:
- Respecteer de privacy van je familieleden en deel 
geen gevoelige informatie zonder toestemming. 
Niet iedereen wil alles vertellen.
- Wees trots op je familieachtergrond en geniet van 
het ontdekken van je familiegeschiedenis!


Slide 11 - Tekstslide

2. Tijdlijn:



Slide 12 - Tekstslide

Opdracht 2 tijdslijn pagina 1:

Een tijdlijn in vaak een lijn die begint en eindigt in een bepaald jaartal. In dit geval is het een lijn die begint bij jou geboorte en eindigt in het nu. Op een tijdlijn staan alleen maar belangrijke gebeurtenissen die door de maker als belangrijk worden beschouwd.

Jij gaat ook een tijdlijn maken van jouw leven. Daarin kies jij ook zelf wat jij op je tijdlijn zet. Jij weet als enige wat belangrijke gebeurtenissen zijn in jouw leven. Omdat ik weet dat dit soms best wel moeilijk is heb ik een aantal belangrijke gebeurtenissen die in jouw leven gebeurd zouden kunnen zijn op een rij gezet:
- Geboorte, niet alleen die van jou, maar ook familie en vrienden kan belangrijk zijn.
- Dood, de dood van mensen maar ook dieren kunnen impact hebben.
- Verhuizen, verhuizen betekent vaak dat je een veilige plek achterlaat en opnieuw moet beginnen.
- Ziekte, dit kan zowel jouw ziekte, allergie, handicap, gebroken been zijn als die van iemand waar je om geeft.


Slide 13 - Tekstslide

tijdslijn pagina 2:
- Werk/school, verandering van werk of school kan veel effect hebben. Zowel jouw veranderingen als de mensen om je heen, je ouders bijvoorbeeld.

- Relaties, alle vriendschappen en verliefdheden zijn hierbij belangrijk. Als je door ruzie, of uit elkaar groeien vrienden verliest… Of je een nieuwe vriend leert kennen.

Dit zijn de grootste veranderingen die bekend staan tot het veroorzaken van de meeste onrust. Naast deze veranderingen kunnen ook vakanties, films, spelletjes, hobby’s, nieuwe spullen, de eerste keren alleen (met de bus, naar school, naar opa en oma) of eigenlijk alle eerste keren heel veel indruk maken. Er zijn een heleboel dingen die ik hier niet op kan schrijven, dat zou te veel zijn. Jij bepaalt wat jij op de tijdlijn zet, klein of groot, het is jouw lijn!

Slide 14 - Tekstslide

3. Fotooverzicht:



Slide 15 - Tekstslide

Opdracht foto overzicht pagina 1:
Benodigdheden: Papier, potloden, foto's (gedrukt of geprint) of maak hem digitaal in Word of PowerPoint
Stappen:
1. Verzamel materiaal:
- Verzamel foto's van belangrijke gebeurtenissen in je leven. Dit kunnen momenten zijn waar je met plezier aan terugdenkt, maar ook momenten die uitdagend of verdrietig waren.
- Als je geen foto's hebt, kun je tekeningen maken van de gebeurtenissen die je wilt opnemen in je overzicht.
2. Maak categorieën:
- Maak twee grote secties op je papier en label ze als "Positieve Gebeurtenissen" en "Negatieve Gebeurtenissen".
- Onder elke sectie maak je ruimte voor foto's en korte beschrijvingen van elke gebeurtenis.
3. Selecteer en categoriseer:
- Bekijk elke foto en bepaal of het over een positieve of negatieve gebeurtenis gaat.
- Plaats de foto's en beschrijvingen in de juiste plekken van je overzicht.

Slide 16 - Tekstslide

Foto overzicht pagina 2:
4. Reflecteer en beschrijf:
- Schrijf onder elke foto een korte beschrijving van de gebeurtenis en waarom je deze als positief of negatief hebt ingedeeld.
- Geef wat context en gevoelens weer die verband houden met elke gebeurtenis.


Belangrijke herinnering:
- Respecteer je eigen privacy en de privacy van anderen 
bij het selecteren van foto's en het delen van persoonlijke informatie.
- Wees open en eerlijk over je gevoelens, 
maar deel alleen wat je wil delen.
- Geef jezelf de ruimte om te reflecteren 
(terugkijken en goed over nadenken) op zowel positieve 
als negatieve ervaringen, omdat ze allemaal bijdragen 
aan je groei en ontwikkeling.

Slide 17 - Tekstslide

4. Mijn Bestaanservaring:



Slide 18 - Tekstslide

Opdracht mijn bestaanservaring pagina 1:

1. Ervaringsselectie:
- Denk na over belangrijke gebeurtenissen of ervaringen in je leven die een diepe indruk op je hebben gemaakt. Het kan iets zijn dat je hebt meegemaakt, gezien, gehoord, gevoeld of geleerd.
- Kies één ervaring waar je graag over wilt schrijven. Het kan een positieve of negatieve ervaring zijn, zolang het maar een betekenisvolle impact op je had.

