- Mettez vos sacs par terre (Zet jullie tassen op de grond)
- Laptops dicht op tafel!
1 / 14
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 4
In deze les zitten 14 slides, met tekstslides.
Onderdelen in deze les
Bonjour
havo-4!
- Prenez votre livre (Pak jullie boek)
- Mettez vos sacs par terre (Zet jullie tassen op de grond)
- Laptops dicht op tafel!
Slide 1 - Tekstslide
Planning du jour
- Overhoren: voca 1!
- Lire: voca 2
- Expliquer: grammaire 1
- Travailler aux exercices du 'weektaak'.
- Les devoirs
Slide 2 - Tekstslide
Leerdoelen
Aan het einde van de paragraaf:
ken ik woorden over het thema 'Franse gewoontes' en kan ik vertellen over Franse clichés.
heb ik geoefend met de vergelijkingen.
Slide 3 - Tekstslide
Questions sur les devoirs?
Les devoirs étaient:
Faire exercice 1 t/m 7
Apprendre - zie studiewijzer!
Slide 4 - Tekstslide
Overhoren: voca 1!
Op het bord loopt een timer voor 3 minuten, zolang kunnen jullie het nog overkijken.
Daarna kies ik willekeurig 2 leerlingen uit die overhoord worden.
Iedereen komt per periode minstens 1x aan bod :)!
timer
3:00
Slide 5 - Tekstslide
Lire: voca 2
We lezen samen de woordenlijst van voca 2 (p. 146 van je boek).
Deze woordenlijst leer je voor de volgende week!
Let op: voca 2 leer je Frans-Nederlands & Nederlands-Frans!
Slide 6 - Tekstslide
Expliquer: grammaire 1
Dit grammatica-onderdeel gaat het over de vergelijkingen.
Net als in het Nederlands, kun je in Frans vergelijkingen maken. Hierin zijn eigenlijk 3 opties.
- moins (minder) - aussi (even) - plus (meer)
Een van de bovenstaande woorden wordt altijd gevolgd door een bijvoeglijk naamwoord en het woord que/qu' (als/dan). In de volgende slides laat ik wat voorbeelden zien.
Slide 7 - Tekstslide
Grammaire 1: de vergelijkingen (voorbeelden)
Mannelijk enkelvoud
- Il est plus grand que moi.
Vrouwelijk enkelvoud - Elle est moins grande que moi.
Mannelijk meervoud - Ils sont aussi grands que moi.
Vrouwelijk meervoud - Elles sont plus grandes que moi.
Vertaling
- Hij is groter dan ik.
Vertaling
- Zij is minder groot dan ik.
Vertaling
- Zij zijn even groot als ik.
Vertaling
- Zij zijn groter dan ik.
Let op! Het bijvoeglijk naamwoord past zich altijd aan het onderwerp aan!
Denk aan:
Simon
Simone
Simons
Simones
Slide 8 - Tekstslide
Grammaire 1: De overtreffende trap
Voor de overtreffende trap maak je gebruik van le plus (m), la plus (v), les plus (mv), le moins (m), la moins (v) of les moins (mv).
Voorbeelden
Il est le plus grand.
Elle est la plus grande.
Ils sont les plus grands.
Il est le moins petit.
Elle est la moins petite.
Elles sont les moins petites.
Let op! Ook hier past het bijvoeglijk naamwoord zich aan het onderwerp aan!
Slide 9 - Tekstslide
Grammaire 1: Uitzondering
Alleen het bijvoeglijk naamwoord bon verandert in meilleur bij de vergelijkingen.
Voorbeelden
Il est meilleur que moi.
Elle est meilleure que moi.
Ils sont meilleurs que moi.
Il est le meilleur.
Elle est la meilleure.
Elles sont les meilleures.
Let op! Ook hier past het bijvoeglijk naamwoord zich aan het onderwerp aan!
Slide 10 - Tekstslide
Zijn er nog vragen?
Is het iedereen gelukt om de aantekening over te nemen?
Wie heeft er nog een vraag over de vergelijkingen?
Nu is het moment om de vragen te stellen, anders gaan we door met de weektaak :).
Slide 11 - Tekstslide
Travailler aux exercices (weektaak): exercice 8 t/m 17
De regels
- Je werkt de eerste 10 minuten in stilte! - Muziek luisteren mag met oordopjes! - Vragen? Steek je hand op!
Let op: exercice 17 zijn voorbereiding op de tâche. Bewaren dus!
We ruimen onze spullen pas op, op het moment dat de docent dit zegt.