2. Reden:
- Schrijf in een paar zinnen op waarom je deze ervaring hebt gekozen. Wat maakt het zo belangrijk voor jou? Wat heb je ervan geleerd?

3. Schrijven:
- Begin met het schrijven van je verhaal. Probeer de volgende elementen op te nemen:
- Introductie: Beschrijf de achtergrond van de ervaring en introduceer de setting (waar, waarom was het enz.) en de mensen die erbij betrokken waren.
- Hoogtepunt: Vertel over het meest belangrijke moment van de ervaring. Wat gebeurde er en hoe voelde je je op dat moment?
- Reflectie: Beschrijf de impact, invloed van de ervaring op jezelf. Welke inzichten heb je opgedaan, wat heb je geleerd? Hoe heeft het je gevormd of veranderd?
- Conclusie: Sluit je verhaal af met een korte samenvatting van de betekenis van de ervaring voor jou.






Slide 19 - Tekstslide

 Mijn bestaanservaring pagina :

4. Bewerken:
- Neem de tijd om je verhaal door te lezen en eventuele fouten te corrigeren.
- Zorg ervoor dat het verhaal in totaal ongeveer 200 woorden bevat.

Belangrijke herinnering:
- Respecteer je eigen privacy en de privacy van anderen bij het delen van persoonlijke ervaringen.

Naar jezelf kijken                      Broertje of zusje gekregen?        Iemand verloren?                    Andere school
Dus goed naar je                      Of misschien iets anders              Of een huisdier                        Of verhuisd, of
Leven terugkijken.                   wat voor jou belangrijk is.            waar je van hield?                    andere sport.

Slide 20 - Tekstslide

5. 360 Graden Feedback:



Slide 21 - Tekstslide

Opdracht 360 Graden Feedback pagina 1:

De "360 Graden Feedback". Dit betekent dat we feedback gaan geven aan elkaar om elkaar te helpen groeien en beter te worden in verschillende gebieden. Hiermee leer je veel over jezelf.

Stap 1: Kies een gebied.
- Denk na over welk gebied, jij graag feedback wilt ontvangen. Het kan gaan over hoe jij samenwerkt, communiceert, ever je creativiteit, organisatie vermogen of een ander gebied waarvan jij denkt dat het belangrijk is voor jouw groei.
- Schrijf dit gebied op in een formulier, zie of gebruik het voorbeeld aan het einde van de opdracht.
Stap 2: Laat het formulier invullen

- Vraag drie personen om het formulier voor jou in te vullen. Dit kunnen je vrienden, klasgenoten, familieleden of leraren zijn.
- Leg hen uit dat ze eerlijk en respectvol moeten zijn in hun feedback. Vertel hun dat dit formulier bedoeld is om je te helpen groeien, dus moedig hen aan om constructieve suggesties te geven.

Stap 3: Verzamel de formulieren
- Wanneer je alle drie de formulieren hebt ontvangen, verzamel je ze zorgvuldig en bewaar je ze op een veilige plaats. Onthoud dat de feedback die je krijgt bedoeld is om je te helpen en dat het belangrijk is om respectvol met elkaars feedback om te gaan.







Slide 22 - Tekstslide

 360 Graden Feedback pagina 2:

Stap 4: Reflecteer op de feedback
- Neem wat tijd om de ontvangen feedback door te nemen. Lees rustig alle opmerkingen en suggesties die je hebt gekregen. Probeer de positieve aspecten te waarderen en kijk naar de punten waar je nog aan kunt werken.

Stap 5: Stel vragen en vraag hulp (optioneel)
- Als je vragen hebt over de feedback die je hebt ontvangen of als je hulp nodig hebt bij het begrijpen ervan, aarzel dan niet om naar je leraar, een volwassene of een vertrouwde persoon te gaan. Ze zijn er om je te ondersteunen en te begeleiden.

Stap 6: Bedank de mensen die de feedback hebben gegeven
- Vergeet niet om de mensen te bedanken die 
de tijd en moeite hebben genomen om het formulier 
voor jou in te vullen. Het geven van feedback is een 
waardevol geschenk, en het tonen van waardering is belangrijk.

Een voorbeeld staat in Teams


Slide 23 - Tekstslide

6. Brief/Brieven aan je toekomstige zelf:



Slide 24 - Tekstslide

Opdracht brief/brieven aan je toekomstige zelf:

Schrijf een brief aan jezelf in de toekomst. 
Waar ben jij mee bezig over 2 of 3 jaar, 
of misschien wel 20 jaar? Wat moet jouw 
toekomstige ik onthouden? 
Wat is belangrijk dat jij straks weet? 
Wat de inhoud van jouw brief aan jou 
toekomstige zelf precies is dat moet jij 
zelf weten. 


De brief moet in ieder geval aan de volgende voorwaarde voldoen.

- Hij moet minimaal 100 woorden bevatten (1000 is natuurlijk ook prima)
- De brief moet gericht zijn aan een toekomstige versie van jezelf.
- Het moet duidelijk zijn hoe ver weg die toekomsite versie is (2 of 3 jaar, 20 jaar, 30 jaar)
- Het moet een brief zijn waarin je jezelf helpt, steunt advies geeft, wat lijken ouderen mensen te vergeten?
- Het moet gaan over de doelen die jij in je leven hebt.
Zet het bij de opdracht zodra jij het af hebt, zo hou je de docent op de hoogte van waar jij gebleven bent!

Slide 25 - Tekstslide

7. Normen en waarden familiewapen:



Slide 26 - Tekstslide

Opdracht normen en waarden: (familiewapen)

- Noteer tien waarden die voor jou heel belangrijk zijn. 

- Kies hiervan drie tot vijf waarden uit en vertel waarom deze 
voor jou zo belangrijk zijn.

- Laat ook zien hoe keuzes die jij maakt of gemaakt hebt 
hierop gebaseerd zijn en wat je doet voor deze waarden 
(je normen). Welke waarden waren in jouw familie altijd 
al belangrijk en welke zijn nu echt uniek voor jou? 
Dit zijn je kernwaarden.

- Teken voor jezelf een wapenschild, waarop je symbolisch 
jouw kernwaarden weergeeft. Bijvoorbeeld een leeuw voor 
moed of een hart voor (naasten)liefde.

- Maak dit digitaal, of maak een foto van een tekening, 
voeg die toe aan teams en leg uit waarom je 
voor de symbolen e.d. gekozen hebt.




Slide 27 - Tekstslide

8. Normen en waarden schrijven:

Slide 28 - Tekstslide

Normen en waarde:

- Schrijf 10 normen op die jij belangrijk vindt (leefregels waar jij je aan wilt houden)
- Schrijf achter al deze regels, de waarde op. Het waarom dat jij dit belangrijk vindt.
- Zet de 10 waarde op een rij, is dit wat jij echt belangrijk vindt? Zou er nog een andere waarde op deze lijst moeten staan?

Voorbeeld:
- Ik vind het belangrijk dat we naar elkaar luisteren (respect, mensen hebben evenveel recht iets te zeggen.)
- Ik vind het belangrijk dat jullie zelf keuzes krijgen over hoe of wat jullie leren (ontwikkeling, iedereen zou op school de best passende onderwijs moeten krijgen)
- Ik vind het belangrijk om sorry te zeggen als ik een fout heb gemaakt (verantwoordelijkheid, als je sorry durft te zeggen kan je samen verder.)
- Enz.

Respect, ontwikkeling en verantwoordelijkheid zijn in dit voorbeeld dus de kern
van de waarde. Soms kan je het in één woord zeggen, soms moet je het
omschrijven.

Slide 29 - Tekstslide

9. Tijdlijn toekomstige leven

Slide 30 - Tekstslide

Tijdlijn van je toekomstige leven.

Misschien heb jij wel heel erg veel doelen in je leven. Weet jij precies waar je heen wil en wanneer je dat ongeveer wil gaan doen. Dan kun je een tijdlijn maken van het toekomstige leven. Hiermee maak je duidelijk wat je wil bereiken en wanneer. Op je tijdlijn kun je een heleboel verschillende onderwerpen plaatsen.

- In welke klas zit jij volgend jaar?
- Ga jij in jaar 2 of 3 naar een andere school?
- Wat wil jij gaan doen na de middelbare school?
- Wat voor werk wil jij gaan doen
- Waar wil jij zijn in je sport?
- Waar wil jij zijn met je hobby’s
- Wat wil jij gedaan hebben voor een bepaalde leeftijd?
- Op welke leeftijd wil je kinderen?
- Wil jij een partner, en zo ja wanneer
- Wil jij trouwen?
- Op welke leeftijd wil je met pensioen


Slide 31 - Tekstslide

10. Inspirerende personen:

Slide 32 - Tekstslide

Opdracht inspirerende personen pagina 1:

Voor deze opdracht gaan we ons richten op inspirerende personen in ons leven. Deze personen maken indruk op ons door hun talent, daden of woorden. Ze weten ons te raken en we kunnen van hen leren. In deze opdracht kies je een inspirerende persoon naar keuze en schrijf je een verslag over die persoon.

Hier zijn de stappen voor de opdracht:

Stap 1: Kies een inspirerende persoon
Kies een persoon die jou inspireert. Dit kan een beroemd persoon zijn, zoals een sporter, politicus, kunstenaar, vlogger of influencer. Het kan ook iemand uit je eigen omgeving zijn, zoals een ouder, familielid, vriend/vriendin, sporttrainer of docent. Zorg ervoor dat je een persoon kiest waarvan je echt geïnspireerd raakt en waar je graag meer over wilt weten.

Stap 2: Beschrijf de persoon
Schrijf de naam van de persoon op en geef een korte introductie van zijn of haar levensgeschiedenis, leven en beroep. Als het een beroemd persoon is, beschrijf dan ook hoe hij/zij beroemd is geworden.

Stap 3: Waarom is deze persoon inspirerend voor jou?
Leg uit waarom deze persoon jou inspireert. Wat maakt hem of haar bijzonder en waarom wil je (een beetje) zoals hem/haar zijn? Beschrijf de eigenschappen, waarden of prestaties van deze persoon die jou aanspreken.

Slide 33 - Tekstslide

Inspirerende personen pagina 2:

Stap 4: Wat kun je van deze persoon leren? Denk na over wat je kunt leren van deze inspirerende persoon. Zijn er bepaalde lessen, principes of levenswijsheden die je kunt toepassen in je eigen leven? Schrijf op welke waardevolle lessen je van hem/haar hebt geleerd.

Stap 5: Wat doet dit met jou?
Beschrijf hoe deze persoon jou beïnvloedt en wat dit met jou doet. Hoe voel je je wanneer je denkt aan deze persoon en zijn/haar inspirerende eigenschappen? Op welke manier motiveert deze 
persoon jou om jezelf te verbeteren dingen te doen?

Stap 6: Inspiratie zichtbaar in jouw leven
Beschrijf op welke manier de inspiratie van deze persoon zichtbaar is in jouw leven. Hoe pas je de lessen of principes toe die je van hem/haar hebt geleerd? Geef een voorbeeld van een specifieke situatie waarin je de inspiratie van deze persoon hebt gebruikt of toegepast.

Stap 7: Foto of plaatje
Sluit het verslag af met een foto of plaatje van deze inspirerende persoon. Dit kan een afbeelding zijn die zijn/haar persoonlijkheid, prestaties of impact weergeeft.
Zorg ervoor dat je verslag minimaal 300 woorden bevat en dat je de gevraagde informatie duidelijk en gestructureerd presenteert.


Slide 34 - Tekstslide

11. Gevoel en ruimte:

Slide 35 - Tekstslide

Opdracht gevoel en ruimte pagina 1:

Voor deze opdracht gaan we ons richten op de gevoelens die we ervaren wanneer we verschillende locaties, plaatsen betreden. Je kiest in totaal 10 locaties uit en beschrijft het gevoel dat je hebt wanneer je die locatie binnenloopt. Daarna leg je uit waarom je dit specifieke gevoel hebt op die plek.
Hier zijn de stappen voor de opdracht:

Stap 1: Kies 10 locaties
Kies 10 verschillende locaties waar je weleens bent geweest. 
Dit kunnen plekken zijn zoals je huis, school, de bibliotheek, 
een park, een winkelcentrum, een speeltuin, een dierenasiel, 
een museum, een sportveld, etc. Zorg ervoor dat je verschillende 
van locaties selecteert.


Stap 2: Beschrijf het gevoel
Naast elke locatie schrijf je het gevoel op dat je ervaart wanneer je die plek binnenloopt. Denk aan gevoelens zoals comfortabel, ontspannen, vrolijk, enthousiast, ongemakkelijk, gespannen, angstig, verveeld, etc. 
Je kunt ook je eigen woorden gebruiken om je gevoelens te beschrijven.





Slide 36 - Tekstslide

Gevoel en ruimte pagina 2:

Stap 3: Leg uit waarom
Voor elke locatie beschrijf je waarom je dit specifieke gevoel hebt wanneer je die plek betreedt. Denk na over de kenmerken van de locatie, de mensen die er zijn, de activiteiten die er plaatsvinden, de sfeer, en andere factoren die van invloed kunnen zijn op je gevoel. 
Schrijf op waarom je je op die manier voelt, wat maakt dat je je comfortabel of ongemakkelijk voelt op die plek.
Denk goed na over welke locaties je kiest en probeer een variatie aan gevoelens te ervaren. Deze opdracht geeft je de kans om bewust te worden van hoe verschillende omgevingen invloed kunnen hebben op je gevoelens.

Slide 37 - Tekstslide

Afronden.

Hoe ging de les?

Wat hebben we geleerd?

  • Hoe gaan we met elkaar om?
  • Wie zijn we?


Slide 38 - Tekstslide

Afronden.





Tot de volgende les! 


Slide 39 - Tekstslide